De Tweede Kamer zal dinsdag in het debat over de parlementaire enquête Fraudebeleid een punt willen zetten achter het toeslagenschandaal. Maar zelfs na vijf jaar discussie is over de oplossingen nog geen consensus en dienen nieuwe problemen zich alweer aan.
Aan de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie valt door de Kamer dinsdag nauwelijks nog wat toe te voegen. Het oordeel van de commissie over het fraudebeleid van de afgelopen decennia was bij de presentatie van het vuistdikke rapport eind februari snoeihard. Mensen werden ‘vermorzeld’ in het systeem en hun grondrechten geschonden. Opeenvolgende kabinetten, de Tweede Kamer en de rechtspraak waren ‘blind’ voor de gevolgen.
‘Het kan morgen weer gebeuren’, was de ontnuchterende afdronk van het rapport, dat ook gelezen moest worden als een waarschuwing aan de politiek. ‘Alle drie de staatsmachten’ schoten immers tekort, ook het parlement zelf. De Kamer ontkomt er dus niet aan om dinsdag de hand in eigen boezem te steken.
Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever voor de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid.
Volgens de commissie begint dat bij het overnemen van de aanbevelingen. Dat zijn er in totaal negentien: variërend van het stutten van de rechtsstaat en het herzien van handhavingsbeleid tot het opsplitsen van de Raad van State en het afschaffen van het toeslagenstelsel.
Heel spannend lijkt dat niet te worden. Aanbevelingen van een parlementaire enquêtecommissie worden in de regel overgenomen. De Kamer stelt de commissie immers zelf aan en de leden zijn afkomstig uit fracties van het overgrote deel van de partijen. Bovendien zijn partijen er van links tot rechts doordrongen dat de oorzaken van het falen van de overheid weg moeten worden genomen.
Toch is voorafgaand aan het debat in de wandelgangen te horen dat het verzamelen van steun voor een motie om alle aanbevelingen over te nemen ‘moeizamer’ gaat dan verwacht. Met name aan de rechterzijde van de Kamer zou nog twijfel bestaan over zo’n voorstel.
Het legt bloot dat de discussie ook na de harde conclusies van de commissie nog niet voorbij is. Iedereen is overtuigd van de ernst van het toeslagenschandaal, maar tegelijkertijd worstelen partijen met de vraag hoe fraude dan wel aangepakt moeten worden. Bovendien is een deel van de Kamer wel degelijk voorstander van een stevigere aanpak dan nu het geval is.
De worsteling werd vorige week goed zichtbaar toen het in de Kamer ging over een mogelijk georganiseerde fraude met toeslagen vanuit Bulgarije. Kamerleden bleven benadrukken dat het ‘een beladen onderwerp is’ en waren een stuk voorzichtiger dan debatten in het verleden. NSC-Kamerlid Folkert Idsinga benadrukte met het dikke enquêterapport op tafel dat ‘we moeten leren uit het verleden’. Ondertussen wezen ze er ook op dat fraude wel degelijk moet worden aangepakt en ‘de blik niet moeten afwenden’ als er wel iets misgaat.
Sinds de misstanden in het toeslagenschandaal aan het licht kwamen, zijn de controlemiddelen flink ingeperkt. Zo is het ‘intensieve toezicht’ sinds 2020 stopgezet omdat de controlesystemen niet voldeden aan wetgeving en discriminerend waren. Demissionair staatssecretaris Aukje de Vries (Toeslagen) noemde het stopzetten ‘terecht’ maar benadrukte ook dat de Dienst Toeslagen ‘nauwelijks kan handelen op signalen van mogelijk misbruik’.
Ook als de Kamer alle aanbevelingen zonder slag of stoot aanneemt, is het dus de vraag hoe het fraudebeleid in de toekomst wordt vormgegeven. De discussie daarover komt eigenlijk nog maar net op gang. Hetzelfde geldt voor een van de andere aanbevelingen van de commissie, het afschaffen van het toeslagenstelsel, dat nog een geheel eigen debat vergt en waarover overeenstemming nog ver weg is.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant