Hoogleraar en econoom Bob Goudzwaard was wegbereider voor wat later in zwang zou raken als de ‘economie van het genoeg’. Zijn leven lang bleef hij zijn geloof trouw, evenals zijn opvatting dat er waarde schuilt in wat schaars is.
Toen nog niet bij ieder huishouden een auto voor de deur stond – laat staan voor iedere inwoner van dat huis – vond hoogleraar economie Bob Goudzwaard al dat het genoeg was. Niet langer moest alles in het teken staan van groei, groei en nog eens groei. Behalve dat de welvaartsvergroting en consumptiedrift moest worden afgeremd, was het nodig andere schaarse goederen – zoals het milieu – ook te beprijzen.
Goudzwaard was in 1973 al wakker geschud. Door het rapport Grenzen van de groei van de Club van Rome, maar ook door de oliecrisis die daar op volgde. Hij roeide tegen de stroom van andere economen in. Ondanks de stijgende werkloosheid vond Goudzwaard dat er niet moest worden gestreefd naar volledige werkgelegenheid. Nee, de economie zou juist moeten worden beteugeld.
Peter de Waard is journalist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Hij publiceerde onder meer Kapitalisme en vooruitgang (1982) en samen met de remonstrantse econoom Harry de Lange Genoeg van te veel, genoeg van te weinig (1986). Met dit compacte boekje werd het begrip de ‘economie van het genoeg’ gelanceerd.
Daarbij baseerde Goudzwaard zich niet alleen op de Club van Rome, maar ook op de Bijbel. Hij citeerde de apostel Paulus in diens brief aan Timotheus: ‘Wees tevreden met je voedsel en je kleren en onderdak; zo niet, dan verval je in schadelijke begeerten.’ Collega-economen noemden hem daarom ook wel gekscherend een dominee.
In de jaren zeventig was Goudzwaard nauw betrokken bij de Groep van Achttien, een overleg van de ARP, KVP en CHU dat bezig was met de oprichting van het CDA. In 1977 deed deze nieuwe fusiepartij voor het eerst mee aan de verkiezingen. Goudzwaard schreef mee aan het CDA-programma Niet bij brood alleen – eveneens op een Bijbelboek geïnspireerd – waarmee Van Agt die verkiezingen ook won.
Maar toen de nieuwe CDA-leider in zee ging met Hans Wiegel van de VVD, haakte hij af. ‘De partij is verslingerd aan economie en bewapeningstechniek.’ Doorslaggevend voor zijn vertrek was het feit dat het CDA zich toen inzette voor modernisering van het kernwapenarsenaal. Joop den Uyl zei in die tijd over hem: ‘Goudzwaard is goud waard.’
Hij stapte over naar de kleine progressief-christelijke EVP, die tien jaar later zou opgaan in GroenLinks. In de jaren tachtig werd hij met zijn ideeën een roepende in de woestijn. In de neoliberale golf werd hebzucht omarmd als recept voor ongekende materiële welvaart voor iedereen. Miljonairs wilden multimiljonairs worden, multimiljonairs weer miljardairs. Maar Goudzwaard keerde zich ook om andere reden tegen deze consumptieverslaving: ‘steeds meer’ moest niet het doel zijn van het bestaan.
Goudzwaard, die bij uitstek bekendstaat als ideoloog van het christelijk-sociale denken, overleed afgelopen zaterdag op 90-jarige leeftijd in Huis ter Heide in de gemeente Zeist. Lange tijd woonde hij ook in Canada en Zuid-Afrika.
Het laatste decennium heeft hij nog kunnen meemaken dat er hernieuwde belangstelling is voor zijn theorie van ‘de economie van het genoeg’. Zo werd het boek Donuteconomie van econoom Kate Raworth in 2017 een wereldwijde bestseller. Ook andere van zijn ideeën uit de vroege jaren zeventig werden opgepakt, zoals het beprijzen van het milieu als schaars goed, wat leidde tot de handel in CO₂-rechten.
Goudzwaard werd geboren in een gereformeerd gezin in Delft. Hij studeerde economie aan de Economische Hogeschool in Rotterdam en werd in die tijd ook politiek actief voor de Anti-Revolutionaire Partij (ARP).
In 1959 werd hij medewerker van het wetenschappelijk instituut van de ARP. In 1967 werd hij gekozen tot lid van de Tweede Kamer. Hij zou tijdens zijn Kamerlidmaatschap ook promoveren op een proefschrift met de titel Ongeprijsde schaarste, dat handelde over de gevolgen van milieuverontreiniging en verkeersoverlast.
In 1971 leek hij in aanmerking te komen voor een ministerspost in het kabinet-Biesheuvel. Maar hij had er geen trek in. Datzelfde jaar werd Goudzwaard benoemd tot hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 1977 werd hij nog twee keer gepolst voor een ministerspost – achtereenvolgens voor Sociale Zaken en Ontwikkelingssamenwerking – maar ook ditmaal weigerde hij. Binnen het CDA kreeg hij de reputatie van een querulant.
Hij zou tot 1999 hoogleraar blijven aan de VU. Daarnaast was hij tien jaar voorzitter van ICCO, de interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking, nu Cordaid. Ook internationaal was hij actief. Hij was nauw betrokken bij de gesprekken tussen de Wereldraad van Kerken en het IMF. Hij bleef zijn geloof trouw, net als zijn principes. In 2011 schreef hij dat in materiële zin krimp moet plaatsvinden, maar dat er geen vermindering van het welzijn zou hoeven op te treden.
Na het overlijden van zijn eerste vrouw trouwde hij in april 2010 met de Zuid-Afrikaanse filosoof Elaine Botha, die hij had ontmoet toen hij daar de strijd tegen de apartheid kwam steunen. Zij overleed vier jaar geleden. In 2011 ontving hij in Kampen een eredoctoraat van de Universiteit van de Protestantse Kerk in Nederland – in de theologie. In 2014 kreeg hij een eredoctoraat van het Institute for Christian Studies in Toronto.
3x Bob Goudzwaard
• ‘Ik ben voor een ander type groei, die meer doet denken aan een boom. Bij een boom zijn cellen ingeschakeld bij de groei, hij draagt vruchten en de ondergrond wordt niet belast. Dat is mogelijk omdat de boom de wijsheid heeft dat hij niet tot in de hemel kan groeien.’
• ‘Er is economisch een mogelijkheid om te zeggen: wij gaan ons oriënteren op vruchtdragendheid, namelijk dat mensen zinvol werk hebben, dat de dienstverlening in stand blijft, dat de basisbehoeften kunnen worden bevredigd.’
• ‘In de consumptiemaatschappij leggen we onszelf grote druk op. Consumeren kost tijd en zorgt ervoor dat we minder tijd hebben voor elkaar. De eenzaamheid neemt toe, de solidariteit neemt af. Consumeren geeft je een voortdurend haastgevoel. Voor je gevoel moet je wel meedoen, uit angst voor sociale uitsluiting.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant