Vorige week stierf op 82-jarige leeftijd de filosoof Daniel Dennett. In deze krant stond dat Dennetts handelsmerk zijn baard was, die hij in 1967 had laten staan als protest tegen de oorlog in Vietnam en die hij daarna nooit meer heeft afgeschoren. In de loop der tijden werd die baard steeds grijzer en er is een moment gekomen dat hij op Frans Timmermans – of beter: Frans Timmermans op hem – begon te lijken. Alleen is Timmermans uiterlijk meer gedrongen en innerlijk minder filosofisch.
Eigenlijk lijkt Dennett het meest op Ken Thompson, die andere overjarige hippie (81) uit de Amerikaanse wetenschap. Even briljant, dwars en eigenzinnig. Thompson is de informaticus, die ervoor heeft gezorgd dat jouw telefoon sterker kan schaken dan de menselijke wereldkampioen. Diep in zijn gedachten is ook Thompson een echte filosoof. ‘Wanneer je twijfelt, gebruik brute kracht’, zei hij eens.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Daniel Dennett kreeg in Nederland bekendheid door de VPRO-serie Een schitterend ongeluk uit 1993, waarin Wim Kayzer sprak met nog vijf andere keien uit de wetenschap: Oliver Sacks, Stephen Jay Gould, Stephen Toulmin, Rupert Sheldrake en Freeman Dyson. Het was knap dat Kayzer die zes heren (!) bij elkaar wist te brengen, maar ik herinner mij dat ze in de laatste aflevering tegen elkaar zeiden dat het echte gesprek nog moest beginnen. ‘Ja’, merkte Dennett op, ‘als wij vanavond alleen in bed liggen, wordt het pas echt interessant.’
Erg mooi, jammer dat zulke televisie niet meer wordt gemaakt.
Dennett was een verklaard atheïst. Hij behoorde met Richard Dawkins, Sam Harris en Christopher Hitchens tot de Bende van Vier, die de stoottroepen van het Nieuwe Atheïsme vormden. Nauwkeuriger is het om van de Bende van Vijf te spreken, want ook de deeltjesfysicus Victor Strenger hoorde erbij. Strenger was uiteindelijk de man die Uri Geller platwalste door diens paranormale gaven te betwijfelen. Het smaadproces dat Geller hem aandeed, werd smadelijk door Geller verloren.
Dennett was niet iemand die mensen hun religie misgunde. Bij herlezing van zijn boek De betovering van het geloof viel het mij op hoe mild hij eigenlijk is. Hij wil het geloof en de gelovigen in de eerste plaats begrijpen en is er niet op uit te veroordelen. Vanuit de evolutietheorie probeert hij de voordelen van religie te verklaren – en die zijn er zeker – maar uiteindelijk rest hem toch niet anders dan tegen een particuliere gelovige te zeggen: ‘Er is eenvoudig geen beleefde manier om mensen te vertellen dat zij hun leven hebben gewijd aan een illusie.’
Hieruit komt zijn observatie voort – je zou het ook een slogan kunnen noemen – dat er een categorie bestaat van believers in belief. Dat zijn mensen die zelf niet geloven, maar die religie voor anderen nuttig beschouwen. Goed, inhoudelijk mag het allemaal onzin zijn, maar tegelijkertijd zorgt een geloof voor cohesie en stabiliteit in een maatschappij, niet in de laatste plaats dankzij de kerkelijke instituties en de confessionele instanties. Believers in belief heb je in allerlei soorten en maten. Tocqueville was er zo eentje, maar ook Karl Barth en J. H. Heldring. Vergeet trouwens Frits Bolkestein niet, die zichzelf geen christen noemt, maar toch blij is dat het christendom in de westerse cultuur zo’n belangrijke plaats inneemt.
Daarbij moet ik ook denken aan de Duitse socioloog Hartmut Rosa, die een paar maanden geleden in NRC werd geïnterviewd. Hij vindt dat ‘de voortrazende mens, die alles wil begrijpen’, ook iets fundamenteels heeft verloren. Uiteraard zoekt hij de schuld daarvan gedeeltelijk bij het kapitalisme: ‘Wanneer McDonald’s een filiaal opent, is dat met het vooruitzicht dat de zaak meer geld gaat opleveren dan erin is gestoken. Dat zit ingebakken in het economische systeem. Wanneer een samenleving op die manier permanent gedwongen wordt om te groeien en te versnellen, raakt het op een gegeven moment in de overdrive.’
Als tegenwicht raadt hij ons aan eens een kerk binnen te lopen. Nou doe ik dat met enige regelmaat, vooral in het buitenland, maar zelden om daar iets te vinden waarvoor het gebedshuis oorspronkelijk is opgericht. In een kerk raak je volgens Rosa direct uit ‘de agressie-modus’. Mooi, maar ik ben daar niet helemaal zeker van. Nog maar net voordat Rosa door NRC werd geïnterviewd, vertrok McDonald’s definitief uit Rusland en betoonde de Russisch-Orthodoxe kerk zich de grote inspirator en steunpilaar voor de misdadige oorlog tegen Oekraïne. Foto’s van priesters die wapens inzegenen, ik had ze lang niet meer gezien, maar op foto’s van vertrekkende treinen naar het Oekraïense front zag ik ze weer. Kun je in een Russisch-Orthodoxe kerk nog stilte en contemplatie vinden?
‘Kerken hebben ons grote schatten gegeven, zoals muziek en architectuur, maar of die opwegen tegen de schade die ze hebben aangericht, is een andere zaak’, schreef Daniel Dennett.
Source: Volkskrant columns