Net nadat ik de voordeur op slot had gedaan en op het punt stond het licht in de gang uit te doen, ontglipte me iets. Het was niet een harde, maar uit tientallen jaren ervaring weet ik dat het – wat betreft verwoestingspotentieel – helemaal niet om geluid gaat. Het gaat om gevoel, ervaring en kennis van het eigen lichaam. Daarom bleef ik onmiddellijk als bevroren staan. Dit was er een. Niet bewegen, zodat er geen lucht verplaatst zou worden en de schade beperkt bleef tot slechts mijn eigen neus – en niet die van mijn vrouw.
Ze had net de poes een goedenacht gewenst, de lichten in de keuken uitgedaan en trok nu de keukendeur achter zich dicht. Terwijl ze op me af kwam lopen bleef ik staan als een standbeeld. Ze keek me aan en ik keek haar aan. Alsof ik een portier was, glimlachte ik beleefd en maakte met mijn vastberaden houding duidelijk dat ze mij voor mocht gaan.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Ik had verwacht dat ze zou fronsen, door zou hebben dat er iets speelde, maar alsof dit de normaalste zaak van de wereld was liep ze voor me langs en stapte de trap op. Opgelucht haalde ik adem, wachtte voor de zekerheid nog even tot ze bijna boven was en kwam toen pas in beweging.
Er zijn stellen die geen schaamte meer hebben. Ze poepen met de deur open, doen geen enkele moeite elkaar hun lichaamsgassen te besparen en trakteren elkaar op dutch ovens: daarbij laat je een scheet in bed, vangt die onder de deken en bewaart hem als verrassing voor je geliefde die zo meteen nietsvermoedend bij je in bed komt liggen. Ieder zijn ding. Zelf probeer ik het laatste beetje decorum dat ons rest na een relatie van dertien jaar en twee kinderen met hand en tand te verdedigen. En daarom is het devies: geen remsporen achterlaten en niet ruften waar zij bij is. Beide lukt zelden, maar het gaat om de intentie.
Behoedzaam, zodat ik de zware lucht niet met me mee zou trekken, liep ik de trap op. Stap voor stap. Toen ik bijna boven was en met één voet op de overloop stond, wist ik dat de missie geslaagd was. De triomfboog kon gebouwd. ‘O shit’, zei mijn vrouw plotseling. Ze slaakte een geïrriteerde zucht en draaide zich om. ‘Wat is er?’, vroeg ik en ik probeerde de paniek in mijn stem te onderdrukken. ‘M’n boek ligt nog beneden.’
Nog voordat ik haar kon tegenhouden of zeggen dat ik dat godvergeten boek wel zou halen, was ze me al voorbij. Verslagenheid maakte zich van me meester. Ze was niet meer te redden. Toen ze onderaan de trap Ground Zero had bereikt, snoof ze. ‘Hé’, riep ze omhoog, ‘scheetje?’ Daarna was het stil.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant