Home

Mensen denken dat er vroeger geen gedragsregels waren en alle mannen zich gedroegen als Johan Derksen

In de Voorjaarsnota heeft het demissionaire kabinet voorgesteld om Mariëtte Hamer tot eind 2026 aan te laten blijven als Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Dat is anderhalf jaar langer dan gepland. De Tweede Kamer moet er nog mee instemmen, maar omdat de bestrijding van grensoverschrijdend gedrag tegenwoordig een speerpunt is van elke zichzelf respecterende organisatie, zal de verlenging geen probleem zijn.

Op 25 april 2008, volgende week precies 16 jaar geleden, vergeleek columnist Martin Bril (1959-2009) in deze krant Mariëtte Hamer met een lampenkap. Mevrouw Hamer was toen net gekozen tot fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer. Op een van zijn zwerftochten liep Bril door de wandelgangen en toen moet hij mevrouw Hamer zijn tegengekomen, waardoor hij dacht aan een van zijn favoriete boeken: So The Wind Won’t Blow It All Away van de eveneens overleden auteur Richard Brautigan.

Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. 

En dan schrijft Bril: ‘Het gaat over een echtpaar dat dakloos wordt en dan maar de gehele inboedel op een grasveld plaatst en daar het leven voortzet. Op de omslag van het boek staat een foto van een bankstel, een schemerlamp en een radiomeubel, keurig opgesteld op het gras. Er is zelfs een stuk vloerkleed te zien. Lampenkap. Natuurlijk is Mariëtte Hamer geen lampenkap, maar dat zij associaties oproept met een lampenkap, snap ik wel.’

Dat gaat nog een tijdje zo door en tenslotte vraagt Bril zich af: ‘Een vrouw vergelijken met een lampenkap, ik ben er nog steeds niet uit: kan het nou wel, of kan het niet? Ik denk het laatste. Maar de ellende is dat het wel een metafoor is die beklijft, al is het maar kort. Niets duurt trouwens nog lang tegenwoordig.’

Destijds had de Volkskrant geen moeite met de metafoor en het stukje staat nog altijd pontificaal op de site. Niettemin vraag ik mij af of een hoofdredacteur van nu dat stukje nog zou plaatsen. Ik vermoed van niet. Mevrouw Hamer is sindsdien geen snipper veranderd, wat zeer in haar voordeel spreekt, maar de tijden zijn wel degelijk veranderd. En het gevoel voor humor ook. Zo las ik laatst dat er voor de humorist geen ontsnappen meer mogelijk is bij grensoverschrijdend gedrag: ‘Vermeend gevoel voor humor kan niet het masker zijn waarachter dergelijk gedrag zich mag verschuilen.’

De maskers worden afgerukt. Eindelijk! ‘Wat een man zegt, is slechts het masker voor wat hij gaat doen’, heeft Stendhal al beweerd.

Veel mensen denken dat vroeger geen gedragsregels bestonden en dat alle mannen zich destijds net zo horkerig gedroegen als Johan Derksen. Maar mijn vader stond altijd eerder op van tafel om mijn moeder in haar jas te helpen – dat zie je bijna nooit meer. Heel vaag herken ik soms nog wel eens een residu uit het verleden terug in het programma First Dates, waar je vrijwel altijd de jongen (man) het diner ziet betalen en maar zelden het meisje (vrouw). Ik ben er nog steeds niet uit: is dat nou vooruitgang, of juist niet?

En inderdaad duurt niets nog lang tegenwoordig.

Omdat ik even zonder onderwerp zat en ik had gehoord dat er voor een columnist altijd iets te noteren valt als hij met de tram naar de Albert Cuyp markt gaat, liep ik op de terugweg naar de halte bij het Frederiksplein. De voormalige Nederlandsche Bank lag er onttakeld bij. Van de plannen om hier het Paleis van de Volksvlijt te herbouwen, is helaas nooit iets terecht gekomen. Aan de overkant, op het Westeinde, is de redactie van De Groene Amsterdammer verdwenen, evenals het nabijgelegen bordeel. Om de hoek, waar ooit mijn lievelingsbioscoop Alhambra stond, kijk je aan tegen een pretentieloze flat. De school, waar jonge moeders op hun kwetterende kinderen stonden wachten, vind ik niet meer terug. Van een restyling van de bosschages is ook weinig terechtgekomen en alles bij elkaar is het plein van een verwoestende lelijkheid.

Het waait en als een oudere heer met een hand aan mijn hoed loop ik tegen de wind in naar de tramhalte, een lange en smalle heuvel die langs de trambaan is opgetrokken. Voor de wachtenden staan er drie stoeltjes. Stalen zitkuipjes, gewapend tegen vandalisme, maar niet van het soort waarop de ontwerper erg trots kan zijn. Er zitten drie meiden naast elkaar op de stoeltjes. Alle drie turen ze ingespannen op hun telefoon. Leerlingen van een HBO, schat ik in. Zo wachten wij stil op de komst van de tram. Een van de meiden ziet me vanuit haar ooghoek, maar het komt niet in haar op om voor me op te staan.

Even later rijden we naar het Leidseplein, langs de beroemde lampenwinkel van Hazewindus. Bij het uitstappen leer ik een nieuwe gedragsregel: eerst naar binnen, pas dan naar buiten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next