Home

Terry Anderson, de journalist die bijna zeven jaar werd gegijzeld in Libanon, overleden

Terry Anderson, de journalist van persbureau Associated Press die tijdens de Libanese burgeroorlog werd ontvoerd, is op 76-jarige leeftijd overleden. Bijna zeven jaar zat hij vast, langer dan iedere andere westerse gegijzelde in die tijd.

Anderson zat in de jaren tachtig als hoofd van het Midden-Oostenbureau van AP in Libanon, dat op dat moment verwikkeld was in een bloedige burgeroorlog. Israël was het land enkele jaren daarvoor binnengevallen, terwijl door Iran gesteunde islamitische milities zich op gewelddadige manier verzetten tegen westerse invloed in het land.

Gedurende de oorlog trok een golf van gijzelingen door het land. Anderson was een van de tientallen personen uit het westen die door islamitische milities werd ontvoerd. Na een potje tennis met een collega was hij onderweg naar diens huis in de Libanese hoofdstad Beiroet, toen hij in de morgen van 16 maart 1985 door gewapende mannen van Hezbollah uit zijn auto werd gesleurd.

Over de auteur
Thom Canters is algemeen verslaggever van de Volkskrant.

Met zijn gijzeling zou Hezbollah wraak hebben willen nemen voor het gebruik van Amerikaanse wapens bij aanvallen van Israël op moslims in Libanon.

Eenzame opsluiting

Het grootste deel van zijn gevangenschap was Anderson geblinddoekt, vastgebonden aan zijn handen en voeten. Weliswaar zei hij later niet gemarteld te zijn, in elkaar geslagen werd hij wel. Bovendien spendeerde hij lange periodes in eenzame opsluiting.

Dat hij niet gek werd, dankte hij naar eigen zeggen aan zijn geloof, alhoewel hij ook besefte dat hij uiteindelijk op zichzelf aangewezen was: ‘De enige echte bescherming die ik had was om te onthouden dat niemand van mijn zelfrespect en waardigheid kon afnemen. Alleen ik kon dat doen.’

Pogingen om hem en andere Amerikaanse gijzelaars vrij te krijgen, speelden een belangrijke rol in wat bekend is komen te staan als de Iran-Contra-affaire. In het geheim hadden de VS een wapenembargo aan Iran omzeild, om met het het opgestreken geld rechtse rebellen in Nicaragua te financieren. De regering van president Ronald Reagan hoopte – tevergeefs – met de wapenverkoop Iran daarnaast te bewegen de gijzelaars vrij te laten.

Na 2.454 dagen kwam Anderson op 4 december 1991 alsnog vrij. In de tussentijd was zijn vrouw, zwanger op het moment van zijn gijzeling, bevallen van hun dochter. Op 6-jarige leeftijd kreeg Anderson haar voor het eerst te zien.

Tweede leven

Zijn terugkeer naar de Verenigde Staten betekende de start van een tweede leven. Hij gaf les in journalistiek aan verschillende universiteiten, opende een bluesbar in een studentenstad, en maakte een populaire radiotalkshow. Over de ontberingen tijdens zijn gevangenschap schreef hij in zijn memoires uit 1993, getiteld Den of Lions.

Bovendien startte hij een rechtszaak tegen Iran, omdat hij het islamitische regime verantwoordelijk hield voor zijn gijzeling. Dat leverde hem uiteindelijk ruim 24 miljoen euro schadevergoeding op, betaald uit Iraanse tegoeden die waren bevroren in de VS.

Zolang als hij vast had gezeten, zolang kostte het hem om zijn leven weer op de rails te krijgen, vertelde hij in 2015 aan de Volkskrant. ‘Zeven jaar lang hoefde ik niks te beslissen, mocht ik niets beslissen’, zei hij. ‘En plotseling moet je honderd beslissingen op een dag nemen. [...] De vrijheid overweldigde me, ik kon er niet mee omgaan.’

Maar verloren wilde hij zijn zeven jaar gevangenschap niet noemen. ‘Ik heb, veel langer dan een gemiddeld mens, de tijd gehad om na te denken over mijn leven, om prioriteiten in de juiste volgorde te krijgen’, zei hij uit. Die zeven jaar, die waren volgens hem juist de sleutel naar zijn latere geluk.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next