Home

‘Door het crematorium ging een golf van vijandigheid’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Politiechef Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies Rob van Bree (46) herinnert zijn eerste moordzaak nog goed. ‘Bijna had ik daderinformatie gegeven’.

‘Het was mijn eerste dode. Ik was nog in opleiding en reed surveillancedienst met mijn collega Lynda. We moesten naar een man die in paniek was. Hij was in shock, had grote, geschrokken ogen, wees naar een bovenwoning en zei: ‘Daar moet je zijn.’ Meer zinnigs kwam er niet uit.

‘Wij renden de trappen op naar boven. Een deur stond open. We zagen meteen dat er in de keuken een vrouw op de grond lag, in een grote plas bloed. Ik ging ernaartoe om te kijken of ze nog te redden was, Lynda bleef buiten om zo min mogelijk sporen te vervuilen.

Over de auteur
Wil Thijssen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant

‘De vrouw lag op haar rug met een theedoek om haar arm. Naast haar lag een groot mes. Alles zat onder het bloed. Ik knielde naast haar neer en voelde met twee vingers in haar hals. Dat gevoel kan ik nog heel goed terughalen, het voelde koud en hard. Heel onnatuurlijk; een mens voelt niet koud en hard. Later werd ik veel vaker geconfronteerd met dode of zwaargewonde mensen, maar op dat moment maakte dat diepe indruk.

‘Voordat collega’s van de technische recherche naar binnen gingen, vroegen ze aan mij wat ik had aangetroffen. Ik antwoordde: ‘Nou, ik denk dat ze een ongeluk met een mes heeft gehad, een slagaderlijke bloeding of zoiets, en dat ze het niet heeft kunnen stelpen.’

‘De collega’s trokken hun witte pakken aan en gingen naar boven. Toen ze weer terugkwamen zei een van hen: ‘Joh, dat je ‘t weet, ze heeft dertig messteken.’ Ik schaamde me dood.

‘Om te leren mocht ik meedraaien in de recherchezaak die werd opgestart. We gingen alles onderzoeken, zoals mensen tappen en verhoren. Al snel bleek dat die dode vrouw een heimelijke relatie had met een getrouwde man. Tijdens zijn verhoor bleek dat zijn alibi niet klopte.

‘We hielden die man aan op verdenking van doodslag of moord. Hij was in shock toen we hem kwamen ophalen, ontkende alles en zei op het bureau dat hij naar de begrafenis van zijn vriendin wilde.

‘De officier van justitie gaf daarvoor toestemming onder één voorwaarde: dat hij onder politiebewaking ging. Samen met een collega kreeg ik de opdracht om hem naar die uitvaart te begeleiden.

‘We gingen in burger, in nette kleren met daaronder een verdekt wapen en handboeien. Omdat de verdachte in de cel zat, haalden we een pak voor hem op uit zijn huis. We vergaten schoenen mee te nemen en regelden op de valreep passende schoenen van een collega, die totaal niet bij z’n pak pasten. De verdachte mocht geen riem om, omdat hij zichzelf daarmee iets zou kunnen aandoen. Het zag er niet uit.

‘In het crematorium liep hij tussen ons in. We kwamen als laatsten de zaal binnen en gingen ergens achteraan zitten. Ik herinner me dat al die hoofden naar hem omdraaiden: wat doet die hier? Een golf van walging en vijandigheid ging door de zaal. Heel intens.

‘Kort daarna bleek dat deze man die vrouw niet had vermoord. Zijn echtgenote was achter de relatie gekomen en had de minnares zeer waarschijnlijk neergestoken – ze pleegde zelfmoord tijdens haar voorlopige hechtenis.

Het was een belangrijke les: hoe ga je om met een verdachte die tegelijkertijd slachtoffer is? We behandelden die man netjes maar toch zagen we hem als een dader, terwijl hij net zijn geliefde was verloren en daar veel verdriet om had. Zijn hele familie was verscheurd terwijl hij uiteindelijk onschuldig was. Heel pijnlijk allemaal. Sindsdien hou ik altijd scherp voor ogen dat een verdachte niet hetzelfde is als een dader.

‘En nog een derde les: ik ging destijds op vakantie naar mijn toenmalige schoonouders, die een huis hadden in het buitenland. ‘Joh, hoe gaat het?’ vroeg mijn schoonmoeder in de keuken, terwijl haar woonkamer vol visite zat. ‘Ik ben met een heftige zaak bezig’, antwoordde ik, en vertelde over de verdachte en zijn minnares. Mijn schoonmoeder werd rood, onderbrak me en zei: ‘Rob, hiernaast zitten kennissen die net vertelden dat de dochter van hun vrienden is omgebracht!’

‘Fuck. Dat is zo’n moment waarop je het heel warm krijgt. Ik kon wel door de grond zakken. Dat ging over dezelfde zaak. Bijna had ik daderinformatie gegeven, ik had die hele zaak naar de knoppen kunnen helpen. ‘Hou dit alsjeblieft voor je’, verzocht ik mijn schoonmoeder, en ik ben weggegaan. Ik wilde die kennissen niet ontmoeten, dat kwam veel te dichtbij.

‘Het was mijn eerste moordzaak en ik zat er vol van. Je hebt die emotie en daar wil je over praten, maar daar moet je enorm mee oppassen. Ik vertel dit verhaal altijd aan nieuwkomers als ik ze beëdig: ‘Wees niet zo naïef als ik destijds was. Deel vertrouwelijke informatie met niemand buiten je directe collega’s die op een zaak zitten. De wereld is veel kleiner dan je denkt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next