De dakloze man in mijn buurt heeft weinig bezittingen, maar wel een doorgezakte plastic tuinstoel met een scheur erin. Bij goed weer zet hij die onder een boom langs een drukke weg, als het regent verplaatst hij zich met de stoel naar een bushokje. Dan gaat hij erop zitten, urenlang, zo rechtop als mogelijk, pontificaal.
Wil hij met het zitten iets zeggen? Zijn vele lotgenoten in de buurt zoeken liever een achterafplekje waar ze met veel dekens en karton ook kunnen gaan liggen. Net als zij heeft de stoelzitter elke dag vele uren stuk te slaan. Comfortabel kan zijn stoel niet zijn. Maar zitten is een actieve bezigheid. Van zitten komt rondkijken, van rondkijken komt oogcontact, van oogcontact op den duur herkenning.
Misschien hoopt hij dat die herkenning leidt tot empathie bij wie hem dagelijks ziet zitten, in elk geval laat hij het niet toe dat wij hem niet zien.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns