Het oude Twee motten-liedje van Dorus klinkt weer op TikTok en Spotify, maar er bestaat geen enkele plek waar het volledige Nederlandse muziekverleden is samengebracht. Kabinet, doe daar eens wat aan.
Wie deze week Radio 2 aanzet, hoort waarschijnlijk een liedje van Nederlandse bodem. De Koninklijke 500 worden namelijk uitgezonden, een soort mini-Top 2000 met louter liedjes uit Nederland.
Ondertussen zal op 26 april op talloze basisscholen in Nederland Daba die daba da te horen zijn, het nieuwe nummer van Kinderen voor Kinderen voor de Koningsspelen. Het is met zo’n 3 miljoen views al wekenlang ‘trending’ in de YouTube-lijsten, net als andere heel uiteenlopende Nederlandse acts als Roxy Dekker, Marco Schuitmaker, Frenna en Goldband.
Over de auteurs
Laurens Ham (universitair docent en liedonderzoeker, Universiteit Utrecht); Lisa Lucassen (collectiespecialist Theater, Allard Pierson); Miles Niemeijer (muziekadviseur, Podiumkunst.net); Vic van de Reijt (publicist, muziekkenner en verzamelaar); Mijke Sekhuis (sopraan en coördinator projecten, Podiumkunst.net)
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het gaat goed met de Nederlandse muziek – niet in de laatste plaats met de Nederlandstalige muziek. Van dance via hiphop tot indierock en levenspop: de diversiteit van goede en succesvolle muziek van eigen bodem lijkt groter dan ooit.
Er zijn waarschijnlijk maar weinig mensen te vinden die niet ‘iets’ hebben met een liedje of bandje uit eigen land. Voor de een is het nostalgie, voor de ander is het een kennismaking met de cultuur van het land waarin hij of zij net is gaan wonen. Voor Nederlandse artiesten is het het badwater waarin ze worden geworpen zodra ze muziek gaan luisteren en maken. Zoals singer-songwriter Lucky Fonz III onlangs zei: ‘Ik zie het als een heel oude rivier waarin je kunt gaan zwemmen.’
Die heel oude rivier roept misschien associaties op met grandeur, maar ook met kwetsbaarheid – en dat is passend, want oudere liedjes staan vaak op breekbare 78-toerenplaatjes. Nog kwetsbaarder is het museum- en archiefbeleid rondom deze plaatjes: er bestaat geen enkele plek in Nederland waar het volledige Nederlandse muziekverleden is samengebracht. En daar moet dringend iets aan veranderen.
Het is niet dat er helemaal geen instellingen zijn die populaire muziek in al haar fysieke vormen bewaren, beschikbaar stellen of onderzoek ernaar mogelijk maken. Denk aan de grote collecties theater en jazz van museum Allard Pierson, de kolossale collectie audio- en visueel materiaal van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, de wereldwijd unieke bladmuziekcollectie van Stichting Omroep Muziek of de liedbladen van het Meertens Instituut, naast een keur aan kleinere en regionale instellingen.
Maar de centrale coördinatie en het overzicht ontbreken. Wie een overzicht wil van boeken, kranten en tijdschriften uit pakweg 1933, kan terecht bij de Koninklijke Bibliotheek en de digitale collectie Delpher. Wie de muzikale productie uit datzelfde jaar goed zou willen overzien en beluisteren, is dagenlang bezig – áls het al lukt.
Het oudste en spannendste materiaal is bovendien het minst goed gerepresenteerd in de officiële erfgoedcollecties: denk aan de duizenden 78-toeren-platen uit de periode van 1900 tot 1959 of muziek uit het Caribisch gebied.
Die cruciale perioden en cultuurgebieden zijn echter wél bijna compleet samengebracht door Nederlandse privéverzamelaars, die daarmee de belangrijkste schatbewaarders van het Nederlandse lied zijn geworden. Een handvol liefhebbers, veelal rond de verzamelaarsvereniging De Weergever, heeft een onwaarschijnlijke fysieke collectie opgebouwd.
De afgelopen jaren is er onderzoek gedaan naar deze wandelende platenkasten, die een formidabele kennis hebben opgebouwd maar vaak op leeftijd zijn. De toekomst van hun collecties is ongewis. Er is immers geen publieke plek in Nederland waar je heen kunt als je je verzameling wilt onderbrengen – de enige plek die de breedte van het Nederlandse platenverleden wil dekken, het relatief jonge Vinyl Voorgoed, is ook in private handen. En welke instelling heeft er zomaar ruimte voor tien- of honderdduizenden platen?
Onlangs lieten Taalunie, Allard Pierson en Podiumkunst.net de documentaire Vergeet me lied maken naar aanleiding van dit verzamelaarsonderzoek. Daaruit blijkt dat er serieuze vraag is naar dit materiaal: bij muzikanten als Lucky Fonz III, in het onderwijs, bij het publiek als geheel. Ook allerlei projecten van de laatste jaren laten de kracht van dit materiaal zien. Er spelen in 2024 twee afzonderlijke voorstellingen rond het werk van Wim Sonneveld.
Platenmaatschappij Top Notch, lange tijd bekend als hiphoplabel, bracht enkele jaren geleden vergeten levensliederen van onder meer Nelis en Alie Roelvink weer onder de aandacht. Dorus’ Twee motten ging eind 2023 zelfs viraal op TikTok en Spotify.
De tijd is daarmee rijp om te gaan werken aan het behoud en de digitale ontsluiting van al dit Nederlandse muziekerfgoed. Daar is samenwerking en een investering voor nodig. Daarom roepen we de formerende partijen op om de komende jaren serieus werk te gaan maken van Nederlands muzikaal erfgoed: zo’n collectie draagt bij aan beter muziek- en taalonderwijs, de maatschappelijke cohesie over generatie- en groepsgrenzen heen en aan een stevig nationaal cultureel geheugen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant