Home

‘Je hebt me beschadigd’, brult de 8-jarige vrolijk mee: waarom zijn artiesten als Meau en Flemming zo populair bij kinderen?

Waarom zijn popartiesten als Flemming, Meau en Claude zo populair bij jonge kinderen, terwijl bijvoorbeeld Antoon en Froukje dat in veel mindere mate zijn? Muziekredacteur Els de Grefte schoof voor een concert van Flemming aan tussen de 8-jarigen in de rij.

Ondanks de regen staat de Vlaamse Brent (11) al een uur voordat hij naar binnen kan in de rij voor de ingang van het Tilburgse poppodium 013. Samen met zijn moeder heeft hij anderhalf uur in de auto gezeten om straks de popzanger Flemming te kunnen zien. In zijn handen houdt hij een zelfgemaakt kartonnen bord, dat hij zorgvuldig heeft versierd met verschillende kleuren viltstift. Tussen de hartjes staat ook een vraag: ‘Flemming mag ik met je zingen?’. Brent kent namelijk alle liedjes van zijn idool uit zijn hoofd, en hoopt dat op het podium te mogen laten zien.

De muziek van Flemming is niet per se gemaakt voor kinderen, maar toch bestaat de rij voor het poppodium voor een aanzienlijk deel uit bezoekers van tussen de 6 en 12 jaar oud met hun ouders. Zij vormen een lint dat door de straten van het Tilburgse centrum kronkelt. Een vader zucht als na het omslaan van een hoek het einde van de rij nog steeds niet in zicht blijkt.

Over de auteur
Els de Grefte is popredacteur van de Volkskrant.

Als je de kinderen in deze rij vraagt wat ze zo leuk vinden aan de 28-jarige zanger, is het antwoord zonder uitzondering ‘Alles!’. Deze weinig precieze formulering verklaart niet waarom nou juist artiesten als Flemming, Meau en Claude populair zijn bij basisschoolgangers, terwijl andere populaire en jonge Nederlandstalige zangers – Antoon, Froukje – dat in veel mindere mate zijn. Wat maakt dat bepaalde artiesten en hun muziek aanslaan bij kinderen?

(On)voorspelbaarheid

Ten eerste: de muziek. Fleur Bouwer is cognitief neurowetenschapper aan de Universiteit Leiden en doet onderzoek naar wat muziek met het brein doet en wanneer we het mooi vinden.

Dat blijkt volgens haar onderzoek vooral te zitten in de mate waarin muziek ons verrast. Ons brein is continu aan het voorspellen en aan het inschatten, ook tijdens het luisteren van muziek. ‘We zijn de hele tijd voorspellingen aan het doen. Zowel over wat er gaat komen: melodie, als wanneer: ritme’, zegt Bouwer.

Muzikanten en componisten spelen met die voorspellingen. ‘De meeste mensen vinden muziek leuk als het een beetje tussen voorspelbaar en onvoorspelbaar in zit. Bij te onvoorspelbare muziek raken we de draad kwijt, maar te voorspelbaar is niet interessant.’

Op het spectrum tussen voorspelbaar en onvoorspelbaar heeft iedere luisteraar een andere favoriete plek. Die voorkeur is sterk persoonsgebonden en cultureel afhankelijk, maar schuift ook op met meer luisterervaring binnen het betreffende genre.

Bouwer heeft dit niet onderzocht bij kinderen, maar wijst wel naar onderzoek waaruit bleek dat kinderen tussen de 3 en 6 jaar oud al liever dansen op ritmes die tussen voorspelbaar en onvoorspelbaar in zitten. ‘Het is dus niet zo dat dat pas ontstaat met veel ervaring’, zegt Bouwer.

Daarom zijn om de populariteit van een artiest te verklaren sociale factoren misschien wel belangrijker dan deze cognitieve factoren, zegt Bouwer ook.

Hoogleraar popmuziek en jeugdcultuur aan de Universiteit Utrecht Tom ter Bogt kan daar iets over zeggen. Hij heeft geen onderzoek gedaan naar deze specifieke vraag en is dus voorzichtig met conclusies trekken, maar stelt vanuit zijn brede kennis van het vakgebied vier hypothesen op over de aantrekkingskracht van muziek voor kinderen op de basisschool.

Meezingers

Kinderen houden van popmuziek met een hoofdletter P. Daarmee bedoelt Ter Bogt liedjes die je al snel mee kunt zingen, met een duidelijke tekst en melodie. Een goed refrein, herhaling en voor de hand liggend rijm doet een hele hoop, want kunnen meezingen maakt een liedje meteen leuk.

Online populariteit

Sociaal medium TikTok is volgens Ter Bogt voor kinderen en jongeren belangrijk voor het ontdekken van nieuwe muziek. Artiesten die daar populair zijn, zullen eerder kinderen bereiken. Niet ieder basisschoolkind heeft al toegang tot sociale media, maar via oudere broers en zussen, ouders en mond-tot-mondreclame werkt de invloed van sociale media ook door.

Herkenbaarheid

Voor jonge luisteraars is het belangrijk dat de muziek direct aanspreekt; kinderen willen dat het liedje over henzelf gaat. Daarbij helpt het bij artiesten als Flemming en Meau dat ze in het Nederlands zingen, waardoor het des te meer voelt alsof de artiest het tegen jou heeft. ‘De artiest trekt jou meteen in zijn verhaal’, zegt Ter Bogt. ‘Het zijn verhalen waar je zelf ook in zou kunnen zitten. Het is vaak ook leuk en geestig.’

Niet leuk en niet geestig: Dat heb jij gedaan van Meau. Een breekbaar liedje over een ongezonde relatie en het trauma dat de zangeres eraan overhield, maar dat desalniettemin door de gemiddelde 8-jarige van voor tot achter –‘je hebt me beschadigd’ – wordt meegezongen. Dat komt volgens Ter Bogt omdat luisteraars teksten automatisch interpreteren op een manier die bij hun leeftijd past. ‘Een jochie van 8 gaat niet denken: o jee, een toxische relatie’, zegt Ter Bogt. ‘Maar de directheid van dat iemand mij iets heeft aangedaan, en dat was jíj, dat spreekt aan.’

Een jonge indruk

Veel van de artiesten die het goed doen bij kinderen, maken zelf een jonge indruk. Flemming (28) en Meau (23) zitten in leeftijd niet veel dichter bij de kinderen dan bij hun ouders, maar komen inderdaad een stuk frisser over dan het gemiddelde grote mens. ‘Of het zijn artiesten die je heel graag als juf of meester zou willen hebben’, zegt Ter Bogt. ‘Het zijn in ieder geval mensen die dicht bij je staan.’

Hoe gaat dat later?

Kinderen van 12 hebben al een aardig bewustzijn van muziek. Zo hebben ze volgens Ter Bogt bijvoorbeeld al een aardig idee van verschillende genres. Maar je muzieksmaak wordt pas echt gevormd in de puberteit, als je jezelf ontwikkelt en vaak weer nieuwe vrienden maakt.

‘De muzieksmaak die je grofweg tussen je 14de en 24ste ontwikkelt is de kern van wat bij de meeste mensen een leven lang aanhoudt’, zegt Ter Bogt. ‘Dan is muziek ook het belangrijkst: je wordt voor het eerst verliefd, je wordt voor het eerst in de steek gelaten, mensen zijn gemeen tegen je, je gaat uit, je hebt lol met vrienden, je gebruikt drugs. Al die dingen worden geadresseerd in populaire muziek. Popmuziek past ontzettend goed bij de adolescentie en de jonge volwassenheid.’

En de artiesten?

Voor artiesten kan het even wennen zijn, als je plots jonge kinderen voor het podium ziet. Het overkwam Doe Maar in de jaren tachtig al, zij hoorden ineens kinderen zingen over hun midlifeproblematiek en nederwiet.

De band vreesde voor de veiligheid van de kinderen in de hysterische massa bij hun shows, maar ook voor hun reputatie als artiest. ‘Je wil erkenning van je tijdgenoten, niet van iemand die net uit de luiers is’, zegt zanger Henny Vrienten daarover in de documentaire Doe Maar: Dit Is Alles.

Hij herinnert zich een moment dat hij Je loopt je lul achterna zong tijdens een optreden. ‘Een kreet van een wanhopige dertiger die iets moeilijks met de relatie heeft. En toen zag ik voor me een jongetje van 6 staan, echt niet ouder dan 6, helemaal bebuttond en met een Doe Maar-sjaal: ‘Je loopt je lul...’ Toen dacht ik, waar ben ik in godsnaam mee bezig? Dat was zo surreëel en bizar.’

En hoe zit dat bij Flemming? En bij Claude, bij Meau? Alle drie waren ze voor dit verhaal niet bereikbaar voor commentaar.

Krap een halfuur voor het einde van Flemmings show in Tilburg lopen twee ouders met allebei een kind aan de hand de zaal uit. In haar vrije hand draagt de moeder twee felgekleurde koptelefoons, die tijdens het concert de oren van de kinderen hebben beschermd. De kinderen kunnen maar moeilijk hun ogen openhouden. ‘Jullie hebben het supergoed gedaan’, zegt moeder geruststellend.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next