Home

Helaas is de ernst van de onderwijscrisis nog niet doorgedrongen tot de formerende partijen

Het is mis met het Nederlandse onderwijs, maar kennelijk nog niet mis genoeg om politiek Den Haag te bewegen tot ingrijpen.

De Inspectie van het Onderwijs onderkent het zelf ook: het debat over de staat van het Nederlandse onderwijs is op een punt gekomen dat het risico bestaat dat veel leraren de moed in de schoenen zinkt. De inspecteurs hebben het daarom toch maar even opgeschreven in hun jaarverslag: ‘Er zijn nog steeds veel scholen en opleidingen waar het op eigen kracht lukt. Die het onderwijs van de basisvaardigheden op orde hebben en waar de lerarentekorten klein zijn.’

Gelukkig, maar dat neemt niet weg dat het jaarverslag leest als een brandbrief. Een herhaalde brandbrief bovendien, want de zorgwekkende berichten komen niet als een donderslag bij heldere hemel. Uit een willekeurige steekproef komt iets meer dan 20 procent van de onderzochte scholen naar voren als onvoldoende of zeer zwak: ‘Het lijkt er op dat veel leerlingen niet het onderwijs krijgen dat ze nodig hebben.’

De leesvaardigheid van 15-jarigen daalt zienderogen en ook sterker dan in andere landen. Minder dan de helft van de leerlingen in het basisonderwijs haalt het gewenste streefniveau in rekenen. In het voortgezet onderwijs dalen de prestaties in wiskunde. Veel vmbo-leerlingen halen zelfs het fundamentele niveau voor rekenen en wiskunde niet. De burgerschapskennis van Nederlandse leerlingen is gemiddeld lager dan in andere landen. Eén op de zeven leerlingen heeft geen kennis van basale begrippen, zoals het feit dat iedereen in Nederland gelijk is voor de wet.

Naar de oorzaken wordt nu al jaren gezocht en de analyses schieten alle kanten op, maar twee factoren keren steeds terug: vanzelfsprekend het almaar nijpender lerarentekort, plus de manier waarop het onderwijs wordt bestuurd. De decentrale aansturing die sinds de jaren negentig dominant is, met de almachtige schoolbesturen, schiet in de praktijk tekort. Een kwart van de besturen krijgt van de inspectie een onvoldoende voor de kwaliteitszorg: te vaak ontbreekt het aan concrete, toetsbare doelen waar het heen moet met een school. Te vaak ook zijn er geen evaluaties. Het demissionaire kabinet speelt wel met de gedachte om in te grijpen en weer op landelijk niveau veel duidelijker voor te schrijven wat er wordt verwacht, maar het heeft die gedachte nog nauwelijks concreet gemaakt.

En voor wat betreft het lerarentekort: waar blijft dat landelijk uitgerolde plan om eerst maar eens het leger deeltijdleraren over te halen tot een langere werkweek? ‘Bij een bonus van 400 euro netto per maand zou meer dan eenderde bereid zijn één dag per week extra te werken’, merkt de inspectie op.

Dat zijn kwesties waar scholen zelf maar zeer ten dele iets aan kunnen doen. De antwoorden moeten komen uit politiek Den Haag. Helaas lijkt daar nog nauwelijks doorgedrongen dat deze onderwijscrisis de hele samenleving vroeg of laat hard gaat raken. Toen de formerende partijen laatst een lijstje met tien onderwerpen mochten aanleveren voor de onderhandelingen over hun ‘hoofdlijnenakkoord’, stond onderwijs daar in eerste instantie niet op. Die blunder werd pas na kritiek gerepareerd.

De moed zou er je bijna van in de schoenen zinken.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next