Home

Voordat haar strafzaak is begonnen, verdedigt Inez Weski zichzelf in een boek: ‘Kroongetuige worden zou verraad zijn aan wie ik ben’

Het Openbaar Ministerie heeft Inez Weski na haar arrestatie in april 2023 voorgesteld om kroongetuige te worden. Dat schrijft de oud-advocaat in een boek dat vrijdag is verschenen. Ze doet daarin onder meer verslag van haar zes weken in de cel.

Nadat Inez Weski wekenlang alleen maar tegen beton heeft aangekeken, is haar eerste confrontatie met de buitenwereld een vervreemdende ervaring. De strafrechtadvocaat, die vastzit op verdenking van deelname aan de criminele organisatie van haar cliënt Ridouan T., wordt in een busje naar de penitentiaire inrichting Nieuwersluis gebracht en constateert dat de bomen er ‘bijna fluorescerend parkietgroen’ uitzien.

In de gevangenis waar Weski (69) tot dan toe vastzat, sleet ze haar dagen in een kleine cel zonder ramen en zonder natuurlijk licht. ‘Kalltgestellt’, zoals ze het omschrijft in haar nieuwe boek Het geluid van de stilte. In deze ‘ondergrondse bunker’ verbleef ze in isolatie, afgesloten van alles en iedereen. Op haar ‘bed’ lag een rubberen matras, met een papieren ‘laken’. Ze deed geen oog dicht.

Over de auteurs
Menno van Dongen is politie- en justitieverslaggever. Irene de Zwaan schrijft als verslaggever over jongerencultuur en onderwijs.

In die tijd – eind april 2023 – heeft Weski, net als haar advocaten en naasten, geen idee waar ze is. Niemand wil het zeggen. In de bedompte ruimte die naar verf- en lijmlucht stinkt, vraagt ze zich af of ze nog levend naar buiten zal lopen. De advocaat heeft al jaren last van ‘een wankele fysieke conditie’, waarover ze verder niets prijsgeeft. Ze is afhankelijk van medicatie en een speciaal dieet.

‘Al snel raakte ik overtuigd van het kennelijk ingecalculeerde risico en misschien zelfs van de hoop dat ik de arrestatie, detentie en behandeling geestelijk en lichamelijk niet zou overleven’, schrijft ze. Een keer raakt ze zelfs ‘op de rand van een coma’. Door haar constant bloot te stellen aan stress, wil justitie haar ‘murw’ maken, denkt ze. ‘Shock-and-awe’: een beproefde strategie.

Traumatisch

In haar boek schuwt Weski de grote woorden niet. Tot in de details omschrijft ze haar detentie – ‘een traumatische ervaring’ – en wat dit met haar heeft gedaan. ‘De Vervolgers’, noemt ze de personen en instanties die betrokken zijn bij haar strafzaak, en over wie ze uitermate kritisch is. Zo spreekt ze over ‘wild om zich heen bijtende aanklagers’.

Het Openbaar Ministerie (OM) wil niet op het boek reageren, omdat Weski verdachte is in een lopend onderzoek. Het is nog niet bekend wanneer haar strafzaak zal worden behandeld, zegt een woordvoerder.

Al met al heeft Weski zes weken vastgezeten. Ze mag haar zaak in vrijheid afwachten en heeft haar werk als advocaat neergelegd, na een carrière van 45 jaar. Het OM denkt dat ze misbruik heeft gemaakt van haar positie. Als raadsvrouw van T. had Weski, in tegenstelling tot anderen, toegang tot hem in de Extra Beveiligde Inrichting in Vught (EBI). Ze zou boodschappen van T. hebben doorgespeeld.

Op 21 april, in de vroege ochtend, wordt Weski gearresteerd. Nog voordat ze haar katten brokjes heeft kunnen geven, dendert ‘een enorm gezelschap’ van opsporingsambtenaren haar huis binnen, schrijft ze in haar boek. Haar huis wordt overhoop gehaald, op zoek naar bewijsmateriaal. ‘Een soort beeldenstorm’, merkt ze droogjes op.

Informant

Een paar weken later, in de gevangenis in Nieuwersluis, gebeurt er iets opmerkelijks. Weski wordt naar een achterafkamertje gedirigeerd, waar twee officieren van justitie haar opwachten. In omfloerste bewoordingen vragen ze haar om kroongetuige of informant te worden en belastende verklaringen af te leggen over andere betrokkenen. Mogelijk doelen ze onder meer op Ridouan T., de hoofdverdachte in het liquidatieproces Marengo. Hij is dit jaar veroordeeld tot levenslang.

‘Ik zou naar het buitenland kunnen’, noteert Weski. ‘Ik hoor het aan en vraag wat er nu precies wordt bedoeld.’ Ze slaat het aanbod meteen af. Dit valt niet te verenigen met haar geheimhoudingsplicht, legt ze uit, en ook niet met haar eigen verleden, als nakomeling van Joodse voorouders van wie een groot deel is vermoord in vernietigingskampen. ‘Het zou verraad zijn aan wie ik ben.’

In het boek legt ze omstandig uit waarom ze niet kán en mag praten over voormalige cliënten, zoals Ridouan T.: een verdachte moet zich vrij voelen om alles te bespreken met zijn advocaat, dat is een fundament van de rechtsstaat. Volgens justitie kan daar in dit geval wel ‘een mouw aan worden gepast’. Als een raadsvrouw flink onder druk is gezet, zou ze de vrijheid hebben om dat te onthullen.

Ontsleutelde berichten

De verdenking tegen Weski is met name gebaseerd op ontsleutelde berichten op cryptotelefoons. Daaruit blijkt volgens justitie dat familieleden van T. zijn advocaten wilden inzetten als boodschapper. Youssef T., die zijn oom bijstond als raadsman in mediazaken, is vorig jaar veroordeeld voor het doorgeven van informatie van en naar Ridouan T. – die in de EBI vrijwel alleen met zijn advocaten mocht communiceren.

Youssef T. kon niet anders, legde zijn toenmalige raadsman André Seebregts uit. T. kwam volgens hem in een spagaat terecht ‘tussen enerzijds zijn morele kompas als advocaat en anderzijds de veiligheid voor zichzelf en zijn gezin’.

Stond Weski voor een vergelijkbaar dilemma? Op dat soort vragen geeft ze in haar boek geen antwoord. Ze houdt het bij de constatering dat er beschuldigingen naar buiten zijn gekomen die niet kloppen, waartegen ze zich niet kan verdedigen. ‘Tegenover je staat een vuurpeloton, dat ongehinderd met dumdumkogels op jou en je geheimhoudingsplicht mag schieten.’ Ze kan niets vertellen over ‘eventuele gevaren’, schrijft ze, ‘niet voor wie en waarom’. Dat is haar ‘noodlot’.

Het is opvallend dat Weski dit optekent. Strafzaken moeten plaatsvinden in de rechtszaal, zegt ze altijd, niet in de media. Maar met haar boek lijkt ze nu te kiezen voor de vlucht naar voren. Want als ze zich in de rechtszaal blijft beroepen op haar geheimhoudingsplicht, is het de vraag of haar verhaal daar goed tot zijn recht komt, zeker voor het grote publiek.

Hoe nu verder? Het is een vraag die Weski zelf opwerpt in haar nawoord en waarop ze het antwoord nog niet weet. ‘Zal dit boek mijn laatste teken van leven zijn? De laatste zwanenzang?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next