Home

Het veerpontjesseizoen is weer begonnen: ‘Niemand heeft haast en iedereen is aardig’

Sinds deze maand zijn ze bijna allemaal weer in de vaart: de voetgangers- en fietserspontjes die – zo blijkt – een verzamelpunt zijn van mensen met een goed humeur. Vijf schippers over de charme van heen en weer.

Veerpont Eemdijk - Eemnes. Over de Eem, van maart tot en met oktober elke dag behalve zondag, nu van 06.30 uur tot 20.00 uur, vanaf mei tot 21.00 uur.

Evert Hoolwerf (68) houdt van varen, zijn klompen en van kletsen, maar niet van het pinapparaat dat hij de hele dag door moet bedienen. ‘Met cash betalen is gewoon handiger, alleen: dat kun je de mensen niet aan het verstand brengen. ‘Je moet met de tijd meegaan’, zeggen ze. Neem gewoon wat geld mee, denk ik dan. Als iemand 60 cent wil pinnen en het is druk; dat is toch niks waard?’

Onbetaalbaar: het weidse uitzicht over de Eempolder, waar het in het voorjaar stikt van de weidevogels.

Hoolwerf is een van de twee schippers van de veerpont die elke dag tussen zijn woonplaats Eemdijk en Eemnes vaart, behalve op zondag, de omfietsdag des Heeren. Ieder nemen ze een dagdeel voor hun rekening, ’s ochtends of ’s middags. Ze zijn kleine zelfstandigen, niet in dienst van de gemeente, zoals een heleboel mensen denken.

Over de auteur
Gidi Heesakkers  is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en over populaire cultuur en gewoonten in het dagelijks leven. 

Deze vrijdagochtend heeft Hoolwerf pas twintig man van de ene naar de andere kant gebracht. Morgen zal het een stuk drukker zijn, dan wordt het warm en gaan veel mensen in Spakenburg naar de markt.

Op het veerhuisje in Eemdijk hangt de tekst van een Drs. P-klassieker die talloze veerhuisjes siert, binnen een oude Ajax-vlag. ‘Laten we het daar maar niet over hebben.’

Het gaat telkens over het weer vandaag. ‘Dat het zonnetje moet komen. En net was er iemand die onderzoek doet naar vogels. Met hem ging ik een discussie aan over kievitskuikens. Ik vind: je zou kievitseieren gewoon moeten rapen tot de eerste zaterdag van april, daarna moet je de weidevogels in het broedseizoen beschermen.’ Hij wijst naar het logo op zijn jas: ‘Ik ben lid van de weidevogelvereniging. Te vroeg geboren kievitskuikens, daar komt niks van terecht.’

Behalve kaartjes voor de overtocht verkoopt hij blikjes en flesjes frisdrank, 2 kilo uien voor 2 euro en 5 kilo Frieslanders voor 5 euro. ‘Vroeger verkochten we soms wel twintig zakken in de week. Als ik er nu twee kwijtraak, is het veel. De mensen eten bijna geen aardappelen meer, helemaal de jeugd niet.’

Hij nog wel.

In de stuurhut staat de radio altijd aan en leest hij op rustige momenten de krant. Met pretogen: ‘Niet die van jullie.’ Er hangt een handleiding voor het redden van rustige en onrustige drenkelingen. Dat is nooit aan de orde geweest, ‘godzijdank niet.’ Weer die blik: ‘Ik red alleen vrouwen.’

Hij heeft een vrouw, ‘gelukkig wel ja’, al 41 jaar. Ze komt iedere ochtend om 10 uur koffie brengen, met de honden. Vandaag toevallig niet; ze is zelf aan het werk.

De vader van Evert Hoolwerf was ook schipper op de pont. Zelf wilde hij ook zo’n vrij beroep, hoewel dit heen en weer varen vrij én niet vrij is; in de zomer een paar weken op vakantie gaan is er niet bij. ‘Dat kan niet, want je bent maar met zijn tweeën. Ik kan goed met mijn maat opschieten, we staan voor elkaar in. Godzijdank zijn we nooit ziek – laten we het even afkloppen. Eén keer heb ik in het ziekenhuis gelegen. Toen was ik met mijn gladde klompen van de trap gevallen. ’s Morgens om 7 uur werd ik uit het ziekenhuis opgehaald, en om 9 uur stond ik hier weer, met gekneusde ribben.’

