Home

Waarom de Formule 1 moet oppassen met een nieuw puntensysteem

De koningsklasse van de autosport overweegt over te stappen op een nieuwe puntentelling, zoals Motorsport.com tijdens het raceweekend in China wist te onthullen. Een overwinning zal nog altijd 25 punten opleveren, maar de voornaamste verandering is dat niet tien, maar twaalf coureurs aan het eind van de rit met punten het vliegtuig in kunnen. Het heeft veel te maken met de huidige krachtsverhoudingen in de sport. Zo steken er momenteel vijf teams bovenuit - te weten Red Bull Racing, Ferrari, McLaren, Mercedes en Aston Martin - waardoor de andere formaties het met de kruimels moeten doen. Twee extra puntenposities zouden daarom van meerwaarde zijn, zo luidt de gedachte.

Het is een gedachte die grotendeels is gebaseerd op twee argumenten. Ten eerste luidt het idee dat extra puntenfinishers de amusementswaarde ten goede komen. Zo zijn de gevechten om P11 en P12 dan niet langer om des keizers baard, maar staat er daadwerkelijk iets op het spel. Het moet de gevechten interessanter maken voor zowel de coureurs als de kijkers. Win-win, zo denkt de Formule 1 zelf. Bijkomend - en misschien zelfs het voornaamste - element is de commercie. Achterhoedeteams laten achter de schermen doorschemeren dat het niet fijn oogt richting hun sponsoren als de teller na vijf races nog altijd op nul punten staat. Zeker met de huidige krachtsverhoudingen die punten scoren lastig maken, zouden die teams graag meer mogelijkheden willen om van de hatelijke nul af te komen.

Kanttekening bij dat laatste argument is natuurlijk dat het weinig uit moet maken in de communicatie richting sponsoren. Of een team nou onderaan staat met nul punten of nog altijd onderaan staat met vijf punten, zou voor de perceptie geen verschil moeten maken. Het team blijft in dat geval de hekkensluiter. Bovendien worden de WK-posities van alle teams en coureurs zonder punten ook nu al bepaald op basis van de beste resultaten, waardoor er ook in de huidige situatie al een valide manier is om de puntlozen op een logische manier te rangschikken - waarbij de resultaten dus wel degelijk doorslaggevend zijn.

Het geheel geeft aan dat de timing van dit plan ietwat opportunistisch is. Tegenwoordig steken er vijf teams bovenuit, waardoor de gedachte luidt 'die andere vijf teams hebben weinig om voor te rijden, dus laten we dan maar twee puntenposities toevoegen'. Maar wat als er volgend jaar zes teams bovenuit steken en onder het nieuwe reglement zeven teams? Moet het aantal puntenfinishers dan weer worden verhoogd tot veertien of zelfs zestien? En leidt dat op termijn tot een soort NASCAR-systeem waarin iedereen die finisht punten krijgt toegekend? Het is behoorlijk opportunistisch om de spelregels - wat de puntentelling natuurlijk is - aan te willen passen op basis van de huidige krachtsverhoudingen.

Esteban Ocon vatte het goed samen door het voorstel 'een pleister op een veel grotere wond' te noemen. Het is treffend, al valt te bezien of dit überhaupt een pleister is. Veel belangrijker voor de amusementswaarde is het in ieder geval om het veld dichter bij elkaar te krijgen, waar met het budgetplafond en het aero handicap-systeem - waarbij de kampioen minder windtunneltijd krijgt en de teams achteraan juist meer - ook aan wordt gewerkt. Kleine zijstap is overigens dat F1 in zekere zin het slachtoffer van diens eigen regels is. Zo hebben teams als Ferrari en Mercedes nog veel meer geld op de plank liggen dat ze kunnen gebruiken om de kloof met Red Bull te dichten, maar dat ze simpelweg niet mogen uitgeven. Voor echte amusementswaarde is een compact veld met spannende en onvoorspelbare races vele malen beter dan twee extra puntenposities, waarmee je sec de strijd om P11 en P12 kunstmatig interessant maakt. In die zin is een nieuw puntensysteem dus symptoombestrijding en symboolpolitiek.

Het tweede punt hangt samen met het DNA van de sport, waarbij moet opgemerkt dat het puntensysteem door de jaren heen constant is geëvolueerd. Gemene deler is dat punten scoren in de Formule 1 lastig en daarmee een prestatie moet zijn. Waar de eerste vijftien in de MotoGP punten krijgen en iemand zelfs na een schuiver nog kan scoren en waar iedere finisher in NASCAR punten krijgt, is de Formule 1 geen sportdag waarbij iedereen aan het eind een medaille krijgt. Punten scoren in de Formule 1 is een prestatie op zich, waar een bepaald prestige bij hoort. Het hangt ook samen met de aard van het kampioenschap. Achterhoedeteams weten bij voorbaat al dat er geen enkel scenario is waarin ze kunnen winnen, waardoor een tiende plek voor die formaties het hoogst haalbare is. Dat halen voelt vervolgens als een overwinning, juist doordat het halen van een punt een bepaalde moeilijkheidsgraad kent.

Bij het verhogen van het aantal puntenposities wordt die moeilijkheidsgraad steeds verlaagd en devalueert men de waarde van een punt in de Formule 1. Vanuit Nederlands oogpunt is het makkelijk om terug te denken aan de eerste puntenfinish van Max Verstappen in de koningsklasse, waarmee hij ook het record voor de jongste puntenfinisher greep. Dat record zal hij door de daarna ingevoerde minimumleeftijd natuurlijk ook behouden, al gaat het hier louter om de moeilijkheidsgraad die bij het scoren van een punt hoort. In de historie is die natuurlijk al meermaals gewijzigd, met bijvoorbeeld de verandering van acht naar tien puntenposities. Maar naarmate de Formule 1 de grens steeds verder en verder oprekt, wordt de lat steeds lager gelegd en wordt de waarde van een afzonderlijke puntenscore in de koningsklasse steeds verder gedevalueerd.

Net als bij rommelen met het weekendformat - waarbij Stefano Domenicali de deur alvast open zet voor meer sprints - lijkt Liberty Media zich niet direct druk te maken over het bredere geheel of het DNA van de sport. Commercie wordt belangrijker geacht: het geldt voor het sprintformat, het geldt bij de keuze van de circuits en het geldt - ondanks dat de voorgaande dingen belangrijker zijn - ook op dit vlak. Daarbij is tot slot de besluitvorming noemenswaardig. Het voorstel voor een nieuw puntensysteem wordt besproken in de Formula 1 Commission, waarin alle teams vertegenwoordigd zijn. Het proces werkt in de hand dat niemand naar het grotere plaatje of in zwaardere bewoordingen naar het DNA van de sport kijkt. Zo stemmen de kleinere teams logischerwijs voor omdat het hen meer kans op punten biedt.

Grote teams zoals Ferrari en Red Bull hebben al laten weten dat ze niet per definitie tegen zijn. Het komt doordat het hen niet direct raakt en dat het dus geen onderwerp is waarover ze strijd willen maken. Sterker nog: politiek speelt een grote rol. Als de topteams ditmaal met de kleintjes meestemmen, kunnen ze misschien wisselgeld vragen op thema's die belangrijker zijn voor hen. Het betekent dat eigen belang en politiek de doorslag geven bij een stemronde en dat het grotere plaatje nauwelijks een rol speelt. Onderaan de streep is dat de kans op een nieuw puntensysteem in de Formule 1 best reëel, waarbij het plan wordt gepresenteerd als het ei van Columbus, maar het is werkelijkheid vooral een pleister op een grotere woord is en ergens een tikkeltje opportunistisch omdat het de deur opent tot verdere devaluatie van puntenfinishes in de Formule 1.

Source: Motorsport

Previous

Next