Home

Student, geniet ervan en woon vooral in een schmutzig druk huis – maar wees je bewust van je enorme privilege

Een huwelijk is geven en nemen, en wanneer ik tegenover mijn man losbrand over mijn nieuwste onderzoeksresultaten, is het luisteren daarnaar duidelijk een gevalletje geven vanuit zijn kant. Daarentegen hangt hij aan mijn lippen wanneer ik vertel over de interacties met mijn studenten. Ik zou columns kunnen voltikken met hilarische anekdotes van het afgelopen decennium achter een lessenaar staan. Dit laatste doe ik overigens nooit, dat ziet u alleen maar in Hollywoodfilms. Maar die anekdotes, die moet ik u helaas ook schuldig blijven.

Liever belicht ik een verhaal dat recht doet aan dat waarvoor ik sta als universitair docent: aansluiten bij een doelgroep waarvan vroeger nog stellig gezegd werd dat het de leukste tijd van je leven zou zijn. Genieten doen studenten volop, maar ook worstelen, kopje ondergaan, heel veel twijfelen, en vaak geen flauw idee hebben waar ze mee bezig zijn. Naast kennisoverdracht probeer ik ook levenslessen te verpakken in mijn colleges. Met mijn 38 lentes jong, vindt u dat misschien grappig. Maar ik loop toch nog altijd twintig levensjaren voor op mijn studenten en ik meen dat ik in die jaren toch het een en ander heb doorleefd.

Over de auteur
Kim Fairley is econoom aan de Radboud Universiteit. Als gedragseconoom past ze inzichten uit experimentele onderzoeken toe op maatschappelijke thema’s als onderwijs, gezondheid en persoonlijke financiering. In de maand april is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Dus druk ik ze op het hart dat ze deze jaren ruim baan mogen maken om vrijblijvend te experimenteren met hun leven. Want sneller dan ze zich nu kunnen beseffen, dient er zich een leven met een veeleisende baan, een echt huishouden, met of zonder kinderen, en tal van volwassen verplichtingen aan. Aan het begin van elke nieuwe collegereeks met een voor mij nieuwe groep studenten, laat ik dus altijd een foto zien van mijn gezin met drie snotapen en een man.

Dat zij mijn leven en trots zijn en meer van dat soort superlatieven, maar ook dat ze gepaard gaan met een luieremmer vol verantwoordelijkheden en een afname van mijn flexibiliteit. Om er heel theatraal aan toe te voegen dat ik ze zo benijd en hen vervolgens oproep deze jaren niet voor lief te nemen: volg extra vakken van andere opleidingen, ga voor mijn part een half jaar naar het buitenland en woon vooral in een schmutzig druk huis.

Sommigen nemen deze woorden te letterlijk. Met de handen in het haar tref ik ze dan aan. Hoe ze in hemelsnaam een rijk sociaal studentenleven kunnen combineren met het afronden van studievakken, enkele dagen per week werken om hun studentenkamer te kunnen bekostigen, het treffen van voorbereidingen voor een studie-uitwisseling in het volgende semester en drie ochtenden per week voor dag en dauw uit hun nest rollen om te trainen in een roeiteam. Nou, niet dus. Doseren, lieve kinders!

Je kunt heus alles nastreven wat je maar wenst en meer van dat, maar niet alles tegelijk. Tegen de tijd dat ik dit signaleer, bijvoorbeeld in mijn rol als mentor van eerstejaarsstudenten, maar ook later nog tijdens de één-op-éénbegeleiding voor hun thesis (wat we vroeger nog scriptie noemden) zijn ze vaak al voorbij kopje onder, en is het zaak ze een luisterend oor te bieden om daarna als de wiedeweerga te helpen met het stellen van prioriteiten.

Vervolgens doen we ook nog een beetje van dat waar we eigenlijk voor betaald worden: lesgeven, een poging doen tot kennisoverdracht, en – ik durf het bijna niet te zeggen – wellicht zelfs een enkele student inspireren. Dit laatste probeer ik door de actualiteit, die ons niet bereikt via schreeuwerige pushberichten, maar juist via langzame journalistiek in de vorm van podcasts, documentaires en krantenreportages, in mijn colleges te verweven. Zo komen abstracte termen uit hun studieboeken tot leven. En soms, heel soms, krijg ik ze dan op het puntje van hun collegezaalstoel en kan mijn dag niet meer stuk.

Tot slot laat ik geen kans onbenut om studenten bewust te maken van hun ongelooflijke privilege. Dat ze voor relatief weinig geld goed onderwijs kunnen volgen, en dat er maar wat veel buitenlandse studenten zijn die azen op de collegebankstoel die voor hen zo vanzelfsprekend is. Eén keer schoot ik vol toen ik dit ter overstaande van een groep eerstejaarsstudenten uitsprak. Het speelde toen mee dat ik kort daarvoor een baby had gekregen en mezelf kolvend van het ene naar het andere college sleepte, maar ook zonder deze labiliteit voel ik dit gegeven in al mijn vezels. En daarmee sluit ik aan bij de vele poldergoeroe’s die menen dat innerlijk welzijn binnen handbereik ligt, en wel door het fenomeen dankbaarheid – hipper gaat het echt niet worden.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next