Home

Waarom deze zeecontainer in de verrukkelijke tuinen van kastelen moet staan

Er heerst een beklemmende stilte. Al 10 tot 20 minuten in deze zittende of liggende houding, in dit decor dat een slavenruim voorstelt, is pijnlijk. Je heupen, je rug. Je ziel.

Afgelopen januari was ik, met zo’n vijftig anderen, figurant in de dansfilm Armazoen van mijn zus, choreograaf Monique Duurvoort. Ze had de meeste figuranten geworven in de Evangelische Broedergemeente, de Surinaamse kerk waarin wij zijn opgegroeid. Een kerkgemeenschap met diepe sporen in de slavernij.

Armazoen is de scheepsterm voor de lading menselijke handelswaar tijdens de trans-Atlantische slavenhandel. De dansfilm is gebaseerd op een aantekening uit een scheepsjournaal van het schip Hof van Zeeland, onderdeel van de Middelburgse Commercie Compagnie, de Zeeuwse tegenhanger van de WIC en de VOC, dat tussen 1732 en 1734 haar eerste slavenreis maakte; de driehoeksroute tussen Vlissingen, Angola en het Caribisch gebied. In de aantekening wordt melding gemaakt van het overboord springen van vijf slaafgemaakte vrouwen, waarbij één de dood vond. De film is een ode aan deze vrouwen en de ontelbaren met hen, gesymboliseerd door deze ene vrouw.

De danseres die deze vrouw speelt, Desta Deekman, beweegt traag voort op het dek, wij, onderdeks, zien vaak alleen maar haar voeten. Het is onwerkelijk. Daar liggen we. Onnoemelijk veel comfortabeler dan onze voorouders. Maar toch. De ene rij met de voeten omhoog, de andere met de kruinen. Menselijke lading.

Over de auteur
Harriët Duurvoort is publicist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Armazoen wordt vertoond in een zeecontainer, waar bezoekers de film ervaren in een afgesloten en donkere ruimte. Op 8 maart begon het project in Middelburg. Internationale Vrouwendag, maar ook de datum waarop de hoofdpersoon in 1733 voor de Angolese kust naar haar vrijheid sprong. Sindsdien reist de container met de film naar verschillende locaties aan de Nederlandse kust: Vlissingen, Rotterdam, IJmuiden, Den Helder en tijdens Keti Koti naar Amsterdam. Daarna zal de container de oorspronkelijke route van het slavenschip volgen: via Vlissingen naar Angola en Curaçao. Vervolgens naar Paramaribo en New York. Dan keert de container terug in Nederland. Vanaf aanstaande donderdag staat de container bij het Maritiem Museum in Rotterdam.

Ook van ons eigen familieverleden wisten mijn zus en ik erg weinig. Pas afgelopen zomer ontdekten we dat het slavernijverleden ook bij ons, begin vijftigers, via onze moeder, slechts drie generaties geleden is. Twee overgrootouders, Madrijntje Reigman op plantage Molhoop en Nicolaas Sparendam op plantage Vossenburg, zijn vrijgemaakt op 1 juli 1863.

Ik beperk mij even tot onze overgrootvader. Voor het bezitsverlies van Nicolaas, blijkens nationaalarchief.nl als 13-jarige slaafgemaakte werkzaam ‘in de fabriek’, ontvingen zijn ‘eigenaren’ 300 gulden. Voor Nicolaas zelf gold nog tien jaar Staatstoezicht: onbetaalde dwangarbeid. Een heel rijtje adellijke families had aandelen in onze overgrootvader. Notabelen naar wie lanen en parken vernoemd zijn, in het bezit van feeërieke kastelen als Huis te Vliet in Lopik, Kasteel ‘t Medler in Vorden, Kasteel Heukelum en Kasteel Zypendaal in Arnhem.

Willekeurig voorbeeld: Mevrouw Johanna Dorothea Barchman Wuytiers uit Utrecht, van beroep ‘rentenierster’, is gecompenseerd voor mijn overgrootvader, zijn 8-jarige nichtje Philippa, zijn 20-jarige tante Annatje, zijn 36-jarige tante Betje. En nog zo’n honderd andere slaafgemaakten. Dat is inderdaad nog eens rentenieren.

Aan de schadeloosstelling na de slavernij werd in 1863 maar liefst 10 procent van de nationale begroting besteed. De regentenfamilie Brantsen financierde het fraaie Arnhemse kasteel Zypendaal, grenzend aan park Sonsbeek, met de opbrengst van onder meer plantage Vossenburg. Bert Koene schreef er een boek over. Dat men hier nog niet helemaal van overtuigd was, blijkt uit een akkefietje in 2021, toen nakomelingen van slaafgemaakten van de familie een fotoshoot in het kasteel wilden maken en te verstaan kregen dat dit 200 euro per uur kostte.

In een open brief, gepubliceerd in het online magazine Oneworld, presenteerden Mitchell Esajas, oprichter van The Black Archives, en curator Amal Alhaag aan de stichting Brantsen als reactie dan ook een symbolische rekening voor koloniale dwangarbeid: 9,5 miljoen euro. Inmiddels is men om: het veld naast Huis Zypendaal wordt de nieuwe locatie voor een monument om het slavernijverleden te herdenken in Gelderland.

Wat ons betreft moet de container met Armazoen, een ode aan onze voorouders, in de verrukkelijke tuinen van alle kastelen staan van wie de eigenaren schadeloos zijn gesteld voor het bezitsverlies van onze overgrootvader. Dat is toch echt niet veel gevraagd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next