Home

Vormende jaren, artistieke crisis, comeback: wat zijn de ideale ingrediënten van een geslaagde muzikale biopic?

De complete levensloop van een artiest kun je moeilijk in een film vatten, dus makers van een muzikale filmbiografie moeten keuzen maken. Hoe pakken ze dat zoal aan? En welke biopics zijn bij uitstek het bekijken waard?

Er zit nogal wat licht tussen de non-fictie en de speelfilm. In 2015 verscheen Amy van Asif Kapadia, die er een Oscar voor beste documentaire mee won. Met name vader Mitch Winehouse en lover Blake Fielder-Civil kwamen er in deze krachtige studie naar de opkomst en ondergang van de Britse zangeres niet al te best af.

In de speelfilm Back to Black moest dat anders, zo besliste de Amy Winehouse Estate, vader Mitch voorop. Die nadrukkelijke bemoeienis moet voor regisseur Sam Taylor-Johnson belemmerend hebben gewerkt. Maar ja: anders krijg je de muziek niet.

Over de auteur
Rob van Scheers schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels. 

De Londense sfeer is goed getroffen in Back to Black, de hoofdrollen ook, en die muziek blijft evenzeer overeind. Maar helemaal vertrouwen doe je deze bijgevijlde versie van ‘Amy Winehouse’ toch ook weer niet.

Binnen het genre van de muzikale biopic is bemoeienis door de erven een terugkerend probleem. Het was onlangs nog het geval met de film over Priscilla Presley van Sofia Coppola, die het niet op een akkoordje kon gooien met de erven Presley. Nog voor haar overlijden in januari 2023 had dochter Lisa Marie het scenario gelezen, en het beviel haar niet. ‘Mijn vader komt alleen maar over als een roofdier en een manipulator’, zo stond in Variety. ‘Priscilla, ik vind je eerlijk gezegd nogal wraakzuchtig.’
Geen Elvis-muziek.

De beste biopic die nooit is gemaakt is trouwens ook bekend: Martin Scorsese wilde het leven van Frank Sinatra verfilmen. Hij liep jaren rond met dat plan, en zag in John Travolta de perfecte hoofdrolspeler, maar de Sinatra Estate had het liever niet – té precair. Waarschijnlijk vreesden ze dat de film zou ingaan op de vermeende banden tussen Sinatra en de maffia, of zijn vele affaires.
Geen Sinatra-biopic.

Groeiende belangstelling

Noem het gerust een wet: zodra de erven zich ermee gaan bemoeien wordt het hommeles. Toch mag het genre van de filmbiografie zich al jaren verheugen in een groeiende belangstelling. Dat komt door onze fascinatie met roem (en de keerzijde ervan), en natuurlijk ook door het predicaat ‘echt gebeurd’, dat in toenemende mate geldt als een aanbeveling.

Een zakelijke kant zit er ook aan. Artiesten verkopen tegenwoordig hun volledige catalogus voor een bom duiten, en de investeerders willen dat geld natuurlijk terugverdienen met merchandise, compilatiealbums, streaming, tv-rechten en ja, een biopic. En het zijn lang niet altijd film- of muziekmaatschappijen waaraan die rechten worden verkocht; de trend is nu dat beleggingsfondsen worden gejaagd door de winst.

Een paar decennia terug kwamen er hooguit een à twee muzikale biopics per jaar uit. Denk aan Bound for Glory (1976) over folkzanger Woody Guthrie, Coal Miner’s Daughter (1980) met countryzangeres Loretta Lynn als onderwerp, het semi-autobiografische Purple Rain (1984) met Prince, of Oliver Stone’s The Doors (1991).

Dat is nu wel anders. In voorbereiding zijn onder meer: Michael (2025) – over Michael Jackson, geregisseerd door Antoine Fuqua – en een vierluik over Beatles John, Paul, George en Ringo (2027) van Sam Mendes. Bruce Springsteen krijgt zijn eigen film, Deliver Me from Nowhere (regie: Scott Cooper), die speelt rond de tijd dat hij het akoestische album Nebraska (1982) opnam. Ridley Scott heeft een plan voor een biopic over de Bee Gees. Het leven en werk van Boy George moet worden verbeeld in Karma Chameleon – meer details zijn nog niet bekend. Zeker is wel dat A Complete Unknown in aantocht is, een nieuwe biopic over Bob Dylan. De hoofdrol is voor Timothée Chalamet en de regie is in handen van James Mangold; de film wordt verwacht in 2025.

Geen technische beperkingen

Van technische beperkingen is bij de biopic inmiddels geen sprake meer. Voor Bohemian Rhapsody (2018) over Freddie Mercury en Queen kon moeiteloos een vol Wembley-stadion (dat van Live Aid in 1985) worden herschapen uit de digitale toverdoos. Ook kon moeiteloos de stem van Marc Martel worden gebruikt. Deze Canadese rockzanger deed in 2011 mee aan een soundmixcompetitie om in een tributeband van Queen te komen. De makers van Bohemian Rhapsody vlogen Martel in om een paar van Mercury’s kenmerkende falsettopartijen in te zingen, terwijl het publiek denkt dat het hoofdrolspeler Rami Malek is.

Technisch kan dus bijna alles, maar uiteindelijk staat of valt de biopic met een sterk scenario. De insteek en focus zijn belangrijk: de complete levensloop van een artiest valt nauwelijks in een film te vatten, dat is meer iets voor een zesdelige Netflixserie. Bij een biopic moeten keuzen worden gemaakt.

De Volkskrant nam tijdens een marathonzitting de proef op de som. Hoe pakken filmmakers van divers pluimage zo’n biopic aan? Wat zijn de meest beproefde scenariovariaties? En welke van die films zijn bij uitstek het bekijken waard?

1.
De vormende jaren

In een biografie zijn de jeugdjaren van een artiest vaak het interessantst. Alles zit er al in, de hoofdpersoon in kwestie moet alleen nog even tot wasdom komen. Dat geldt voor de geschreven variant, en filmmakers weten het ook. Regisseur Sam Taylor-Johnson maakte voorafgaand aan Back to Black al eerder een geslaagde popbio: Nowhere Boy (2009), over de jonge John Lennon.

Daarin leren we Lennon kennen als een getalenteerde maar gevoelige jongen, die wordt verscheurd door zijn loyaliteit aan de twee vrouwen in zijn leven: Julia en tante Mimi. Julia is zijn biologische moeder, maar tante Mimi voedt John op. Dat heeft alles te maken met een onuitgesproken familieschandaal. Alfred Lennon, de vader van John, werkte bij de koopvaardij en verkeerde eens jaren buitengaats. Toen hij terugkeerde vond hij zijn vrouw zwanger van een andere man en vertrok hij woedend naar Nieuw-Zeeland. Maar niet voordat hij de voogdij over zijn 5-jarige zoon John in handen van tante Mimi en haar man had gelegd.

Ziedaar de getourmenteerde jeugd van de aankomende popster, hij zou er nog vaak over zingen. Na het zien van deze film begrijpen we John Lennon al een stuk beter. (Benieuwd wat Sam Mendes daar met zijn vierluik nog aan weet toe te voegen.)

2.
Sympathie voor de underdog

In Nederland heeft de Ian Dury-biopic Sex & Drugs & Rock & Roll (2010) de bioscoop nooit gehaald, en dat is een omissie. De film van regisseur Mat Whitecross was een van de betere muziekbiopics van de afgelopen jaren. Geen glamour, integendeel: het is een diep menselijk portret van de onwaarschijnlijkste popheld uit de muziekgeschiedenis ooit. Ian Dury had alles tegen, maar wat meezat was de uitbarsting van de punk.

Andy Serkis, de Gollem uit The Lord of the Rings, speelt Dury als een man die worstelt met de polio uit zijn jeugd. Hij houdt zich vast aan het advies van zijn liefhebbende vader: als underdog beginnen is niet zo’n slecht vertrekpunt in het leven.

Zo probeert hij zich er met de nodige zelfspot doorheen te slaan. En met muziek natuurlijk, de muziek van Ian Dury & The Blockheads. Zo ontpopte Dury (1942-2000) zich tot de straatwijze hofnar van het Britse newwavelabel Stiff Records, hij kon ongestraft zeggen wat hij dacht. Hij was toch al een ‘zielige kreupele met een horrelvoet’ – een spasticus autisticus, nietwaar? – zoals hij zelf plagerig zingt. Nou, mooi niet. Hij is strijdbaar, scherp en cocky in deze bijna vergeten film, die nog wel leverbaar is op dvd. De moeite van het bekijken waard.

3.
Op naar de top

Dit is de verhaallijn die je eigenlijk in elke biopic verwacht: de weg naar de top. In het Los Angeles van 1975 droomt de 15-jarige Cherie Currie ervan popster te worden, ze is idolaat van David Bowie. De aalgladde producer Kim Fowley is net bezig een meidenrockband op te zetten, hij heeft tiener Joan Jett al onder contract.

Maar The Runaways, want zo zullen ze heten, missen nog een aantrekkelijke frontvrouw, denkt Fowley, iets tussen Bowie en Bardot in. Bassist Joan en drummer Sandy West stropen de clubscène van LA af en stuiten op de bleue Cherie. Kan zij niet bij The Runaways komen? Cherie valt wel op Joan, ze zoenen wat, en niet veel later zetten ze samen de eerste hit Cherie Bomb in elkaar. Daarna gaat het snel, want zo’n band van wilde meiden met gitaren past precies bij de tijdgeest, tot een inderhaast in elkaar gedraaide tournee in Japan aan toe.

Uiteindelijk loopt het in de film The Runaways (2010, regie Floria Sigismondi, vooral bekend van punky videoclips) slecht af, maar die begindagen en stormachtige opmars zijn in al hun ontwapenende eenvoud mooi gevangen. Met Kristen Stewart als Joan Jett en Dakota Fanning als Cherie Currie.

4.
Wij versus de rest van de wereld

Tien jaar later en 50 kilometer verderop begint in de probleemwijk Compton in South Los Angeles een stel tieners een nieuwe rapgroep: N.W.A. (Niggaz Wit Attitudes). Die geboorte van de West Coast-gangstarap is gereconstrueerd in Straight Outta Compton (2015, regie F. Gary Gray), een heftige film vol straatcultuur, politiegeweld en toegepaste sociologie.

De rapteksten vormen een reflectie van hun eigen ervaringen, stellen leden als Ice Cube, Dr. Dre en Eazy-E, ze beschouwen zichzelf als chroniqueurs van hun tijd. De film werd een monsterhit, met een stevige cast, onder wie O’Shea Jackson Jr., de oudste zoon van Ice Cube, die dus zijn vader speelt.

Wel is het zo dat zelfmythologisering op de achtergrond resoneert. De oorspronkelijke, nog levende leden van N.W.A. produceerden en financierden flink mee, en dat was niet uit liefdadigheid. Het verhaal net even mooier maken dan het is, en ook je eigen plek in de muziekgeschiedenis claimen – het doet wel wat denken aan papa Mitch Winehouse. Volkskrant-recensent Bor Beekman schreef destijds over Straight Outta Compton ‘Deze vitale rapbiopic heeft toch ook wat trekjes van een promotiefilm.’

5.
Op de vlucht

Nog te zien in de bioscoop: Bob Marley: One Love (2024). Midden jaren zeventig werd Jamaica verscheurd door politiek geweld. Rastafari Bob Marley wilde in Kingston een verzoeningsconcert geven: Smile Jamaica. Voordat hij goed en wel het podium betrad, werden hij, twee leden van zijn band The Wailers en Rita Marley in de oefenruimte neergeschoten.

Bob Marley nam de wijk naar Londen, voor een zelfverkozen ballingschap. Die Londense jaren vormen de hoofdmoot van het verhaal, en dat is een aardige variant binnen dit lijstje van scenariokeuzen. Marley (sterke hoofdrol van Kingsley Ben-Adir) is een vreemdeling in de kille Britse hoofdstad, maar producer Chris Blackwell van Island Records beseft dat hij met de exotische Bob in feite goud in handen heeft. En dat is ook zo.

De film werd door regisseur Reinaldo Marcus Green opgezet in samenwerking met zoon Ziggy en weduwe Rita Marley. En dat proef je, want die laatste (gespeeld door Lashana Lynch) heeft haar aandeel in de saga flink laten uitvergroten. Maar het bijzondere reggaesfeertje maakt veel goed.

6.
Liefde overwint alles

Intiem, zo mag je de biopic Walk the Line (2005, regie James Mangold) wel noemen. De film begint in 1968, als Johnny backstage wacht tot hij op kan in Folsom Prison. In het zwart, dat spreekt.

Markante figuur, die Johnny Cash (1932-2003). Het is niet zo dat hij een afkeer had van kleurige kleding, integendeel. Maar tot de heuglijke dag dat alle armen en misdeelden waren verlost hield hij het liever op zwart, om ons te herinneren aan het lot van de minder gefortuneerden op deze wereld, onder wie vergeten Vietnamveteranen, inheemse bewoners en gedetineerden.

Soms droeg Johnny dat zwart ook voor zichzelf, begrijpen we uit de film. Dan was hij weer eens vanwege zijn drankprobleem in de Betty Ford-kliniek beland, of werd hij in El Paso gearresteerd omdat hij een vrachtlading van het pepmiddel Dexedrine vanuit Mexico de grens over wilde brengen. Maar gelukkig was daar zangeres June Carter; haar liefde voor Johnny is het werkelijke thema van de film. June en Johnny (die dan nog getrouwd is) gaan samen op tournee, hij valt voor haar, maar zij niet voor hem, totdat hij bereid is om zijn verslavingen op te geven.

Reese Witherspoon kreeg een Oscar voor haar hoofdrol als June Carter, en ook Joaquin Phoenix werd allerwegen geroemd, temeer daar hij alle Cash-liedjes zelf inzong. Dit is zo’n biopic die je met gemak een tweede keer kunt bekijken.

7.
Uit elkaar

De biopic Get On Up (2014) gaat over de zelfverklaarde Mr. Dynamite, The Godfather of Soul, The Hardest Working Man in Show Business, en Soul Brother No.1 mag ook. Dan hebben we het natuurlijk over James Brown.

Hier is de scenario-aanpak tweeledig. De film van Tate Taylor zoomt in op de getroebleerde verhouding van James Brown met zijn weggelopen moeder Susie Brown (glansrol van Viola Davis). Maar zo mogelijk nog schrijnender is de geschetste verwijdering tussen James Brown en zijn jeugdvriend, mentor en liedjessmit Bobby Byrd (Nelsan Ellis). Ze kennen elkaar sinds hun 17de, nog uit de jarenvijftiggospelgroep The Famous Flames, en Bobby heeft James altijd door dik en dun gesteund. Maar als hij in 1971 een soloplaat wil maken, vat James dat op als hoogverraad.

Ruim twintig jaar zullen ze elkaar niet spreken. Dan loopt James per ongeluk tegen hem aan en nodigt hij Bobby uit voor een concert in Atlanta. Excuses en vergeving, mooi dramatisch materiaal.

Maar er is nog een reden om deze film te bekijken. James Brown wordt gespeeld door de betreurde Chadwick Boseman, de in 2020 overleden ster van de Marvel-hitfilm Black Panther (2017). Zijn vertolking van James Brown is een van zijn allereerste filmrollen, en het talent druipt ervan af.

8.
Impasse

Een tikkeltje curieuzer is Miles Ahead (2016), een in Nederland zelden vertoonde biopic over Miles Davis van regisseur en hoofdrolspeler Don Cheadle. Dit is de premisse: midden jaren zeventig is de altijd zo vernieuwende trompettist vastgelopen, muzikaal gesproken. Hij heeft al vijf jaar geen nieuw werk uitgebracht en is voornamelijk druk met zijn cocaïneverslaving.

Dat is het moment waarop wij als kijkers instappen, en op zich is die keuze prikkelend genoeg. Heimelijk blijkt Davis in zijn thuisstudio nog wel bezig met nieuwe muziek, maar die tapes worden gestolen. Achtervolgingen en schietpartijen worden ons deel, want Miles laat het er niet bij zitten. Daarbij krijgt hij hulp van Ewan McGregor als Rolling Stone-journalist Dave Braden.

Het is alsof je naar een aflevering van Miami Vice kijkt (waar de echte Miles Davis in 1986 trouwens ook nog eens in zat, en wel als bordeelhouder). De erven Davis vonden het wel grappig dat de in 1991 overleden trompettist als een soort gangster werd afgebeeld. De werktitel luidde Kill the Trumpet Player, maar er moest een crowdfunding aan te pas komen voordat Sony Pictures Classics zonder al te veel verwachtingen instapte bij deze cultfilm (want dat is het).

9.
Comeback

Tv-producent Steve Binder: ‘Maar wie ben je nu écht, Elvis?’
Presley: ‘Nou, in ieder geval niet iemand die een uur lang kerstliedjes zingt bij een open haard.’
Binder: ‘En wat vindt de Colonel daarvan?’
Presley: ‘Het kan mij geen donder schelen wat de Colonel denkt.’

Stoere taal van Elvis, en met recht. Na een tamelijk vruchteloze reeks aan verwaarloosbare Hollywoodfilms was hij het in 1968 zat. Zijn arglistige manager ‘Colonel’ Tom Parker – schuilnaam voor bon vivant en ritselaar Dries van Kuijk uit Breda – had een slappe kerstspecial voor ‘My boy Elvis’ geregeld bij NBC, maar de zanger wilde die in samenspraak met producent Steve Binder nu eens zelf inkleuren.

Daarmee redde hij in zijn zwarte leren pak zijn reputatie, zoals mooi is uitgewerkt in de biopic Elvis (2022) van Baz Luhrmann. Tom Hanks als de ongrijpbare Colonel viel enigszins tegen, maar Austin Butler als Elvis was een sensatie, en hij kreeg daar terecht een Oscarnominatie voor.

Samen met films als Bohemian Rhapsody (2018, over Queen en Freddie Mercury) en Rocketman (2019, over Elton John) zette Elvis de muzikale biopic weer nadrukkelijk op de kaart.

Tot zover negen variaties door negen verschillende filmmakers. Ze stappen op een bepaald moment iemands leven binnen en vertellen van daaruit verder; want een heel leven vangen in een film, dat gaat vaak gewoon niet.

Rest ons nog één variant, en dat is bepaald niet de minste.

10.
De popster als enigma

In de associatieve biografie I’m Not There (2007) van regisseur Todd Haynes spelen wisselende acteurs een episode uit het leven van Bob Dylan. Dan hebben we het over Heath Ledger, Christian Bale, Richard Gere en Ben Whishaw, maar de show wordt gestolen door Cate Blanchett. Zij is de boze Bob, die door de traditioneel ingestelde folkies in 1965 wordt uitgemaakt voor judas, omdat hij elektrisch gaat. Binnen de folk, met zijn protestliedjes op akoestische gitaar, geeft dat geen pas, vindt opperfolkie Pete Seeger. In razernij probeert hij tijdens het Newport Folk Festival de kabels van Dylans geluidsinstallatie door te hakken.

Cate Blanchett speelt Bob zo goed, met zijn warrige haardos, zijn nasale intonatie en zijn provocerende gebaartjes en mimiek, dat je eerst helemaal niet doorhebt dat het hier een actrice betreft.

Sowieso blijft Bob Dylan in deze film een enigma, zelfs als je bekend bent met zijn levensloop. En dat is precies wat een kunstwerk moet doen: niet de eerste keer alles al prijsgeven. Deze aanpak zou zeker niet bij iedere artiest werken, maar in al zijn raadselachtigheid blijkt juist Bob Dylan er geknipt voor. Het wordt nog een hele dobber voor Timothée Chalamet om in de aankomende biopic A Complete Unknown de Bob van Blanchett te overtreffen.

The End

Niet zo heel vaak wordt het overlijden van een popster in een biopic daadwerkelijk in beeld gebracht. Jim Morrison sterft in The Doors (1991), de fictieve versie van Kurt Cobain overkomt het in Last Days (2005). Een van de beroemdste sterfgevallen uit de popmuziek betreft meteen maar drie personen: Buddy Holly, Ritchie Valens en The Big Bopper. Omdat de tourbus stukging besloten deze muzikanten, om de volgende show te kunnen halen, in Iowa het vliegtuig te pakken naar Moorhead in Minnesota. Een sneeuwstorm op 2 februari 1959 werd hun funest. In de VS staat de ramp bekend als ‘The day the music died’. Het ongeluk wordt besproken in de biopic La Bamba (1987, regie Luis Valdez) over het Mexicaans-Californische wonderkind Ritchie Valens.

Nederlandse inbreng

Herman Brood kreeg twee speelfilms: het niet ongeestige, maar rommelige Cha Cha (1979, regie Herbert Curiel) en Wild Romance (2006, regie Jean van de Velde), waarin de Nederlandse rock-’n-roll-legende tevergeefs de VS probeert te veroveren. In 2007 debuteerde fotograaf Anton Corbijn als regisseur met Control, over het gedoemde leven van Joy Division-zanger Ian Curtis. En in 2018 verscheen My Foolish Heart (regie Rolf van Eijk), over de laatste dagen van trompettist Chet Baker, die zich afspelen in Amsterdam.

Recente voorbeelden van catalogusverkoop

Deze artiesten verkochten in de afgelopen jaren hun liedcatalogus aan investeringsmaatschappijen en de entertainmentindustrie:
2023 Katy Perry – voor 225 miljoen dollar aan investeringsmaatschappij Litmus Music
2023 Dr. Dre – voor 200 miljoen dollar aan Universal Music en Shamrock Holdings
2023 Justin Bieber – voor 200 miljoen dollar aan Hipgnosis Songs Capital
2021 Red Hot Chili Peppers – voor 140 miljoen dollar aan Hipgnosis Songs Capital
2021 Bruce Springsteen – voor 550 miljoen dollar aan Sony Music
2020 Stevie Nicks (Fleetwood Mac) – voor 100 miljoen dollar aan Primary Wave Music
2020 Bob Dylan – voor 300 miljoen dollar aan Universal Music
(Bron: Variety en andere vakbladen)

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next