Met zijn uitgesproken meningen over vrije wil en bewustzijn werd Daniel Dennett een van de bekendste en invloedrijkste filosofen van de laatste decennia. Ook hield hij zich al vroeg bezig met kunstmatige intelligentie. Dennett overleed vrijdag op 82-jarige leeftijd.
‘Heeft Daniel Dennett eigenlijk kinderen, of een hond?’ Ruim dertig jaar geleden vroeg de bekende neurowetenschapper Oliver Sacks zich af wat gevoelens betekenen voor iemand met zo’n uitgesproken materialistisch wereldbeeld als Daniel Dennett.
De vraag werd opgetekend door de Nederlandse programmamaker Wim Kayzer, die begin jaren negentig een aantal grote denkers en wetenschappers in het programma Een schitterend ongeluk bij elkaar bracht om vrijelijk te praten over grote thema’s als bewustzijn en kennis.
Over de auteur
Laurens Verhagen studeerde filosofie en is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over technologie en de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.
Dennet was een van hen en de bebaarde Amerikaan werd daardoor in 1993 voor een hele generatie Nederlanders in één klap bekend. Om de vraag van Sacks gelijk maar te beantwoorden: ja, Dennett had kinderen. En hij was ruim zestig jaar gelukkig getrouwd.
Dennett had wat tegenstrijdigs, zegt de Nederlandse filosoof en Dennett-kenner Marc Slors. ‘Hij was een grote, vriendelijke reus. Ongelofelijk aardig. Tegelijk was hij zeer stellig en vasthoudend in het verdedigen zijn meningen, tot op het botte af.’
Die stelligheid kwam bijvoorbeeld naar voren bij Dennetts opvatting over de Nederlandse hersenonderzoeker Dick Swaab, die hij in 2016 een ereplek gaf in een zelfgecreëerde ‘schurkengalerij van wetenschappers die ernaast zitten’. Dennett moest niets hebben van Swaabs idee dat de mens geheel door hersenen gedefinieerd is en dat eigen wil niet bestaat.
In Elbow Room: The Varieties of Free Will Worth Wanting (1984) zette hij zijn ideeën over vrije wil uiteen. Dennett geloofde niet in één soort vrije wil. Nee, er zijn veel verschillende concepten, waarbij het ene nuttiger is dan het andere. Welke variant is het waard om als mens te willen?
Kan ik zomaar, vanuit het niets, iets anders willen? Dennett vond dat niet zo’n interessante variëteit om over na te denken. Liever had hij het over een vrije wil die inhoudt dat mensen rationeel handelen en keuzen maken binnen de omstandigheden en beschikbare kennis.
Dennett gaf vrije wil daarmee een plek in een deterministisch universum: we maken deel uit van een causale wereld, maar daarbinnen kunnen we wel degelijk afgewogen keuzen maken.
Het boek is een voorbeeld van het project waar Dennett zijn hele leven mee bezig is geweest, zegt Slors. ‘Hij wilde alles wat van waarde is voor mensen, zoals concepten als bewustzijn of vrije wil, een plek geven binnen het wetenschappelijke wereldbeeld.’
Voor Dennett was het een valse tegenstelling: de wereld van de harde neurowetenschap die alles verklaart vanuit hersenprocessen en de wereld van niet tastbare concepten als bewustzijn, geest of vrije wil.
‘Weinig mensen slagen er zo goed in dat soort tegenstellingen te overbruggen’, vindt Slors. ‘Waar het Dennett om ging, is dat intenties of gedachten geen dingen zijn in je hoofd die gedrag veroorzaken. Het zijn zaken die je in het gedrag van mensen (en andere systemen) kunt zien. Maar niet als projectie: ze bestaan echt. Niet fysiek als een stoel, maar wel net zo echt als iets als inflatie.’
Ook cognitief wetenschapper Douglas Hofstadter (wiens boek Gödel, Escher, Bach in de jaren tachtig en negentig op menig salontafel lag) roemt in een herdenkingsmail aan vrienden en familie dit aspect van Dennett: ‘Daniel was een diepzinnige denker over wat het is om mens te zijn.’
Dennetts bekendste boek is Consciousness Explained (1991), een lijvig werk met een typische dennettiaanse, van zelfbewustzijn overlopende titel. In zijn boek rekent Dennett af met het ‘cartesiaanse theater’. Dit is de aan de 17de-eeuwse filosoof René Descartes ontleende opvatting dat er een autonoom wezentje in ons brein zou zitten dat de regie voert. Zo’n kleine regisseur bestaat niet, stelde Dennett.
Hij zette daar een bewustzijn tegenover als product van een reeks parallelle processen die onafhankelijk van elkaar binnen het brein functioneren. Dennett schuwde noch de grote filosofische vragen, noch de metafoor. Zo zei hij, ietwat provocerend, dat de menselijke geest een inefficiënte machine is die is ‘geïmplementeerd op de parallelle hardware die de evolutie ons heeft geboden’.
Dennett was ervan overtuigd dat dit soort analogieën helpen het menselijk bewustzijn te begrijpen. Ergens anders noemt hij de mens ‘een natte robot’.
De nu actuele vraag of de mens machines met bewustzijn moet maken, is weer een andere. In het interview met Kayzer zei Dennett dat zoiets volstrekt nutteloos en onwenselijk is. Zo’n machine zou immers dezelfde rechten als mensen moeten hebben. ‘Echt nuttige robots hebben geen bewustzijn. Robots zijn nuttig als gedachteloze automaten, als kunstmatige arbeiders in fabrieken en op gevaarlijke plekken.’
The New York Times noemde Dennett enkele jaren terug Amerika’s meest gelezen en bediscussieerde levende filosoof. Hoe kijkt Slors naar zijn nalatenschap? Zonder aarzeling: ‘Een van de belangrijkste filosofen van de afgelopen eeuw.’
Dennetts handelsmerk was zijn baard, die hij vanaf 1967 had, als teken dat hij tegen de oorlog in Vietnam was. Daarna heeft hij hem nooit meer afgeschoren.
‘Er is simpelweg geen beleefde manier om mensen te vertellen dat ze hun leven aan een illusie hebben gewijd’, aldus de uitgesproken atheïst Dennett over religie in een interview met The New York Times.
Dennett was volgens zijn vriend Douglas Hofstadter niet alleen een groot denker, ook een genieter van het goede leven. En volksdanser, huizenbouwer, zeiler, cidermaker, jazzpianist, wijnkenner en moppentapper.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant