Home

Ja, Natascha van Weezel is Joods en heeft een oorlogserfenis, maar een kant kiezen doet ze niet

Zie mensen als individuen, leerde Natascha van Weezel van haar Joodse opa. Hoe moeilijk de oorlog tussen Hamas en Israël dat haar ook maakt: de auteur blijft hameren op nuance, en het ‘het hart zacht houden’ in een verharde wereld.

In haar huis in de Amsterdamse Rivierenbuurt laat de Joodse documentairemaker en publicist Natascha van Weezel op haar telefoon vrolijk een filmpje zien van haar zoontje, Max. Zij en haar vriend proberen hem zijn eigen naam te laten zeggen. Alle pogingen mislukken.

Max is 15 maanden en vernoemd naar een van zijn grootvaders, Max van Weezel, de legendarische parlementaire journalist van Vrij Nederland. Mama, zegt het joch steeds, wijzend op zichzelf. Verbeteren blijkt zinloos, tot hilariteit van zijn ouders. Van Weezel, weer lachend: ‘Hij is nu bezig met woorden leren. En dat gaat nog niet altijd goed. Ik vind het geweldig leuk om moeder te zijn. En het helpt.’

Omgeven door kinderspeelgoed en boeken, honderden boeken, vertelt Natascha van Weezel (37) over haar debuut als tv-presentator en haar erfenis. Dinsdag begint op NPO 2 een nieuw seizoen van Oorlog is erfelijk, een drieluik van de EO en War Child waarin Van Weezel met onder anderen Isa Hoes, Sahar Meradji en Hans Goedkoop praat over het thema dat ze zich de afgelopen tien jaar eigen heeft gemaakt: de vaak traumatiserende nawerking van oorlogen op latere generaties.

Zelf groeide ze op met vier grootouders die de Holocaust door onderduik en vluchten overleefden, maar vrijwel al hun familieleden en kennissen verloren in Auschwitz. Haar moeder, oud-Volkskrant-journalist Anet Bleich, is Joods, haar vader Max was dat ook. Een dag na het interview is het vijf jaar geleden dat hij overleed. Van Weezel werkt aan een boek over het leven van haar vader.

Een deel van haar familie woont in Israël, het land in oorlog dat haar positie als publicist op de proef stelt. Van Weezel, de vrouw van het midden en de nuance, wordt vanwege haar standpunten op sociale media belaagd (en vaak bedreigd) door verscheidene groeperingen. Sinds de verstoring van het concert van zangeres Lenny Kuhr in Waalwijk wordt ze bij openbare optredens vergezeld door een beveiliger.

In de documentaire Elke dag mei onderzocht ze tien jaar geleden voor het eerst hoe groot de invloed van de oorlog is op haar generatie. Ze publiceerde het boek De derde generatie – Kleinkinderen van de Holocaust (2015) en maakte een tv-serie over Israël en Palestina (Natascha’s beloofde land).

In Thuis bij de vijand (2017) onderzocht ze de verhoudingen tussen moslims en Joden in Nederland. Met Sinan Can maakte ze eind vorig jaar Brug over de breuklijn, een documentaire over de oplopende spanning in Nederland na het uitbreken van de oorlog in Gaza. In Oorlog is erfelijk breidt Van Weezel het terrein uit tot meerdere gewapende conflicten: onder meer de oorlog tussen Iran en Irak, de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd en de oorlog in Oekraïne.

Hoe was het om de gesprekken te voeren?

‘Boeiend en ook emotioneel. We namen de interviews drie dagen achter elkaar op, ik zat in een bubbel. Het voelde voor mij natuurlijk om te doen, maar het raakte me enorm. Na de laatste draaidag ben ik door Amsterdam naar huis gaan lopen, toen kwam het eruit. Ik moest heel erg huilen.’

Voor dit programma was je de ideale presentator.

‘O ja, waarom?’

