Universitaire media
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Het was een fors dreigement dat vorige week in de mailbox van Saskia Bonger belandde. Bonger is hoofdredacteur van Delta, het journalistieke platform van de Technische Universiteit Delft, en ze had zojuist een artikel gepubliceerd over de sociale onveiligheid op een universiteitsafdeling. De mail was afkomstig van de afdeling juridische zaken van de TU Delft. Bonger zou „persoonlijk aansprakelijk” worden gesteld voor „eventuele schade die de TU zou lijden” als het artikel niet onmiddellijk offline zou worden gehaald.
De hoofdredacteur koos „onder protest” eieren voor haar geld en verwijderde het gewraakte stuk. Nadat er ophef over de kwestie was ontstaan, zette de universiteit een mededeling op haar website met excuses voor het blokkeren van de publicatie. Het artikel is echter nog steeds niet te lezen op de site van Delta, omdat Bonger geen garantie heeft gehad dat zij niet persoonlijk hoeft op te draaien voor een eventuele schadeclaim.
Deze kwestie is geen geïsoleerd incident. Overal in Nederland staat de positie van universitaire media onder druk. Journalistenvakbond NVJ en de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -communicatie Nederland (VWN) sloegen daarom vorige maand alarm over de persvrijheid in het hoger onderwijs. De media op universiteiten (en hogescholen) staan steeds meer óf direct onder controle van de afdeling communicatie óf hebben te maken met forse druk van bovenaf om het blazoen van de instelling niet te besmeuren.
Universitaire media zijn kinderen van de jaren zestig. Bij de democratisering die de academie toen doormaakte, hoorde een vrije pers waarin het bestuur het vuur na aan de schenen werd gelegd. Samen met een mondige universiteitsraad was de universiteitskrant een middel waarmee tot op dat moment almachtige regenten tot verandering konden worden gedwongen.
De sixties zijn inmiddels alweer een tijdje voorbij: de universiteitsraad heeft veel van haar macht ingeleverd en de universitaire pers moet al jaren knokken om haar onafhankelijkheid te behouden. Redactiestatuten bieden vaak te weinig bescherming tegen voorlichters en bestuurders die uit angst voor ‘slechte publiciteit’ onprettig nieuws binnenskamers willen houden. Universiteiten zijn immers elkaars concurrent als het gaat om het aantrekken van wetenschappers en studenten. Dus is alleen goede publiciteit gewenst: het product moet zo glimmend mogelijk in de etalage staan. In het corporate magazine van Shell of Unilever wordt ook niet uitgebreid uit de doeken gedaan wat er allemaal mis is met het bedrijf, immers.
Allicht, maar universiteiten (en hogescholen) zijn nadrukkelijk géén bedrijven. Het zijn instellingen waar van belastinggeld onderwijs wordt gegeven en onderzoek gedaan. De universiteit is ook een gemeenschap, een civitas academica die bestaat uit een unieke mengeling mensen van over de hele wereld, van eerstejaars tot emeritus hoogleraar. Daar hoort een medium bij waarin geschreven kan worden over wat er leeft binnen die gemeenschap – of dat nu werkdruk, gebrek aan onderzoekstijd of de oorlog in Gaza is.
Bestuurders in het hoger onderwijs moeten een beetje moed tonen. Ze verkeren in een bevoorrechte positie: ze mogen leidinggeven aan instellingen vol slimme en kritische mensen die iedere dag bezig zijn kennis te verwerven en door te geven. Die praktijk is gebaat bij een cultuur waarbinnen de uitingsvrijheid zo groot mogelijk is. Vanzelfsprekend hoort daar een vrije universitaire pers bij. Het is treurig dat dit betoogd moet worden.
Source: NRC