‘Maak een liedje over massawerkloosheid en schuilkelders, met de terugkerende zin ‘de stoep warm houden, dát heeft zin’, in jarentachtigstijl, vleugje reggae.’ Hoor de machine ratelen en na een kleine minuut knalt het resultaat uit de speakers.
De stoep warm houden, dát heeft zin,
zeiden zij die wachtten op een sprankje hoop,
terwijl fabrieken zwegen, stil in het gezin,
en de toekomst verborg zich in een verloop
Toegegeven, het is geen nobelprijswinnende poëzie, maar dat zijn de teksten van pak ’m beet Bløf ook niet. De bijbehorende muziek is, binnen het genre, al indrukwekkender, met vleugjes Klein Orkest en tintjes Doe Maar. Het kan allemaal met AI-programma’s als Suno en Udio. Teksten met ChatGPT, plaatjes met Midjourney of video’s maken met Runway: geen terrein is veilig voor de grijpgrage handjes van generatieve AI. Ook muziek niet.
Het begint allemaal met bewondering, net als destijds bij ChatGPT. Wie voor het eerst het recent gelanceerde Udio gebruikt, staat versteld van de mogelijkheden en de vaak indrukwekkende creaties. Voor iemand die niet kan musiceren is het hoe dan ook heerlijk om eindelijk eens mooie plaatjes of fijne muziek te maken naar eigen inzicht. Met dank aan AI. Een dromerig Nederlandstalig nummer op basis van een vertaald gedicht van Baudelaire, een postpunksong in de stijl van jarentachtigband Bauhaus of een klassiek kamermuziekstuk: Udio heeft er geen moeite mee.
Dan komt al snel de dikke ‘maar’. Of liever: een aantal dikke maren. Het meest bizarre bezwaar kwam deze week van Kane-gitarist Dennis van Leeuwen. In het AD spreekt hij van ‘oneerlijke concurrentie’ door de ‘verschrikkelijke’ muziek-apps. ‘Stel dat je een middelmatige voetballer vervangt door een robot die honderd keer beter is dan de rest. Dat verpest toch het hele spelletje?’
Kane is blijkbaar in deze analogie de middelmatige voetballer, Udio de superrobot. Als muziekliefhebber zou ik zeggen: kom maar op met die honderd keer betere muziek. Zo ver is het echter nog niet. En het is de vraag of het ooit zover zal komen. Zo lang AI-muziek bestaat (al heel lang), is dit de grote onbeantwoorde vraag: is een machine in staat om écht creatief te zijn? Kan AI iets voorbrengen dat voorbij gaat aan een wiskundig gemiddelde van het materiaal waarmee het is getraind? En ook: kan het ons werkelijk raken?
Natuurlijk is er sprake van oneerlijke concurrentie, maar vooralsnog zullen vooral de makers van generieke commerciële deuntjes moeten vrezen. Misschien wel het grootste gevaar is dat de mens achteloos steeds meer taken en vaardigheden uitbesteedt aan efficiënte machines. Als de worsteling een essentieel onderdeel van het creatieve proces is, wat betekent de komst van al dat AI-gereedschap dan? Raken we als kunstmakende mens dan niet iets heel belangrijks kwijt?
Cognitief wetenschapper Douglas Hofstadter ziet zelfs dat niet als probleem: ‘Je hoeft niet bang te zijn dat de mechanisatie van de creativiteit het einde van de kunst zal markeren. Integendeel: het is een dag om naar uit te kijken, want op die dag gaan onze ogen open voor hele nieuwe werelden van schoonheid.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns