Hij was de eerste en enige Syriër die ooit astronaut werd. Het leverde Muhammed Faris een heldenstatus op bij het volk, maar niet bij het regime van de Assad-familie. Hij overleed op 72-jarige leeftijd.
Als je een astronaut bent en je wordt de ruimte in geschoten, worden er 24-karaats wijsheden van je verwacht. Liefst profetieën of dichtregels van het type dat op een tegeltje past. Wat zeg je op het moment dat je de aarde kunt zien? Muhammed Faris, de enige astronaut die Syrië ooit voortbracht, mocht het antwoord geven aan de president van zijn land. ‘Ik kan onze schitterende stranden zien’, sprak Faris tijdens een live-verbinding met de staatstelevisie. ‘Ik zie onze prachtige groene bergen. Het is ongelooflijk mooi.’
Of hij op daadwerkelijk iedere bergtop groen kon zien, is twijfelachtig, maar dit was het Syrië van 1987, en Faris was onderdeel van een propagandashow. Hij was er niet mee weggekomen als hij gezegd zou hebben dat de stranden van Latakia een beetje tegenvielen, zo hoog in de ruimte, dat de bergen met het blote oog nauwelijks zichtbaar waren en dat de president vanuit de kosmos bezien ook maar een iele sterveling was.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.
Als eerste Syriër (en tweede Arabier) in de ruimte werd Faris bij terugkomst een soort nationale held. Er werden straten naar hem vernoemd, een school en een vliegveld. Na de revolutie die in 2011 uitbrak, ontvluchtte hij zijn land. Afgelopen vrijdag overleed hij in de Turkse stad Gaziantep, 72 jaar oud, als gevolg van medische complicaties na een hartaanval.
Faris, afkomstig uit een eenvoudig gezin in Aleppo, klom als piloot op binnen de Syrische luchtmacht. Zijn jongensboek begon halverwege de jaren tachtig. Met zestig andere rekruten mocht hij een training ondergaan in een kosmonautencentrum buiten Moskou. Het waren de jaren van de Koude Oorlog, de relatie tussen Syrië en de Sovjet-Unie bloeide op. In ruil voor politieke steun aan president Hafiz al-Assad (de vader van de huidige dictator Bashar) hadden de Russen een maritieme basis in de havenstad Tartous gekregen.
Van de zestig kandidaten bleven er uiteindelijk vier over. Maar op ruimteschip Soyuz TM-3, met bestemming ruimtestation ‘Mir’, was slechts plek voor één Syriër. Behalve Faris zelf, een soennitische moslim, waren er een Druus (een mystiek, niet-islamitisch geloof) over en twee alawieten (een afsplitsing binnen de sjiitische islam).
De goede verstaander wist: dit was een ongelijke strijd. De Assad-dynastie was (en is) zelf alawitisch, en trok de eigen groep per definitie voor. Faris kon het wel schudden. In het multireligieuze Syrië werden soennieten zoals hij door het bewind als bedreiging gezien. Uit Damascus kwam een speciale delegatie gevlogen om de Sovjets te ‘helpen’ de juiste man te kiezen. ‘Voor de Syriërs zou het makkelijker zijn geweest om mij als nieuwe premier te kiezen dan mij hun eerste ruimtevaarder te maken’, grapte Faris nadien.
Hij werd het toch, simpelweg omdat de Russen zagen dat hij de beste was. Faris bracht bijna acht dagen door in de ruimte, voor hij aan boord van een tweede ruimteschip terugvloog naar de aarde. ‘Als je de hele wereld door je raam hebt gezien, dan bestaat er geen ‘wij en zij’ en geen politiek’, zei hij jaren later tegen The Guardian. Van president Assad kreeg hij een toespraak mee die hij geacht werd op tv voor te lezen. Maar Faris improviseerde erop los, tot irritatie van de president.
Een medaille die Faris bij terugkeer omgehangen zou krijgen, werd hem in een lullig doosje toegestopt. Naar eigen zeggen vroeg Faris de president geld vrij te maken voor de oprichting van een wetenschappelijk ruimtevaartinstituut, zodat andere landgenoten zijn voorbeeld konden volgen. Assad zag er niks in. ‘Hij (Hafiz al-Assad, red.) wilde zijn volk ongeschoold en verdeeld houden’, aldus een bittere Faris jaren later. ‘Zo blijven dictators aan de macht.’
Assad overleed in 2000, waarna zijn zoon Bashar het roer overnam. Elf jaar later ontvlamde de Syrische opstand, en ging Faris met zijn vrouw de straat op. Toen duidelijk werd dat er geen sprake zou zijn van hervormingen, glipte het gezin de grens over naar Turkije, waar de oud-ruimtevaarder zich aansloot bij de Syrische oppositie. Op hoge leeftijd werd hij een graag geziene figuur in de exilgemeenschap (‘klein Syrië’) van Istanbul; hij ontving zelfs het Turkse staatsburgerschap.
‘Mijn droom is om in mijn eigen land in de tuin te zitten en mijn kinderen buiten te zien spelen zonder angst voor bommen’, zei Faris enkele jaren geleden. ‘Ik wilde gewoon een betere toekomst voor mijn kinderen, maar buitenlandse invloeden op de revolutie hebben alles verpest. Dat is erg moeilijk te verdragen.’
Wat hij bij leven niet aandurfde, terugkeren naar zijn eigen land, gebeurde postuum wel. Afgelopen weekend werd hij begraven op een begraafplaats in een deel van Noord-Syrië dat onder controle staat van pro-Turkse groeperingen. Duizenden bewonderaars liepen mee in de stoet. Op zijn kist was het groen-wit-zwart gedrapeerd van het vrije Syrië.
3x Muhammed Faris
Er is één Arabier die Faris als ruimtevaarder voorging. Dat was de Saoedische prins Sultan bin Salman Al Saud in 1985. Anders dan Faris was hij echter geen getrainde astronaut, en dankte hij de eer aan zijn invloedrijke afkomst.
Aanbiedingen om in Moskou te komen wonen, sloeg Faris af. Hij was verontwaardigd over de steun van president Poetin aan Assad in de Syrische burgeroorlog. ‘De Russen zijn moordenaars en criminelen. Ze hebben het bloed aan de handen van meer dan tweeduizend burgers.’
Ook naar Europa of de VS wilde hij niet verhuizen, naar eigen zeggen om principiële redenen. ‘In de Syrische burgeroorlog kwamen ze niet tussenbeide toen dat nodig was. Ze zijn tegen mijn idealen, dus ik kan daar niet leven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant