Home

Zuid-Koreanen maken zich niet druk na oorlogstaal uit het noorden

Dreiging Noord-Korea Zuid-Korea is niet langer een landsdeel waarmee het noorden verenigd moet worden, maar ‘vijand nummer één’, verklaarde de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un. In het oorlogsmuseum van Seoul maken bezoekers zich er nauwelijks druk over. „We zijn nu zo lang gescheiden, daar zijn we aan gewend.”

Eigenlijk is Lee Jung-yong hier voor iets heel anders. De 73-jarige visser heeft zich aangesloten bij een protest tegen de regering van president Yoon, die kantoor houdt aan de overkant van de straat. Lee en zijn mededemonstranten eisen financiële compensatie vanwege vervuiling van het water waarin zij vissen. Die heeft de regering weliswaar allang toegezegd, maar tot uitbetaling is het nog niet gekomen.

Maar nu hij hier toch in het Oorlogsmuseum in Seoul is, wil Lee best vertellen hoe hij aankijkt tegen de verhouding met Noord-Korea, het buurland dat zich steeds agressiever lijkt op te stellen. De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un is „een hele kerel”, vindt hij. „Niemand durft hem tegen te spreken.” Maar als het tot oorlog zou komen, kan Zuid-Korea zich volgens hem prima verdedigen.

Zelf diende Lee in 1967 in het Zuid-Koreaanse leger, een tijd waarin de spanningen ook hoog opliepen. In het grensgebied en op zee kwam het tot verschillende militaire confrontaties, die destijds aan beide zijden honderden levens kostten.

Zo ver is het nu nog niet gekomen. Maar een opvallende koerswijziging van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un, in januari, deed sommige analisten zich afvragen of het communistische regime zich misschien klaarmaakte voor oorlog. In een toespraak voor de Opperste Volksvergadering, het Noord-Koreaanse parlement, zei Kim niet langer te geloven in hereniging van beide delen van het schiereiland. Het zuiden was voortaan „vijand nummer één”, en hoewel hij niet van plan was een oorlog te beginnen, zou hij die ook „niet uit de weg gaan”.

De redevoering viel samen met een reeks raketproeven en de lancering van een militaire spionagesatelliet, technologische successen die mogelijk mede tot stand kwamen dankzij de steeds warmere band tussen Pyongyang en Moskou. Rusland ontvangt, in ruil voor onder meer olie en militair-technische ondersteuning, grote hoeveelheden munitie van Noord-Korea, die het inzet in zijn oorlog in Oekraïne. Kort voor de toespraak schoot Noord-Korea bij een oefening zo’n tweehonderd artilleriegranaten in de richting van het Zuid-Koreaanse eiland Yeonpyeong, waar de bevolking werd opgedragen dekking te zoeken.

Als het tot oorlog komt, zou dat „heel angstig zijn”, vindt Lee Eun-jae (25), die in het museum met zijn moeder bij een buitgemaakte Sovjet-Russische T-34-tank staat. Hij voert zelf zijn achttien maanden durende militaire dienstplicht uit, maar hij is een paar dagen vrij, en ook dan loopt hij graag tussen het legermaterieel. Met zijn dienstmaten praat hij wel over het nieuws, maar veel zorgen maakt hij zich niet. „Er is al decennia geen oorlog geweest”, zegt hij. En als het daar toch van komt, dan is Zuid-Korea daarop volgens hem veel beter voorbereid dan het noorden.

Dat de meeste Zuid-Koreanen zich niet zo druk maken over de vermeende oorlogsdreiging had professor Kim Dong-yub, verbonden aan de Universiteit voor Noord-Korea-studies in Seoul, al voorspeld. Zelf haalde hij ook zijn schouders op over het bericht over een weer nieuwe Noord-Koreaanse raketproef, waarmee Zuid-Korea die ochtend wakker werd. Het projectiel, een middellangeafstandsraket op vaste brandstof, belandde in zee ten oosten van het Koreaanse schiereiland. „Voor de buitenwereld ziet het er heel zorgwekkend uit, maar voor ons zijn die raketproeven heel gewoon.”

Kim is zelf voormalig marineofficier en tevens onder meer adviseur van het Zuid-Koreaanse ministerie van Hereniging. Daarnaast houdt hij van opera. In zijn werkkamer vol boeken hangt, behalve een reproductie van een eeuwenoude wereldkaart waarop Korea beduidend groter wordt voorgesteld dan het in werkelijkheid is, een affiche van Anna Bolena, een opera van Gaetano Donizetti waarin Kim meezingt.

Kim gelooft niet dat Noord-Korea zich op oorlog voorbereidt, zoals sommige analisten in januari schreven. In een artikel dat hij in zijn werkkamer overhandigt, wijst hij erop dat Zuid-Korea vijfde staat op een toonaangevende internationale ranglijst van militaire slagkracht, terwijl Noord-Korea over kernwapens beschikt. „Beide landen hebben de militaire kracht om elkaar volledig te vernietigen als er oorlog uitbreekt. Een nieuwe oorlog op het Koreaanse schiereiland zal niet leiden tot een overwinning van een van beide partijen of tot hereniging, maar tot wederzijdse vernietiging.” Dat risico zal Noord-Korea niet willen nemen, denkt hij.

Belangrijker is volgens Kim het einde aan Pyongyangs streven naar hereniging, dat hij een realistische keuze noemt. „Onze hoop is hereniging”, zet hij een bekend Koreaans kinderliedje in. „Maar het ideaal uit dat liedje is onrealistisch. Het ging ervan uit dat het Noord-Koreaanse bewind vroeg of laat zou instorten, en dat het zuiden dan op het hele schiereiland een vrij en democratisch regime zou vestigen.” Maar de Kim-dynastie zit stevig in het zadel. „En de andere mogelijkheid is oorlog. Niemand wil dat.”

Ook veel bezoekers van het oorlogsmuseum denken dat hereniging van noord en zuid een gepasseerd station is, blijkt tijdens een rondgang door de zalen. Het enorme gebouw documenteert de militaire geschiedenis van Korea vanaf prehistorische tijden. Er is een schaalmodel van een gepantserd oorlogsschip uit de zestiende eeuw, aandacht voor het verzet tegen de Japanse kolonisator (1910-1945) en zelfs voor de Koreaanse betrokkenheid bij de strijd in Vietnam (1964-1973) – een pijnlijk hoofdstuk.

Maar de nadruk ligt op de Koreaanse oorlog (1950-1953), die formeel nooit is geëindigd, maar uitmondde in een wapenstilstand waarbij het schiereiland verdeeld raakte in een communistisch noorden en een kapitalistisch zuiden. In grote hallen worden tanks en vliegtuigen tentoongesteld, in kleinere zijruimtes wordt de geschiedenis van de oorlog uiteengezet en zijn onder meer lichter wapentuig, historische foto’s en de pijp van de Amerikaanse generaal Douglas MacArthur te bewonderen. Ook zijn er gedenkplekken ingericht, waar niet alleen de vele Koreaanse slachtoffers, maar ook de omgekomen VN-militairen worden herdacht, onder wie 122 Nederlanders.

Op het buitenterrein staat groter materieel opgesteld. Er staat een model op ware grootte van het Zuid-Koreaanse marineschip dat bij een confrontatie in 2002 door het noorden met kogels werd doorzeefd en verschillende raketten en vliegtuigen, waaronder een indrukwekkend grote B-52-bommenwerper.

Song Sang-hyun (45) neemt plaats achter een stuk geschut – „105 milimeter”, weet hij uit zijn diensttijd – en tuurt door het vizier naar een denkbeeldige vijand. Gelooft hij nog in hereniging van Noord- en Zuid-Korea? „We zijn nu zo lang gescheiden, daar zijn we aan gewend”, denkt hij. „Kim Jong-un is de derde heerser uit zijn familie, die wil vasthouden aan de macht van zijn dynastie. Hereniging zou zijn macht bedreigen.”

„Noord-Korea voelt als een ander land”, vult zijn metgezel Woo Sun-hee (43) aan. Maar toch denkt ze dat het „ooit, op natuurlijke wijze” tot hereniging zal komen.

Bong (24) en zijn vriendin Rim (28), die in een van de tentoonstellingszalen een Amerikaanse Sherman-tank bekijken, kunnen zich dat maar moeilijk voorstellen. „Noord-Korea heeft daarvoor veel te veel problemen”, zegt Bong. Dat ze er eens op bezoek zouden kunnen, dat lijkt Rim al heel wat. Toch denkt Bong niet dat beide landen na decennia van scheiding zozeer uiteen gegroeid zijn dat hereniging onmogelijk is. „Overlopers uit Noord-Korea zijn hier ook na een paar maanden aangepast”, zegt hij.

Professor Kim denkt daar anders over. „We zijn nu bijna tachtig jaar gescheiden. Mensen die nog samen naar school zijn gegaan, zijn nauwelijks meer in leven. We hebben een verschillende opleiding, verschillende systemen, zelfs de taal is anders.” Hij wijst op het herenigde Duitsland, dat na 34 jaar ook nog steeds problemen kent.

Volgens hem moet Korea niet meer streven naar fysieke hereniging, maar naar „een hereniging van het volk, van de geest. Het enige dat rest, is vrede sluiten.” Hij pleit er bijvoorbeeld voor dat Zuid-Korea het verbod op Noord-Koreaanse media opheft, om wederzijds begrip te vergroten, en dat het land de mijnenvelden langs de grens opruimt, die volgens hem toch weinig militaire waarde meer hebben.

Het belangrijkste obstakel voor vrede is volgens Kim dat Noord- en Zuid-Korea onderdeel zijn van een veel groter geopolitiek conflict. „Vroeger ging het tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, nu tussen de Verenigde Staten en China en Rusland. We hebben nooit de kans gehad onze eigen keuzes te maken. We hebben niet alleen het verdriet van de opsplitsing van ons land, maar ook nog altijd de kou van de Koude oorlog.”

Noord-Korea heeft de straatverlichting verwijderd langs wegen die het industriële complex Kaesong met Zuid-Korea verbinden, berichtten Zuid-Koreaanse media afgelopen week. Ook langs wegen tussen de grens en de berg Kumgangsan, aan de Noord-Koreaanse oostkust, zijn de lantaarns verwijderd.

Kaesong en Kumgangsan zijn beide symbolen van de ‘zonneschijnpolitiek’, periodes van relatieve ontspanning tussen noord en zuid in de afgelopen 25 jaar waarin progressieve Zuid-Koreaanse regeringen betere banden met het noorden nastreefden. In de regio rond Kumgangsan werd eind vorige eeuw een toeristische zone ingericht waar tussen 1998 en 2008 bijna twee miljoen bezoekers uit het zuiden naartoe kwamen. Daar kwam een einde aan toen een Zuid-Koreaanse toerist in 2008 door een bewaker werd doodgeschoten nadat ze per ongeluk militair gebied zou hebben betreden. Twee jaar geleden lieten satellietbeelden zien dat veel gebouwen in de toeristenzone zijn afgebroken.

Op het industriegebied bij de stad Kaesong, zo’n tien kilometer van de grens met het zuiden, werkten tot 2016 ruim vijftigduizend Noord-Koreanen voor Zuid-Koreaanse bedrijven. Het park was twaalf jaar eerder geopend in de hoop dat de economische samenwerking tot betere betrekkingen zou leiden en was voor het regime in Pyongyang een belangrijke inkomstenbron. In 2016 besloot Seoul het park te sluiten, uit protest tegen een Noord-Koreaanse raketproef.

Na zijn toespraak in januari, waarin Kim Jong-un het streven naar hereniging formeel beëindigde, had hij al de opheffing geboden van verschillende organisaties die zich met inter-Koreaanse relaties bezighielden, waaronder het agentschap dat verantwoordelijk was voor de toeristenzone rond Kumgansan. Ook werden een spoorlijn naar het zuiden en de door zijn vader Kim Jong-il opgerichte monumentale Boog van de Hereniging afgebroken.

Vrijdagmiddag hield Noord-Korea opnieuw een raketproef, meldde het staatspersbureau KCNA. Het projectiel, een nieuwe luchtdoelraket met de naam Pyoljji-1-2, belandde in de Gele Zee. Ook zou het land een ‘supergrote’ raketkop hebben getest.

De tests vielen samen met een bezoek van de Amerikaanse VN-ambassadeur Linda Thomas-Greenfield aan Zuid-Korea en Japan. Bij dat bezoek zei Thomas-Greenfield te zoeken naar nieuwe manieren om toezicht te houden op de VN-sancties tegen Noord-Korea. Een daartoe opgericht panel van experts houdt deze maand op te bestaan, nadat Rusland in de VN Veiligheidsraad zijn veto had ingezet om verlenging van het mandaat van de experts te blokkeren.

Source: NRC

Previous

Next