Het is geen baan voor jonge mensen, vindt Hoolwerf. ‘Voor het geld hoef je het ook niet te doen.’ Hij heeft er altijd bij gewerkt. Nu niet meer. ‘Ik heb een leuke hobby voor in de wintermaanden, dat noemen ze ganzenflappen, ganzen vangen. Kijk maar eens op YouTube, een filmpje van Wim Smeets.’

Er vaart een boot met een Feyenoordvlag voorbij. Hoolwerf, onverstoorbaar: ‘Kijk, als je geen Feyenoordsupporters had, was het ook niet leuk meer. Zo simpel is het. Je moet respect hebben voor iedereen.’

Een wielrenner die even op adem komt van volle bak tegenwind vraagt of-ie met pin kan betalen en begint dan een verhaal over een vakantie naar de Noordkaap. ‘Ik heb één keer kronen in de hand gehad, om op een camping te douchen. Voor de rest hebben we alles met pin gedaan. In Denemarken, Zweden, Finland en Noorwegen kennen ze niet anders. Maar kom dan eens in Noord-Duitsland: daar kun je nog geen kopje koffie drinken zonder cash.’

Op Hoolwerfs gezicht verschijnt een grote grijns: ‘En terecht. Die Duitsers zijn zo gek nog niet!’

Enspijkse veer, Enspijk - Landgoed Mariënwaerdt (Beesd). Over de Linge. Van april tot en met september dagelijks van 9.30 uur tot 17.30 uur (behalve bij slecht weer).

In het weekend komen volgens Bert Koekenbier (74) uit Leerdam de uitzonderingen op de regel tevoorschijn, maar doordeweeks is het publiek van het geel-groene pontje in de Betuwe te omschrijven als ‘90 procent grijs haar en elektrische fietsen’.

Zijn vierde seizoen als veerman begon twee weken geleden. Hij is altijd gek van pontjes geweest. Waarom? ‘Dat weet ik eigenlijk niet.’

Met de vijf andere schippers van Marietje zit hij in een appgroep, waarin het vooral over de weersomstandigheden gaat; als er meer dan 70 procent regen is voorspeld, varen ze niet. ‘Je moet het zelf inschatten, wat het weer gaat doen. En als je besluit eerder weg te gaan omdat er niemand komt, app je de hoofdschipper even: ‘Ik vind het slecht weer, ik ga weg.’ Als er dan toch mensen willen overvaren, bellen ze hem.’

De zes mannen zijn vrijwilligers bij Heerlijkheid Mariënwaerdt. Aan het einde van het seizoen gaan ze van de fooienpot naar het pannekoekenhuis op het landgoed.

In amper een minuut vaart Koekenbier alweer een vriendinnengroep naar de overkant, de vrouwen nemen vlug een paar foto’s. Dat lijkt een automatische reflex, zegt hij: bijna iedereen pakt zijn telefoon om de oversteek van de Linge vast te leggen. Over de tariefverhoging, van 1 euro naar 1,50 euro, krijgt hij vooralsnog weinig klachten.

Gisteren was een topdag. Een collega had wel zeshonderdvijftig klanten, op het grindpad aan allebei de oevers vormde zich een rij. Op die momenten openbaart zich de aantrekkingskracht van zijn hobby: ‘Niemand heeft haast en iedereen is aardig. Het is ook maar een kort stukje natuurlijk. Er is weinig tijd voor chagrijn.’

Voet- en fietsveer Blitterswijck - Wellerlooi. Over de Maas, van april tot en met oktober dagelijks, nu van 9.30 uur tot 18.30 uur, vanaf mei tot 19.30 uur.

‘Daar komt een vervelend bootje aan’, zegt Grad van IJzendoorn (70) uit Well, en hij demonstreert gelijk even hoe je dat doet, met veerboot Kobus de golven opvangen van een speedboot die hem eigenlijk voorrang had moeten geven. ‘Eerst een bochtje maken. Als ik daarna achter ’m aan vaar is het water helemaal stil.’

In de cabine zet hij even later weer zes streepjes in het boek waarin hij het aantal overgevaren personen bijhoudt: ‘Het was vanmiddag gelijk druk, zie je?’

Van IJzendoorn werkte in de ploegendienst bij aardappelverwerker Aviko, de laatste tien jaar zat hij in de ongediertebestrijding. Zijn vaarbewijs had hij al gehaald toen hij na zijn pensionering drie jaar geleden in het dorpskrantje een oproep tegenkwam van de stichting die sinds 2002 met vrijwilligers het pontje in de vaart houdt. ‘Ik kon gelijk beginnen.’

Kobus is geen kettingveer, maar een losvarende boot. Gisteren stond het water te hoog om te varen – dan moeten wandelaars en fietsers vier kilometer verderop over de brug de Maas oversteken.

Vandaag kan het net. ‘Je moet wel opletten, zeker met die wind erbij.’ In de verte doemt een tanker op. Er passeren veel ‘grote jongens’, zegt Van IJzendoorn. ‘Het is een gevecht met de natuur, met de stroming van de Maas en de wind. Als ik nu niet hard genoeg stuur, zit ik al tegen de paal aan.’

Bijvangst: bij het afrekenen stuit hij geregeld op speciale euromuntstukken die hij kan toevoegen aan zijn verzameling.

Op de veerstoep in Blitterswijck, op camping ’t Veerhuys, ziet hij de cockerspaniël van vaste pontjesgast Hans al staan. ‘Kijk maar eens wat er gebeurt’, zegt hij vlak voor de natte hond op hem af rent. ‘Lizzy weet dat ze altijd een hondensnoepje van mij krijgt.’ Twee snoepjes, verbetert Hans hem. ‘Heen en terug.’

Voetveer Af en toe, Ammerstol - Groot-Ammers. Over de Lek. Van Tweede Paasdag tot en met september, alleen op zon- en feestdagen, van 11.00 uur tot 17.00 uur.

Aan de overkant van de Lek hangt een witte boei aan een paal. Het was ooit een ton, vertellen Gerjo Goudriaan (63) en Bert Overbeek (76) in de zon op het terras van de soos Af en toe in Ammerstol, waar koffie te krijgen is voor 1,50 euro. Het hele jaar door komen dezelfde dorpsgenoten hier de zondag breken.

‘Hijs de ton als u wilt overvaren!’, staat er op een bordje in Groot-Ammers. ‘De schipper zal u zeker zien. Hij komt u halen met de Af en toe.’

Overbeek: ‘De mensen kunnen een paar kilometer verderop bij Schoonhoven met de grote pont over, maar ze vinden ons kleine bootje veel leuker.’

Goudriaan: ‘Vaak zijn we een ontdekking voor ze; ze wisten niet van ons bestaan af. Zo’n klein bootje op een grote rivier heeft iets van een avontuur. Lekker met je hand in het water, een beetje heen en weer deinen.’

Op een goede dag hebben ze zestig passanten. Een vaste overzetprijs hebben ze niet, mensen mogen een vrijwillige bijdrage geven. ‘Komen ze met zijn tweeën, betalen ze rustig met een briefje van vijf. Terwijl ze met de grote pont 1 euro per persoon kwijt zijn.’

Overbeek wijkt geregeld een beetje van de route af. ‘Zeker als het zonnetje fel schijnt, zeggen mensen weleens dat ze het jammer vinden dat het maar zo’n kort stukje is naar de overkant. Dan vaar ik rustig een halve kilometer verder.’

En als er grootouders met kleinkinderen aan boord zijn, geeft hij het stuur met plezier even over. ‘Dat vindt zo’n klein ventje prachtig, en opa en oma vinden het nog veel mooier.’ Grijnzend: ‘Nou, dan heb je weer 10 euro verdiend.’

Zelf geniet hij het meest van harde wind. ‘Dan komt het op de techniek van het varen aan. Het is de kunst om dan netjes tegen de kant aan te komen.’

Het Kozakkenveer, Veessen - Fortmond. Over de IJssel, van april tot en met september dagelijks van 9,30 uur tot 17.30 uur.

‘We noemen het weleens een minicruise van Gelderland naar Overijssel, want de grens ligt hier in de IJssel,’ vertelt matroos Gerrit Kuiper (74) uit Heerde. Samen met schipper Jan Regtering (82) heeft hij iedere vrijdagochtend veerdienst. ‘Tot half twee, dan komt er een nieuw duo.’

Zodra de rode knop op de wal wordt ingedrukt, rinkelt er in de cabine van het Kozakkenveer een belletje, het teken om aan de overkant mensen op te pikken. Twaalf passen er op de boot, ze kunnen alleen pinnen. ‘Contant geld kunnen we hier in de omgeving nergens kwijt. Dan moeten we helemaal naar Epe om het af te storten bij de Gamma.’

Een kennis van Kuiper zit in het bestuur van het pontje en vroeg hem erbij toen hij in 2018 met pensioen ging. ‘Toe maar’, dacht hij. Het is maar één van zijn vrijwilligerswerkhobby’s. Vanmiddag doet hij examen om in mei tijdens de Avondvierdaagse te kunnen helpen als verkeersregelaar. Vanavond contoleert hij op de camperplaats in de haven van Veessen of iedereen netjes betaald heeft.

Vrijwilligers vinden voor het veer is volgens Kuiper niet ingewikkeld. ‘We hebben er ruim vijftig en er staan er op de wachtlijst.’ Regtering doet het al veertien jaar. ‘Hiervoor heb ik altijd in het buitenland gezeten. Baggeren.’

Ze zijn dorpsgenoten, maar buiten hun vaste vaardag zien ze elkaar nooit. Het gaat altijd even over voetbal. Kuiper: ‘Hij is voor S.E.H., de plaatselijke voetbalvereniging van Heerde, en ik voor Vevo uit Veessen. Er zijn weleens ochtenden bij dat het de hele tijd regent en je continu samen in de cabine zit. Dan valt het tegen hoor. En dan ben je ook een keer uitgeluld.’

Vandaar is een mooie, droge dag. ‘Een héérlijke dag’, zegt een mevrouw die aan de overkant haar fietstocht naar Wijhe vervolgt. De harde wind deert haar niet. ‘Is toch lekker?’

De fietsers en wandelaars die ze overzetten zijn altijd goed geluimd, zegt Kuiper. ‘Veel zijn er in de omgeving op vakantie. En wij zijn vrolijk, dat scheelt ook.’ Bij de ruïnes van de oude steenfabriek bij Fortmond is het leuk wandelen, vertellen ze de mensen, er zitten vleermuizen.

Iets voor half twee meldt de middagschipper zich al. Jan Regtering gaat zwijgzaam van boord in Veessen. Hij zwaait en kijkt niet meer om. ‘Gerrit, tot volgende week!’

Schipperstekort, te weinig subsidie: pontjes in de problemen

Of voetveer De Overkant in april weer zou kunnen varen tussen Ameide en Lopik was begin dit jaar nog maar de vraag. Drie van de vier vaste schippers waren gestopt en nieuwe mensen vinden lukte niet. Een oproep in de media bracht daar net op tijd verandering in. 

‘Mensen vinden het normaal dat het pontje er is’, zei bestuurslid Andries Nellestijn tegen RTV Utrecht. ‘Maar het is niet normaal. We zijn geen busbedrijf met een hoop geld.’ Niet alleen schippers vinden is moeilijk, het is volgens hem ook lastiger geworden om geld bijeen te krijgen voor onderhoud, brandstof en de vergoeding voor schippers van 14 euro per uur. ‘Dertig jaar geleden waren er nog vijftienhonderd donateurs. Daar zijn er nu vierhondervijftig van over.’

De begroting rondkrijgen is voor meer voet- en fietsveren een probleem, in sommige gevallen ook vanwege het gebrek aan passagiers buiten het toeristische seizoen. De veerdienst tussen Millingen en Pannerden, over de Rijn, werd vorig jaar tijdelijk uit de vaart gehaald toen de exploitant nog geen overeenstemming over subsidie had bereikt met de drie overgemeenten. 

In februari werd bekend dat de provincie Gelderland jaarlijks 500.000 euro uittrekt om minder rendabele veerdiensten in die provincie in de vaart te houden. Met negenenveertig pontjes is Gelderland de provincie met de meeste veerdiensten. 

Omfietsen

Wandelend of op de fiets arriveren bij een pontje dat tóch niet blijkt te varen: vette pech. Zeker voor wie afgelopen zomer niks had meegekregen van de werkzaamheden aan de kade en aanlegsteiger in Hansweert, in de gemeente Reimerswaal aan de Westerschelde. Normaal gesproken vertrekt daar in juli en augustus een pontje naar Perkpolder in Zeeuws-Vlaanderen. Omfietsen moest nu toch echt via Antwerpen, of via Vlissingen en Breskens: minstens negentig kilometer.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next