Home

Met partijen die altijd hun achterban willen bedienen is belastinghervorming vrijwel onmogelijk

De nieuwe ‘Bulgarenfraude’ maakt opnieuw duidelijk dat het belastingstelsel dringend hervorming behoeft. Maar dit vraagt om politieke moed die doorgaans ontbreekt in Den Haag. Kabinetsformaties zijn hét moment om die impasse te doorbreken, maar de voortekenen zijn slecht.

Drie van de vier formerende partijen bewijzen in hun recentste verkiezingsprogramma’s lippendienst aan de noodzaak het Nederlandse belastingstelsel op de schop te nemen. ‘We gaan door met de ingezette vereenvoudiging van het belasting- en toeslagenstelsel. Naast eenvoudiger maken wij het stelsel ook voorspelbaarder’, poneert de VVD.

NSC klinkt al net zo vastberaden: ‘We hebben een doolhof gecreëerd van belastingen, premies, kortingen, toeslagen en specifieke maatregelen voor huur, energie en zorgkosten. We willen een ambitieuze start maken met een hervorming van het belastingstelsel.’ Ook de BBB is aan boord en ‘staat voor een eerlijk, eenvoudig en efficiënt belastingstelsel, waarmee op een effectieve wijze belasting wordt geheven. Dit vergt een aanpassing van ons belastingstelsel.’

Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.

Volg alles over de kabinetsformatie hier.

Het verschijnsel toeslagen maakt het belastingstelsel sinds 2005 erg complex. Het verstrekken van toeslagen is één grote herverdelings- of (in negatieve termen gesteld) ‘rondpomp’-operatie. De Belastingdienst deelt het geld dat het Rijk met de ene hand int, met de andere hand weer uit – deels aan dezelfde mensen. Het was een politieke wens van linkse partijen om snel toeslagen uit te keren aan burgers die daarom vragen, en pas achteraf te controleren of die aanvragers er wel recht op hebben. Het nadeel van dit voorschotsysteem is dat een groot aantal toeslagontvangers na een of meerdere jaren met soms hoge terugvorderingen wordt geconfronteerd.

Het ‘vooraf uitkeren, achteraf controleren’-principe maakt het stelsel ook erg fraudegevoelig. Dat bleek deze week weer uit een mogelijk nieuwe ‘Bulgarenfraude’. Die fraudegevoeligheid leidde na 2010 tot een welhaast blinde focus op fraudebestrijding bij de politiek, die op zijn beurt weer leidde tot het toeslagenschandaal.

Alle politieke partijen zijn het er wel over eens dat het huidige belastingstelsel hervorming behoeft. Sterker: daar zijn ze het al vijftien jaar over eens. Vanaf 2010 is het ene na het andere gezaghebbende adviesrapport verschenen dat hamert op de noodzaak van belastinghervormingen. Die rapporten van expertcommissies, deskundige ambtenaren, de planbureaus en de Algemene Rekenkamer geven ook precies aan wat er fout gaat en hoe de politiek het stelsel kan verbeteren. Toch dateert de laatste grote stelselherziening al uit 2001.

Het Centraal Planbureau (CPB) analyseerde in 2016 waar dat aan ligt. Op de omslag van dat rapport staat meteen al de belangrijkste aanbeveling: ‘Leg hervormingen vast in een regeerakkoord’. De onderzoekers constateren dat vrijwel alle belastinghervormingen die Nederlandse kabinetten sinds de jaren negentig hebben doorgevoerd, voortkwamen uit in beton gegoten coalitieafspraken. Gebeurt dat niet, dan stranden zulke hervormingen meestal op politieke verdeeldheid, angst voor de kiezer en hevig verzet door lobby’s om deelbelangen.

Een van de belangrijkste oorzaken voor de complexiteit, en deels ook onuitvoerbaarheid, van het huidige belastingstelsel is politiek cliëntelisme. Elke politieke partij wil haar achterban bedienen met belastingmaatregelen die specifieke groepen bevoordelen. Daardoor wemelt het stelsel van de uitzonderingsbepalingen die de Belastingdienst uitvoeringstechnisch onder hoogspanning zetten. Zo willen christelijke partijen wat extra’s doen voor gezinnen met kinderen, rechtse partijen voor ondernemers en huizenbezitters, groene partijen voor fietsers en elektrische rijders en linkse partijen voor de laagste inkomens.

In het Kamerdebat over de hervorming van de box-3-belasting op spaartegoeden en beleggingen waarschuwde demissionair staatssecretaris Marnix van Rij donderdag voor een zich warmlopende colonne lobbyisten. ‘U zult de komende maanden van alle kanten bestookt worden met verzoeken om doorschuifregelingen’, voorspelde hij.

Van Rij, die zelf vele jaren actief was als fiscaal adviseur, weet hoe de hazen lopen. Zijn voormalige vakgenoten zullen de voorgenomen belastinghervorming aangrijpen om te pleiten voor extra mogelijkheden om het betalen van belasting over beleggingsrendementen uit te stellen – wat de deuren opent naar afstel. Als die lobby succesvol is – en partijen als VVD, BBB, CDA en NSC lijken gevoelig voor dat soort pleidooien – schiet de belastinghervorming misschien haar doel voorbij. Doorschuifregelingen begunstigen over het algemeen de meest vermogenden, niet de huis-tuin-en-keukenbelegger.

GL-PvdA-Kamerlid Senna Maatoug legde de vinger tijdens het debat op de zere plek. ‘Iedereen is voor minder complexiteit, maar iedereen is ook voor die ene uitzondering. Met als gevolg dat we met ons allen toch een hele reeks uitzonderingen maken, waardoor het stelsel complex blijft.’ De eerste uitzondering (voor start-ups) is alweer in het wetsvoorstel opgenomen. De Belastingdienst stuurde een kreunende en steunende uitvoeringstoets naar de Tweede Kamer (strekking: het belasten van het werkelijk rendement op vermogen brengt enorme uitvoeringsproblemen met zich mee), maar die wordt vooralsnog genegeerd.

De kans dat de lopende kabinetsformatie voor een doorbraak zorgt, lijkt klein. De goede voornemens uit de verkiezingsprogramma’s zijn weinig concreet. Bij de uitwerking komt het aan op cruciale details waar de vier partijen waarschijnlijk verschillend over denken. In een regeerakkoord kunnen coalitiegenoten pijnpunten tegen elkaar uitruilen, maar deze formatie streeft naar een akkoord ‘op hoofdlijnen’ waarin zulke cruciale details onbesproken blijven. De ervaring leert juist – aldus de CPB-analyse – dat harde coalitieafspraken essentieel zijn.

Bovendien is er momenteel geen geld over op de begroting om de onvermijdelijke verliezers van een belastinghervorming te compenseren – bij de geslaagde herziening in 2001 was dat ‘smeergeld’ er wel. Het doorvoeren van ingrijpende beleidswijzigingen is ook moeilijker geworden doordat regeringscoalities tegenwoordig vaak geen meerderheid hebben in de Eerste Kamer. De formerende vier partijen bezetten daar slechts 30 van de 75 zetels.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next