Nu de Israëlische verdachtmakingen aan het adres van de hulporganisatie voor Palestijnen zijn onderuitgehaald, blijkt hoe kwalijk het is dat Nederland is meegegaan in het Israëlisch vijanddenken ten aanzien van de Verenigde Naties.
Drie maanden geleden maakte Israël bekend dat twaalf medewerkers van UNRWA, de hulporganisatie van de Verenigde Naties voor Palestijnen, mee hadden gedaan aan het bloedbad van 7 oktober in Israël. Ook beschuldigde Israël UNRWA van partijdigheid in het conflict.
De VN-hulporganisatie trad meteen op: de medewerkers werden ontslagen en er werd een onderzoek ingesteld naar de neutraliteit van UNRWA onder leiding van Catherine Conolla, de Franse oud-minister van Buitenlandse Zaken. Ondanks dit adequate optreden namen veel landen onder druk van Israël onmiddellijk afstand van UNRWA. Ook Nederland verklaarde de steun stop te zetten.
In de loop van februari en maart werd de steun aan UNRWA door de Europese Unie en een aantal andere landen hervat, omdat Israël nog steeds geen bewijs had geleverd voor de beschuldigingen tegen de UNRWA-medewerkers. Dit was ook een erkenning dat hulp aan Gaza niet mogelijk is zonder UNRWA, terwijl er al veel te weinig hulp is en in grote delen van het gebied een hongersnood heerst. De Verenigde Staten en Nederland volhardden echter in de opschorting van hun steun aan UNRWA.
Over de auteur
Thea Hilhorst is hoogleraar humanitaire studies aan de Erasmus Universiteit. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Afgelopen maandag kwam het onderzoeksrapport van Conolla uit. De beschuldigingen van Israël dat UNRWA partijdig is, zijn in het rapport ongegrond verklaard. UNRWA heeft tal van mechanismen en procedures om de neutraliteit te bewaken, meer dan veel andere organisaties. De VN-hulporganisatie is wel kwetsbaar voor kritiek rond neutraliteit en het rapport geeft aanbevelingen hoe hier nog beter mee om te gaan.
Ik had niet anders verwacht. Israël bedient zich vanaf het begin van de oorlog van verdachtmakingen van de Verenigde Naties en vooral UNRWA. Juist nu de bevolking de hulp harder nodig heeft dan ooit, heeft Israël de samenwerking met UNRWA stopgezet. In plaats van het faciliteren van hulp voor de burgers van Gaza probeert Israël de VN af te schilderen als partijdig – of zelfs partij in het conflict.
De Verenigde Naties doen wat ze moeten doen: Gazanen behandelen als mensen met mensenrechten en, wat ze heel goed kunnen, hulpvragen in kaart brengen en hulp verlenen. Desondanks probeert Israël de organisatie verdacht en het werk onmogelijk te maken.
Toen Nederland de steun aan UNRWA in januari opzegde, was dit volgens toenmalig minister Geoffrey van Leeuwen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) vooral een politiek signaal, omdat de Nederlandse bijdrage voor dit jaar al was overgemaakt. Voor mij is juist dat signaal heel kwalijk. In een conflict moeten we niet afgaan op de woorden van partijen die belang hebben bij een bepaalde voorstelling van zaken en propaganda niet schuwen. Door het woord van een oorlogspartij boven dat van de VN te plaatsen, ondermijnt Nederland de geloofwaardigheid van de internationale samenwerkingsorganisatie.
Het ‘nooit meer’ na de Tweede Wereldoorlog ging er over dat de wereld niet opnieuw wilde toekijken hoe een bevolkingsgroep wordt ontmenselijkt en vervolgd. Het was aanleiding voor het oprichten van de Verenigde Naties, mensenrechtenverdragen en internationale gerechtshoven, nota bene in Den Haag. De verdachtmakingen aan het adres van UNRWA zijn door het onderzoek van de commissie-Conolla onderuitgehaald.
Tijd voor Nederland om de steun aan UNRWA te hervatten en de VN weer ruimhartig te steunen. Wees zuinig op het internationale stelsel dat we hebben opgebouwd omwille van vrede, rechtvaardigheid en bescherming van slachtoffers van conflicten.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant