Home

Als je leerlingen wilt leren ontwerpen, geef ze dan de kans om te falen

Denkfouten in het hedendaags ontwerp gefileerd door ontwerpwetenschapper Jasper van Kuijk. Deze week: faalvrije ontwerpopdrachten.

De zoon van vrienden zit op een middelbare school met een technasiumafdeling en krijgt daar het vak onderzoek en ontwerpen. Hij kreeg als opdracht om iets te ontwerpen voor de hyperloop, het hyperfuturistische en voorlopig hyperhypothetische vervoerssysteem van door vacuümbuizen schietende capsules.

Ongetwijfeld een inspirerende opdracht, maar het leek me ook best complex voor net beginnende ontwerpers. Dus nam ik een kijkje op de site van de landelijke technasiumorganisatie en trof daar meer voorbeeldopdrachten van dit niveau aan. ‘Wijkgerichte en duurzame aanpak bestaande woningvoorraad.’ Of deze: ‘Maak een bouwkundig ontwerp van een gerenoveerd of vernieuwd klimaatbestendig en duurzaam infrastructureel kunstwerk en een bijbehorende effectrapportage voor de directe omgeving.’

Over de auteur
Jasper van Kuijk is ontwerpwetenschapper en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. 

Het idee van de technasiumscholen is om de leerlingen aan levensechte opdrachten te laten werken, voor echte opdrachtgevers. Die intentie is te prijzen, maar het levert ook opdrachten op die leerlingen door hun complexiteit de mogelijkheid ontzeggen om te falen.

Terwijl, juist van je ontwerp zien mislukken leer je als ontwerpstudent en ook als professioneel ontwerper het allermeest. Falen dwingt tot reflectie. En zien dat je ontwerp niet werkt gaat makkelijker als het kleinschaliger en concreter is. Als jij een robotgrasmaaier hebt ontworpen, je zet het ding aan en het draait zichzelf volledig in de soep, dan is dat heel vervelend, maar je gaat ook nadenken. Je kunt het apparaat openschroeven en zoeken: wat ging er mis? Hoe had ik dit kunnen voorkomen?

Hetzelfde gebeurt als je gebruiksinterfaces voorlegt aan testpersonen. Hoe goed je er ook over hebt nagedacht, je komt er altijd weer achter dat mensen toch nét anders denken dan hoe jij dacht. Uitermate leerzaam.

Een bijkomend voordeel van leerlingen laten ontwerpen op een niveau waarop het duidelijker is of iets werkt of niet, is dat je dan als docent of opdrachtgever makkelijker naast je leerlingen kunt gaan staan in plaats van tegenover ze. Je hoeft niet te proberen de leerlingen uit te leggen waarom jij denkt dat iets wel of niet kan werken, ze zíén dat het niet werkt en staan dan vaak meer open voor hulp en reflectie.

Maar hoe testen leerlingen een ‘wijkgerichte en duurzame aanpak bestaande woningvoorraad’? Ja, ze mogen het presenteren aan de opdrachtgever, maar heeft die het hart om ze in hun gezicht vertellen wat daar allemaal niet haalbaar aan is?

Overigens zijn deze complexe ontwerpopdrachten niet uniek voor de technasia, ook op de ontwerpopleidingen in het hoger onderwijs worden de opdrachten steeds complexer en levensechter, waardoor ze heel relevant voelen, maar ook lastiger te toetsen zijn en studenten nauwelijks meer echt kunnen falen. En ik gun juist iedereen die leert ontwerpen de confronterende leermomenten van wanneer je ontwerp gewoon echt niet werkt.

Gelukkig staan op de technasium-website ook concretere opdrachten, zoals een aangepaste studentenwoning voor studenten met een beperking of een lasvoorziening voor onder water. Levensecht, flink uitdagend, maar concreter en dus met een prototype en participanten te testen. En die dus een diepere leerervaring bieden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next