Vanwege jouw voorgeschiedenis, de documentaires en boeken over verwante thema’s.

Spottende lach. ‘Mensen kennen me als dat meisje van de Tweede Wereldoorlog. Dat is soms irritant, maar ik begrijp het wel. Ik heb natuurlijk veel over mijn eigen familiegeschiedenis en over de oorlog gepubliceerd en geprobeerd de mechanismen van toen naar het heden te vertalen; de discriminatie, de polarisatie, de haat.

‘Ik ben meer dan het meisje van de Tweede Wereldoorlog. In mijn werk, maar ook als mens. Laatst zei iemand verbaasd dat ik heel vrolijk was, en dat je dat niet zou verwachten vanwege mijn werk. Daardoor denken mensen misschien dat ik zwaar op de hand ben en altijd als een depressief vogeltje in een hoekje zit, zo ver weg mogelijk weg van de gewone, gevaarlijke wereld. Dat is totaal niet waar. Ik hou van mijn werk en ik ga er erg in op, maar ik ben een optimistisch persoon. Wat trouwens wel lastig is in deze tijden.’

Om optimistisch te blijven?

‘Dat is m’n grootste worsteling op dit moment. Ik wil dat niet kwijtraken, maar door de oorlog in Gaza verkeert de wereld nu in zo’n staat dat ik me soms afvraag hoe ik optimistisch moet blijven.’

Jij hebt ook een erfenis.

‘Ik ben daar altijd open over geweest. Ja, ik ben beïnvloed door de oorlog. En ja, ik heb daar last van gehad. Toen ik er tien jaar geleden voor het eerst over schreef, waren mensen er minder mee bezig dan nu. Ik was erg geïnspireerd door het boek Children of the Holocaust van Helen Epstein. Voor mij was het anders, ik ben een generatie verder, maar ik herkende er zo veel in.’

Wat herkende je precies?

‘Mijn ouders, één op één. Maar ik herkende ook dingen van mezelf. Het gaat óók over mij, dacht ik. Ik begreep meer over mijn angsten. Ik voelde me ook heel schuldig. Want ik had toch niks meegemaakt?

Een jongetje dat alles goed zou maken van Ischa Meijer was ook een eyeopener voor mij. En er was een boek waarin Helene Weijel Nederlandse kinderen van overlevenden van de oorlog interviewde, In twee werelden. Daar stond een interview met mijn vader in, anoniem, maar ik herkende hem. Rond mijn 16de ging ik die boeken lezen. Ze stonden thuis allemaal in onze Holocaust-boekenkast.’

Wat was het overheersende gevoel?

‘Dat ik mijn grootouders gelukkig moest maken. En mijn ouders ook. Dat ging ver. Ik cijferde mezelf weg. Ik vertelde bijvoorbeeld niet dat ik werd gepest op school. Ze hebben al zoveel meegemaakt door die oorlog, dacht ik. Altijd probeerde ik ze te ontzien. Tegelijkertijd hielden zij ontzettend veel van mij en ik van hen. We hadden een héél sterke band. Het kwam ook een beetje door het gevoel dat de buitenwereld niet helemaal te vertrouwen is. Dat heb ik met de paplepel ingegoten gekregen.’

De familie als bondgenootschap.

‘Ja, wij. Niet wij-Joden, zoals sommige anderen dat voelen, maar wij als familie. Ik ben overbeschermd opgevoed. Alles was een beetje eng, ik moest overal voor uitkijken.

‘Ik werd een bang kind. Niet weerbaar. In zekere zin zat ik ondergedoken. Niet letterlijk natuurlijk, maar wel steeds met de angst dat iemand me iets aan kon doen. Dat voelen andere kinderen. En als je niet weerbaar bent, dan pakken ze je. Dat is dan weer een bewijs dat de wereld niet te vertrouwen is. Zo doolde ik een beetje rond in een cirkeltje.

‘Ik heb me ontzettend afgezet tegen mijn ouders. Ik haatte journalistiek, ik haatte hun beroep, ik haatte hun boeken. Uit principe las ik niet. Ik was alleen maar bezig met merkkleding. En ik keek de halve dag clips op TMF of The Box. Ik zette me ook af tegen dat hele Jodendom en de Tweede Wereldoorlog. Ik ging niet meer mee naar de Holocaustherdenkingen. Ik was een opstandige puber met extreem gedrag.’

‘Bij ons thuis was het belangrijk om je met de wereld bezig te houden. En uitgerekend hun dochter wilde daar niets mee te maken hebben. Dus ik denk dat mijn ouders blij waren toen ik de diepte in ging. En ze waren ook blij dat ik ging schrijven.

‘Maar ze vonden het ook confronterend, want ik kwam natuurlijk met verwijten. Jullie hebben mij zo opgevoed. Waarom hebben jullie de oorlog aan mij doorgegeven? Hebben jullie daar wel over nagedacht? Zie je wel wat jullie hebben gedaan, wat voor invloed dat op mij had? Ze voelden zich schuldig. Wij zijn nu eenmaal beïnvloed door de Tweede Wereldoorlog, zeiden ze. Voor ons gevoel hebben we er alles aan gedaan om dat niet aan jou door te geven.’

Ze waren ongetwijfeld van goede wil.

‘Ja. Het zat in ze, die oorlog. Bij ons in de familie werd wél over de Tweede Wereldoorlog gepraat. Mijn oma, de moeder van Max, praatte er zelfs zo vaak over dat het verstikkend werd. Ze praatte echt over niks anders, zo lang ik me kan herinneren. Het eerste wat ze mij zal hebben verteld was dat haar broer en haar zus waren vermoord in Auschwitz.

‘In de meeste gezinnen wordt gezwegen; werd gezwegen in elk geval. De derde generatie is voor het eerst vragen gaan stellen. Voor de tweede generatie was het nog te precair. Het zijn je ouders. Je wilt misschien niet precies weten wat ze hebben meegemaakt en zij willen het misschien niet vertellen. Ik kon aan mijn oma alles vragen wat mijn vader niet durfde of kon. En zij gaf antwoorden.’

Je ging erover praten met je ouders.

‘Veel. Daardoor kwamen we weer nader tot elkaar en kreeg ik het gevoel dat ik me niet meer tegen ze af hoefde te zetten. Ik had een eetstoornis gekregen, anorexia. Dat hing ermee samen. Met een eetstoornis sluit je je van iedereen af en is iedereen die jou wil laten eten, een potentiële vijand. Je deelt niks meer. Je deelt niet wat je denkt, je deelt niet wat je voelt, je deelt niet waar je mee bezig bent.

‘Het was mijn manier om de wereld te controleren. Mijn lichaam voerde het onbewust uit. Ik was echt bang voor de wereld. Ik was bang voor de wereld waarin Auschwitz had kunnen gebeuren. Ik was bang om Joods te zijn. Ik was bang voor mensen. Ik was bang dat er iets met mijn ouders zou gebeuren waardoor ik alleen zou komen te staan en helemaal niet meer veilig was.

‘Slachtoffer heb ik mezelf nooit genoemd. Dat woord is te zwaar beladen. Ik ben ook geen slachtoffer, dat waren mijn grootouders. Ik wil ook nooit zielig gevonden worden. Dat zie ik bij iedereen van mijn generatie en bij iedereen die ik heb geïnterviewd. Wij zijn niet zielig.’

In 2018 en 2019 nam ze een nieuwe duik in haar familiegeschiedenis. Meer dan twintig keer interviewde ze haar vader, ook vlak voor zijn dood nog.

Heb je veel nieuwe dingen gehoord?

‘We waren na mijn eetstoornis al veel meer met elkaar gaan praten, maar van zijn twee zware depressies wist ik bijvoorbeeld nauwelijks iets. Burn-outs, noemde hij het zelf, dat klonk minder ernstig. Ik wist ook niet dat mijn grootouders, zijn ouders, niet echt verliefd op elkaar waren. Er is nog een Jood over, laten we maar trouwen, dachten ze allebei. Het huwelijk was niet heel goed, ook doordat mijn opa nooit over de oorlog praatte en mijn oma alleen maar.

‘Op een gegeven moment wilde mijn oma in therapie, ze kon niet meer. Dat heeft mijn opa haar toen verboden, want daar had je helemaal niks aan. Max heeft daar verschrikkelijk ruzie over gemaakt met zijn vader, hij wilde dat ze in therapie kon gaan. De volgende dag is mijn opa overleden, daar heeft Max een vreselijk schuldgevoel over gehad.

‘Weer die oorlog, die werkte altijd door. Voor velen was hij die sterke, grappige man in de Burberry- jas, met zijn sigaar en zijn petje, de journalist die iedereen kende. Maar hij was ook iemand anders.’

Je hebt rechtstreeks het woord tot hem gericht in je column in Het Parool over de oorlog in Gaza, in een brief. Heb je erover getwijfeld om dat te doen?

‘Ik heb getwijfeld of ik het moest publiceren, niet of ik de brief moest schrijven. Dat gebeurde gewoon. In de column vraag ik aan hem hoe je je hart zacht moet houden in een wereld die steeds verder verhardt. Mijn nieuwe boek gaat over de nuance in tijden van oorlog en mijn eigen ervaringen na 7 oktober. Hoe houd je je hart zacht, is de titel.’

De zin waar alles om draait, in deze tijd.

‘Ja. Ik schrijf ook over mijn eigen ervaringen met antisemitisme en met moslimhaat; over de verschrikkelijke polarisatie rondom Israël en Palestina; over hoe ik naar Israël keek en nu kijk. Ik probeer ook handvatten te geven als je niet wilt meegaan in het geschil. Hoe doe je dat?

‘Vooral in de laatste jaren van zijn leven spraken Max en ik vaak over maatschappelijke onderwerpen. Over polarisatie ook. Hij was van oudsher de traditionele linkse man, de man die zei dat iedereen gelijk is en dat we voor iedereen op moeten komen en moeten vechten tegen discriminatie, extreemrechts en racisme.

‘In 2014, na de vorige oorlog in Gaza, was hij ineens bang om Joods te zijn. Dat had ik niet eerder meegemaakt. En het is nu vele malen erger, qua antisemitisme. Deze oorlog zou hem verschrikkelijk hebben aangegrepen. Eerst de aanval op Israël, daarna die gruwelijke aanvallen in Gaza van het Israëlische leger, ik denk echt dat hij er een zware depressie aan zou hebben overgehouden.

‘Ik vind deze tijd zo verwarrend. En moeilijk en emotioneel. Ik praat er gelukkig veel over met mijn moeder en met mijn vriend, maar ik denk vaak: was jij er nog maar. Wat zou jij doen? Wat zou jij zeggen? Maar ik denk ook weleens: gelukkig ben je er niet meer, ik weet niet of je tegen deze tijd bestand zou zijn geweest. En dat is natuurlijk ook weer een verschrikkelijke gedachte.’

Ben je zelf weleens bang?

‘Ja. Het komt in golven. Ik ga hier niet weg. Ik las dat veel andere Nederlandse Joden overwegen om te emigreren. Nou, ik niet. Het wordt na deze oorlog vast weer rustiger. Ik heb ook niet het idee dat iedereen tegen Joden is. Sommige Joden hebben dat gevoel wel, die denken dat iedereen ons haat: de media, de VN, moslims, links.

‘Ik ben me ervan bewust dat dit gezeik op kan leveren, maar ik ben óók boos op Israël. Ik ben heel boos op Israël. Mijn familie woont er, maar ik ga daar niet gezellig op vakantie deze zomer. Het is niet meer het land dat ik ken uit mijn jeugd, het land waar ik zo graag kwam.

‘Met een regering met pure fascisten heeft Israël een grote ommezwaai gemaakt. Ik worstel daarmee. En dan is er de buitenwereld die van alles roept. Ik ben te pro-Palestijns. Ik ben te pro-Israëlisch. Mensen hebben gezegd dat ze niks meer met me te maken wilden hebben als ik niet honderd procent afstand nam van Israël. Anders was ik een vuile zionist, een wolf in schaapskleren. Je doet alsof je voor de Gazanen bent, maar je geeft geen reet om ze.

‘En dat de hele dag op elk socialemediakanaal. Soms vinden mensen mijn e-mailadres en sturen ze beledigingen, soms vinden ze mijn telefoonnummer en word ik belaagd. Het houdt niet op. Als ik op tv ben geweest, neemt het toe. En ik word bedreigd. Zelfs mijn zoon wordt bedreigd.’

En toch ga je door.

Zonder aarzeling: ‘Ja. Er zijn wel momenten dat ik denk: ik doe het niet meer, ik zeg niks meer, het is te gevaarlijk. Het slaat echt helemaal nergens op. Wat zeg ik nou helemaal? Niemand zou ooit bedreigd moeten worden. Het is net zo bizar als wat Lenny Kuhr overkwam. En dan zijn er nog mensen, ik ga geen namen noemen, die dat proberen te nuanceren. Ja, dat vind ik heel pijnlijk.

‘En tegelijkertijd begrijp ik de woede. Ik zie niet alle pro-Palestinademonstranten als een gevaar of als mensen die tegen Joden zijn. Maar daar moet ik mezelf wel steeds aan blijven herinneren. Omdat je zo veel antisemitisme over je heen krijgt, uit die hoek.

‘Ik moet vooral oppassen dat ik niet ga generaliseren. En dat is wat ik heb geleerd van mijn opa die de Holocaust heeft meegemaakt. Nooit, nóóit mensen als deel van een groep zien, maar altijd als individu. En zou ik dat dan nu, tachtig jaar later, loslaten?

‘Er wordt zó hard geschreeuwd, en vaak vanuit emotie en zonder kennis. Ik heb het echt over beide kanten, hè. Ik zie ook dat antisemitisme en Joden door rechts worden gekaapt, als een soort stok om moslims mee te slaan. Het druipt ervanaf. Dat wil ik niet. En ze zeggen allemaal: jij hoort eigenlijk niet bij ons. Jij hoort bij de ander. Dat is een vrijbrief van twee kanten om op je in te beuken.’

Het filmpje van Max, de dreumes die zijn naam nog niet kan zeggen, de lach. Het moederschap geeft haar kracht, zegt ze.

‘Kracht en afleiding. Het is verwarrend. Max was er net toen de oorlog begon en ik in de storm belandde. Ik wil hem geen verdriet meegeven. Ik wil hem niets van de oorlog meegeven. Ik moet soms huilen, maar probeer dat niet te doen waar hij bij is. Meestal speel ik gewoon met hem. Dan zijn we samen en hebben we lol. Dan is er niets aan de hand.’

Oorlog is erfelijk met Natascha van Weezel, vanaf 23/4 om 21.00 uur op NPO 2.

Met Oorlog is Erfelijk vraagt War Child op een indirecte manier aandacht voor de 468 miljoen kinderen die opgroeien met oorlog en geweld. In de serie praat Natascha van Weezel met Isa Hoes, Evgeniy Levchenko, Sahar Meradji, Naz Kawan, Bert Woudstra en Hans Goedkoop over de rol van oorlog in hun leven. De serie wordt geregisseerd door Deborah van Dam. War Child startte de campagne ‘Oorlog is erfelijk’ in 2022.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next