De druk op Defensie om toch één van zijn vier Patriot-systemen aan Oekraïne te leveren, neemt snel toe. Premier Rutte zei dinsdag in een debat dat Navo-vereisten zo’n levering in de weg staan, maar Navo-chef Jens Stoltenberg maakte woensdag in Brussel korte metten met dit argument.
Na een gesprek met drie kleinere landen, die voorop lopen in de militaire steun aan Oekraïne (Denemarken, Nederland en Tsjechië), gaf Stoltenberg een duidelijk signaal af. ‘De situatie op het slagveld blijft uiterst moeilijk. Oekraïne heeft meer hulp nodig. Als bondgenoten een keuze moeten maken tussen het halen van Navo-doelen op het gebied van militaire capaciteit en het geven van steun aan Oekraïne, is mijn boodschap duidelijk: stuur meer hulp naar Oekraïne.’
Stoltenberg noemde als lichtend voorbeeld Denemarken, dat al zijn artillerie heeft gegeven aan Oekraïne en voor zichzelf nieuwe artillerie heeft besteld. ‘Als het omzeilen van de nationale doelen die de Navo heeft gesteld de enige manier om hulp aan Oekraïne te leveren, dan is dat het juiste om te doen.’ Hij voegde eraan toe dat dit ook het belang onderstreept om de productie van cruciale wapensystemen te verhogen, zodat nationale voorraden weer kunnen worden aangevuld.
Over de auteur
Arnout Brouwers schrijft voor de Volkskrant over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
Premier Rutte liet tijdens een debat in de Tweede Kamer dinsdagavond duidelijk merken dat de blokkade op levering van een Patriot-luchtverdedigingssysteem ligt bij het ministerie van Defensie. Daarbij verwees hij onder meer naar de Navo-eisen die een sta-in-de-weg zouden zijn voor Defensie. ‘Eerlijk gezegd zijn er op dit moment voor Nederland geen mogelijkheden voor aanvullende leveringen van Patriots’, zei Rutte, ‘omdat we dan daadwerkelijk onder de minimale eisen zakken wat betreft onze operationele gereedheid en onze internationale verplichtingen’.
Hij voegde eraan toe: ‘De laatste keer dat ik persoonlijk Defensie onder water hield, ook echt langer dan gezien de recente opvattingen over hoe ver je kunt gaan met het fysiek bedreigen van mensen, kwamen ze net nog ademend boven water en zeiden ze: dat kan echt niet.’ Door Stoltenbergs boodschap vervalt echter voor nu het argument van de internationale verplichtingen (waar ook training in Navo-verband toe kan behoren).
Hoogleraar oorlogsstudies aan de Universiteit van Leiden Frans Osinga zegt dat het hem ‘niet zal verrassen’ als de woorden van de secretaris-generaal leiden tot een ‘kentering’ in het Nederlandse standpunt. ‘De urgentie is in Oekraïne. Wij kunnen het ons veroorloven een extra Patriot-systeem te leveren en direct een nieuwe te bestellen, zolang we wat trainingscapaciteit in stand houden met de resterende batterijen.’ Nederland beschikt nu over drie Patriot-systemen, met nog een vierde systeem in reserve.
De laatste dagen klinken de alarmbellen over de militaire situatie in Oekraïne steeds luider. Vrijdag komt daarom ook, op verzoek van president Zelensky, de Navo Oekraïne Raad bijeen. Behalve een nijpend tekort aan artilleriegranaten heeft Oekraïne ook onvoldoende luchtverdedigingsmiddelen – zowel systemen als munitie. Oekraïne vraagt dringend om extra Patriot-systemen, waarvan Navo-bondgenoten er ettelijke hebben, maar tot dusver kwam alleen Duitsland met één extra systeem over de brug. Rusland gebruikt die ruimte om vrijelijk de kritieke infrastructuur van Oekraïne aan te vallen – en civiele doelen in grote steden. Bij een raketaanval op Tsjernihiv woensdag vielen ten minste 17 doden en zestig gewonden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant