Terwijl hun dienstplichtige landgenoten sterven in Gaza, zitten ultraorthodoxe jongeren te bidden en de Thora te lezen. Ze zijn vrijgesteld van de dienstplicht. Maar hoe lang nog? Het Hooggerechtshof bepaalde dat het mooi is geweest. Als de regering hen zo nodig wil vrijstellen, moet er maar eens een fatsoenlijke wet komen.
Met bidden kun je de oorlog winnen. Die overtuiging geeft ultraorthodoxe joden in Israël de kracht om, ook nu reservisten massaal zijn gemobiliseerd, verschoond te blijven van militaire dienst. ‘Ik wil absoluut geen soldaat worden’, zegt Daniel, een jongen van 19 in het traditionele zwarte kostuum met zwarte hoed van de charedische joden. ‘Om ons te beschermen hebben we geen leger nodig. Het belangrijkste is de Thora lezen. Als we dat maar genoeg doen, zijn we veilig.’
Daniel (liever geen achternaam) staat te wachten op zijn pannen en bestek op een hoek van de Akivastraat in Benee Brak, een zwaar orthodoxe voorstad van Tel Aviv. In een stalletje op de hoek wordt alles in grote blauwe ketels kokend water gedompeld. De hardnekkigste onreinheden worden met een brander te lijf gegaan. Het hoort bij de vele rituelen van Pesach, een van de belangrijkste joodse feesten. Al het keukengerei moet spic en span koosjer zijn voor de viering, die maandag begint.
Jongemannen als Daniel zijn sinds jaar en dag vrijgesteld van de dienstplicht. De haredim, zoals de ultraorthodoxen heten, besteden al hun tijd aan bidden en het lezen van hun heilige geschriften. Aan werken komen ze niet toe, daarom voorziet de staat in hun levensonderhoud. Vorig jaar ontsprongen zo 66 duizend mannen in de dienstplichtige leeftijd de dans.
Onvrede daarover leefde altijd al bij niet-orthodoxe Israëliërs, maar nu dienstplichtigen sterven in Gaza en bijna 300 duizend reservisten – mannen en vrouwen – onder de wapenen zijn geroepen voor de strijd tegen Hamas, slaat de onvrede om in boosheid: waarom moeten wij wel ons leven wagen en zij niet? Al diverse keren trokken seculiere demonstranten naar ultraorthodoxe wijken in Tel Aviv en Jeruzalem, waar ze werden onthaald met eieren en stenen.
De haredim zijn immers ook boos. Aan hun vrijstelling dreigt een einde te komen. Vorige maand bepaalde het Israëlische Hooggerechtshof dat het mooi is geweest. Per 31 maart zouden religieuze studenten die zich aan de dienstplicht onttrokken, niet langer financieel worden ondersteund door de overheid. Opperrabbijn Yitzhak Yosef heeft gedreigd dat in dat geval de haredim massaal Israël zullen verlaten.
Hun speciale status stamt uit 1948, toen vierhonderd studenten van jesjiva’s (Talmoedscholen) werden vrijgesteld; de haredim waren een marginaal, te koesteren verschijnsel, vond men toen. Inmiddels zijn ze veel talrijker: ze vormen 13 procent van de bevolking. Orthodoxe vrouwen krijgen gemiddeld 6,9 kinderen.
Al diverse keren, in 1998 en 2017, verklaarde het Hooggerechtshof dat er een eind moest komen aan de vrijstelling, die immers niet in de wet was verankerd. Telkens gaf de regering daar geen gevolg aan, meestal om de religieuze politieke partijen te vriend te houden. Dit keer echter is het de rechters menens. De orthodoxen moeten in dienst, tenzij de regering met een fatsoenlijke wet komt om hun vrijstelling te regelen.
Precies dit maakt de vrijstelling zo politiek ontvlambaar. De kwestie kan het spoedig einde betekenen van het premierschap van Benjamin Netanyahu. Volgt hij het hof, dan stappen twee religieuze partijtjes uit zijn regering. In dat geval verliest Netanyahu zijn meerderheid in het parlement en volgen verkiezingen. Die zal hij ongetwijfeld verliezen, afgaande op de peilingen.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.
De andere route, de vrijstelling regelen bij wet, is ook onbegaanbaar. De seculiere minister Benny Gantz zegt dat zo’n wet ondenkbaar is; hij stapt op als Netanyahu doorzet. Ook dat zou diens positie onhoudbaar maken. Na 7 oktober trad Gantz, tot dan oppositieleider, als minister zonder portefeuille toe tot Netanyahu’s oorlogskabinet. Zonder hem vervalt voor dat kabinet het maatschappelijk draagvlak. De premier heeft nu van het Hooggerechtshof bedenktijd gekregen tot 30 april. Een oplossing is niet in zicht.
‘We hebben veel waardering voor de mannen en vrouwen in het leger’, zegt Moshe Mehadav (45), leraar aan de Slabodka-jesjiva in Benee Brak, een van de belangrijkste Talmoedscholen. ‘Sommigen sterven voor het Heilige Land. We bidden voor ze. Hun succes is ons succes. Dat zij winnen, is aan ons te danken, en dat voelen ze. Natuurlijk! Onze gebeden helpen de strijd.’
In de weken voorafgaand aan Pesach, zegt Mehadav, wordt er niet gebeden op de jesjiva’s. Thuis bidden de haredim wel, maar dat is veel minder effectief dan de gezamenlijke gebeden in de jesjiva. ‘En precies in die periode viel Iran aan’, zegt hij. ‘Dat is echt geen toeval.’
Het oorlogsgebed is niet de enige reden voor de vrijstelling van de dienstplicht, legt hij uit. Als de haredim niet zeven dagen per week de Thora kunnen bestuderen, zal het ware geloof in de vergetelheid raken. Bovendien: in militaire dienst zouden de orthodoxe mannen in aanraking komen met vrouwelijke soldaten. Uitgesloten. Ze volgen daarin hun religieuze geschriften: ‘Uw kamp moet heilig zijn’, zegt het Bijbelboek Deuteronomium 23. ‘De Here wil daar niets onbehoorlijks zien.’
Opmerkelijk detail: in de hele discussie wordt door niemand iets gezegd over de ultraorthodoxe vrouwen, ook niet door de seculiere voorstanders van algemene dienstplicht. Kennelijk is hun vrijstelling vanzelfsprekend, en gaat hun mogelijke deelname aan de strijdkrachten ieders voorstellingsvermogen te boven.
‘Ik studeer van 7 uur ’s ochtends tot 11 uur ’s avonds’, zegt jesjiva-leerling Daniel. ‘Dat is belangrijker dan vechten. Daarbij, we doen alles wat de rabbijnen ons vertellen. Als zij zeggen dat we moeten studeren, dan doen we dat.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant