Aankomende zaterdag gaat de 60ste editie van de Biënnale van Venetië van start. Deze week zijn er al museumdirecteuren, galeriehouders, curatoren en critici welkom. De Volkskrant proeft de sfeer.
Woensdagochtend regende het ineens rode flyers op de Biënnale van Venetië. Tientallen mensen deden mee aan de protestactie voor het Israëlische tentoonstellingspaviljoen. Op de flyers staat: ‘Geen dood in Venetië, nee tegen het genocidepaviljoen’. De oorlogen in Gaza en die in Oekraïne hebben een duidelijke weerslag op de grote internationale kunstmanifestatie.
Hart van deze ‘Olympische Spelen van de kunst’ is de Giardini, een park met tientallen landenpaviljoens met in elk gebouwtje een tentoonstelling. Dit is een wereldtoneel in het klein. Maar dan een selectieve en gehusselde versie: hier grenst Venezuela bijvoorbeeld aan Zwitserland en ligt Spanje naast België.
Over de auteur
Anna van Leeuwen is kunstredacteur bij de Volkskrant. Ze schrijft over tentoonstellingen, musea, kunstenaars en de kunstmarkt.
Protest tegen het Israëlische paviljoen begon al maanden voor aanvang van de Biënnale. Duizenden kunstenaars, verenigd in de Art Not Genocide Alliance (Anga), ondertekenden in februari een brief waarin ze opriepen om Israël uit te sluiten van deelname aan de Biënnale: ‘Elke officiële vertegenwoordiging van Israël op het internationale culturele toneel is een goedkeuring van Israëls beleid en de genocide in Gaza.’
Anga was ook verantwoordelijk voor de actie van woensdag. Opvallend: die werd uitgevoerd voor een gesloten paviljoen. Op het glas hangt een kort statement van Israëlische kunstenaar Ruth Patir en curatoren Tamar Margalit en Mira Lapidot: ‘De kunstenaar en curatoren van het Israëlische paviljoen zullen de tentoonstelling openen als een overeenkomst is getekend voor een staakt-het-vuren en vrijlating van de gijzelaars.’
Dit ingrijpende besluit, dat voor de Israëlische kunstenaar en curatoren grote gevolgen kan hebben, was voor de actiegroep onvoldoende. Israël had volgens hen door de Biënnale helemaal geweigerd moeten worden. En dat een klein deel van de presentatie alsnog door de ruit te zien is, gaat hun te ver: ‘Shut it down! Shut it down!’
Het is opmerkelijk dat het de actievoerders was gelukt om het Giardini-terrein te betreden met hun flyers en vlaggen. De tentoonstellingslocatie wordt deze editie zwaar bewaakt door de politie en het leger. Bij het Israëlische paviljoen staan Italiaanse militairen. Die grepen niet in tijdens de demonstratie.
Ook bij het Russische paviljoen is extra beveiliging. Sinds de oorlog in Oekraïne doet Rusland niet mee aan de Biënnale. Dit keer is het gebouw wel geopend, want het is uitgeleend aan Bolivia. Dat is een diplomatiek gebaar: Rusland aast op de lithiumvoorraad van Bolivia.
In de entree hangt een korte tekst van Esperanza Guevara, de Boliviaanse minister van ‘Culturen, dekolonisatie en depatriarchalisatie’, die bij deze gelegenheid als curator optreedt. Guevara bedankt de Russische Federatie voor de vriendelijke geste en benadrukt hoe belangrijk het is dat kunst en cultuur ‘onafhankelijk’ zijn en dat van censuur en intolerantie geen sprake mag zijn.
Dat zijn grote woorden, maar het Russische paviljoen is opmerkelijk leeg. Bezoekers lijken het ongemakkelijk te vinden over de drempel te gaan. Het is ook lang niet gelukt de tentoonstellingsruimten met kunst te vullen, zelfs al is een deel van het gebouw afgesloten voor publiek. Navraag leert dat een aantal kunstwerken nog onderweg is, in verband met logistieke problemen.
Eigenlijk is er meer aan de hand. Hier was oorspronkelijk een andere Boliviaanse tentoonstelling gepland. Die zou worden samengesteld door architect Paola Pisanelli Nero en heette Abya Yala Desde la Patria Grande.
Volgens een woordvoerder van het paviljoen is er een simpele verklaring voor de aanpassingen: ‘Bolivia’ verving de curator nadat Guevara op 3 maart als minister was aangetreden. Zij zou vervolgens keuzen hebben gemaakt die pasten bij haar ‘visie als curator’.
Maar een van de minstens zeven kunstenaars die ondanks eerdere berichten ontbreken in de tentoonstelling, schetst per e-mail aan de Volkskrant een heel ander beeld. Inès Fontenla (73), een Argentijnse kunstenaar, schrijft dat zij zich heeft teruggetrokken omdat ze doorkreeg dat zij en de andere kunstenaars ‘werden gemanipuleerd door politieke en economische belangen.’
Volgens Fontenla werd na de komst van Guevara de tentoonstelling helemaal veranderd, waarbij ‘veel ruimte was voor beslissingen van het land dat gastheer is’. Als de kunstenaars mee wilden blijven doen, moesten ze met elke mogelijke verandering akkoord gaan. Fontenla trok zich terug.
De woordvoerder van de Boliviaanse presentatie ontkent dat er sprake was van Russische inmenging: ‘Alle beslissingen zijn genomen door de Boliviaanse curator en medewerkers.’ In elk geval ontbreekt Fontenla’s kunstwerk, een installatie die zou oproepen tot duurzaamheid en vrede.
In andere paviljoens klinkt de roep om vrede alsnog luid. In de presentatie van Oekraïne (niet in de Giardini, maar in de Arsenale, de tweede grote tentoonstellingslocatie) gebeurt dat onomwonden met een huiveringwekkend lijstje met het aantal doden en gewonden.
In de kleine groepstentoonstelling zijn ook confronterende videoportretten te zien waarin acteurs de rol moeten spelen van ‘gerieflijke Oekraïense vluchtelingen’. Uit de oproep: ‘U moet er sterk van geest en actief uitzien, maar wel met een vleug van verdriet.’ Pijnlijk: deze acteurs worden geregisseerd door echte Oekraïense vluchtelingen.
Ook het paviljoen van Polen spelen Oekraïense vluchtelingen een rol. In de video-installatie Repeat after me II van het Oekraïense kunstenaarscollectief Open Group doen zij geluiden van verschillende soorten bommen na. Het resultaat is een wrange mix tussen een educatieve film (per bom is er een uitleg) en een karaokefilm: bezoekers worden uitgenodigd de geluiden na te doen.
Palestina kan niet als land deelnemen aan de Biënnale, omdat het niet door Italië wordt erkend. Wel is in de hoofdtentoonstelling van de Braziliaanse curator Adriano Pedrosa een aantal verwijzingen naar de oorlog in Gaza te zien, in de vorm van leuzen en watermeloenen (pro-Palestijns symbool).
En in de randprogrammering bevindt zich de tentoonstelling South West Bank, die met recht het onofficiële paviljoen van Palestina is te noemen. Deze groepstentoonstelling is poëtisch en gaat minder letterlijk over geweld.
Zo hing de bekende Zuid-Afrikaanse kunstenaar Adam Broomberg (een van de organisatoren van de tentoonstelling) kleine kooitjes op: ‘In de vergulde kooi kan de krekel zingen, maar niet ontsnappen.’
Ook fotografeerde Broomberg samen met Rafael Gonzalez oude olijfbomen. Naar schatting zijn sinds 1967 door Israëlisch ingrijpen zo’n 800 duizend olijfbomen vernietigd. De Palestijnse activist Baha Hilo maakte olijfolie, die op sokkels wordt getoond.
In de bescheiden expositie South West Bank klinken ook geluiden uit een film van de tentoonstelling in het naastgelegen Palazzo. Daar is de ambitieuze en uitgebreide tentoonstelling From Ukraine: Dare to Dream opgesteld op initiatief van de kunststichting van de steenrijke Oekraïense zakenman Victor Pintsjoek.
Hier toont Zhanna Kadyrova een orgel dat ze liet bouwen met op de orgelpijpen resten van afgevuurde Russische raketten. Russian Contemporary Baroque noemde ze het nieuwe instrument, waarop tijdens de tentoonstelling muziek wordt gespeeld.
Kunstenaars Yarema Malaschcuk en Roman Khimei hebben duidelijk geworsteld met hun deelname aan de tentoonstelling. Hun video-installatie toont Oekraïense kinderen die slapen of in bed liggen. Het zijn kinderen die door Rusland waren gedeporteerd, maar zijn teruggekomen. De beelden zijn heel intiem, en de titel legt daar de nadruk op: You Are Not Supposed to See This.
Malaschcuk en Khimei vinden ‘oorlogskunst’ problematisch, staat in de begeleidende tekst: ‘Elk beeld van de oorlog is in de eerste plaats een bewijs van een misdaad en alleen potentieel een kunstwerk (dat nooit gemaakt had moeten worden).’
De Biënnale van Venetië vindt plaats van 20/4 t/m 24/11. De twee hoofdlocaties zijn Giardini en Arsenale. De expositie South West Bank is tijdens de looptijd van de Biënnale te zien in Magazzino Gallery, Palazzo Contarini Polignac. De expositie From Ukraine: Dare to Dream vindt plaats in het naastgelegen Palazzo Contarini Polignac van 20/4 t/m 1/8.
Geselecteerd door de redactie
Ondanks grote verliezen nu meer Russische soldaten in Oekraïne dan vorig jaar
Live Oekraïne: Trump noemt voortbestaan Oekraïne belangrijk voor de VS: ‘Europa moet in actie komen’
Extra Patriots naar Oekraïne? Na het groene licht van de Navo bekijkt het kabinet de opties