Home

‘Ik heb het zo koud’, ‘ik ben te moe’: wat als je kind weigert naar piano- of paardrijles te gaan?

Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.

‘Mijn dochter (9) wil geen georganiseerde buitenschoolse activiteiten doen’, mailt een moeder. ‘Dansen, boulderen, paardrijden, scouting en schaken; ze heeft het allemaal geprobeerd, maar nooit voor lang. Scouting ging een paar maanden goed, maar daarna was het vastklampen aan de deurpost om maar thuis te blijven’. De moeder ziet de voordelen van clubjes in, maar vraagt zich af in hoeverre ze het moet aanmoedigen. ‘Naast school en bso vind ik dat er genoeg verplichtingen zijn. Die andere activiteit moet er echt voor de leuk zijn.’ Toch?

Dit zeggen de deskundigen

‘Dit probleem is voor veel ouders herkenbaar. Je hebt ondernemende kinderen die na school het liefst meteen het voetbaltenue aantrekken en kinderen die liever hun eigen tijd indelen’, zegt orthopedagoog Riemke Groeneveld. ‘Bij die laatste groep gaat het misschien drie keer goed en dan hebben ze geen zin, want ‘het is koud’ of ze zijn ‘moe’. En tsja, wat doe je dan?’

Over de auteur
Anna van den Breemer schrijft over grote en kleine levensvragen voor de Volkskrant. In de opvoedrubriek ‘Iedereen doet maar wat’ behandelt ze elke week kwesties waar ouders tegenaan lopen. Ze publiceerde meerdere boeken, waaronder Alle ouders klungelen maar wat aan.

Voor ouders bestaat de worsteling uit het feit dat ze niet te snel willen toegeven. ‘Je wilt kinderen meegeven dat als ze ergens op gaan, je ook regelmatig moet verschijnen’, zegt Groeneveld. ‘Het draait niet alleen om leren schaken of voetballen, maar ook om begrijpen wat commitment en teamgevoel inhouden en je wil ze leren doorzetten en omgaan met frustraties.’ Anderzijds moet een hobby in de basis natuurlijk wel iets zijn wat je doet voor de lol.

Een hobby kan ook een beschermende factor bieden, naast school en het gezin. ‘In een andere sociale omgeving ontdekken kinderen nieuwe kanten en talenten van zichzelf’, zegt de orthopedagoog. Ze noemt het voorbeeld van een meisje dat problemen had op school maar op een clubje ontdekte dat ze goed kon tekenen. ‘Dat gaf zelfvertrouwen en kwam haar sociale positie in de klas ook ten goede.’

Hoe pak je het aan?

Maak vooraf duidelijk wat het inhoudt om je op te geven voor een nieuwe naschoolse activiteit. Zoals het feit dat je elke week moet komen opdraven. Dat klinkt overbodig, maar wat voor volwassenen logisch is, is voor een kind niet altijd helder. Soms duurt het even om een passende hobby te vinden. Dat hoeft geen sport voor het leven te zijn. ‘Je kunt ook tien keer musicalles proberen en daarna kijken bij een circusschool of zang.’

Wat als je kind weigert om naar de afgesproken training of muziekles te gaan? Boosheid helpt niet, praten wel. ‘Ga erbij zitten en benoem de emoties: je hebt echt geen zin, he? De Engelsen zeggen ook wel: connect before you correct’, aldus Groenveld. Empathie tonen betekent niet dat je de handdoek in de ring gooit. ‘Als je kind is gekalmeerd, kun je zeggen: we hebben je ingeschreven voor dit jaar en daar hebben we dus mee te maken. Laten we samen kijken hoe we het beter kunnen maken.’ Het wordt dan geen kwestie van niet of wel gaan, maar hóe. Soms kunnen een paar kleine aanpassingen al helpen, zoals de afspraak dat de ouders na het wegbrengen iets langer blijven om te kijken. Of kies een klasgenootje uit om mee samen te gaan.

Een goede voorbereiding kan de drempel kleiner maken. Groeneveld: ‘Maak het weekschema visueel. Neem van tevoren de tijd om samen rustig iets te drinken. Plan de activiteit op een rustige dag, niet ná de bso.’

Een laatste tip komt van een collega die zijn hele jeugd enorm tegen alle sportclubjes opzag. ‘Let daar niet te veel op. Kijk vooral naar hoe je kind naderhand thuiskomt. Ik was namelijk altijd blij dat ik tóch was gegaan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next