Vroeger was alles beter, tenzij je de dames en heren van het CBS moet geloven. Er verscheen afgelopen week een bericht van het statistiekbureau met daarin vrolijk stemmende conclusies. Zo leefden begin jaren tachtig bijna 3 van de 14 miljoen inwoners in ons land onder de armoedegrens. In 2022 was dat aantal teruggebracht tot 640 duizend mensen op een bevolking van ruim 17 miljoen. Een formidabele sprong voorwaarts. Ook het gemiddelde beschikbare inkomen is de afgelopen decennia verbeterd. Dat is gestegen van 21 duizend euro per hoofd van de bevolking in 1992 naar bijna 35 duizend euro in 2022 (met inflatiecorrectie). De bestaanszekerheid is nog nooit zo groot geweest.
Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS, sprak onlangs op een bijeenkomst over deze cijfers en wees daarbij ook op de brede welvaarttrends die het CBS bijhoudt. Zowel de gemiddelde levensverwachting als het gemiddelde opleidingsniveau is sinds de jaren tachtig sterk toegenomen. Het opleidingsniveau wordt gezien als een indicator voor een breder welvaartsbegrip: hoe hoger mensen gemiddeld opgeleid zijn, hoe hoger bijvoorbeeld het onderlinge vertrouwen. Volgens Van Mulligen behoort het vertrouwen in de medemens in Nederland tot het hoogste ter wereld. Hij stelt dat ‘Nederland op vrijwel elk terrein een plezieriger land is om te leven dan dertig of veertig jaar geleden. Mensen die vinden dat het nu slecht gaat, zou ik willen voorhouden dat het beter gaat dan je denkt.’
Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ik heb na deze revolutionaire boodschap een leespauze ingelast, van dat langdurig turen op m’n beeldscherm was ik vast dubbel gaan zien. Met een kop verse thee ben ik daarna opnieuw begonnen, de tekst ditmaal langzaam bestuderend. Maar het stond er toch echt: met die bestaanszekerheid gaat het hartstikke goed en wij Nederlanders vertrouwen elkaar.
Nu vraag ik mij af waarom men al tijden spreekt alsof we met z’n allen op de rand van de afgrond staan? Het thema bestaanszekerheid is met veel verontwaardiging en ernstig gefronste wenkbrauwen op de kaart gezet. Het woord ‘vertrouwen’ komt enkel voorbij in combinatie met de woorden ‘laag’, ‘slecht’ of ‘geen’. Dat wordt dan betrokken op de relatie tussen burgers en overheid. Maar het is toch van even zo groot belang om te kijken naar de vraag of wij elkaar nog vertrouwen?
Wat is hier aan de hand? Heeft de vooruitschuifgeitenpaadjespolitiek ertoe geleid dat problemen op alarmerende wijze moeten worden geagendeerd? Vrezen we dat aandacht voor het positieve ten koste gaat van de onderkenning dat er nog altijd een hoop mensen zijn met wie het niet goed gaat? Zijn we bang om bij goed nieuws meteen op onze handen te gaan zitten en de boel verder de boel te laten? Of speelt hier het ordinaire motief om met ophef de meeste stemmen, kijkers of lezers te trekken?
Het antwoord op al deze vragen moet ik u schuldig blijven, maar wat ik wel weet is dit: juist in een wereld vol zorgwekkende ontwikkelingen is het van belang het positieve te blijven zien. Dát creëert ruimte om verder te denken, te innoveren en de weg vooruit te blijven zoeken.
Wist u bijvoorbeeld dat er mensen zijn die zich bezighouden met paddenstoelenmode? In de National Geographic van deze maand staat een artikel over mycotextiel, een duurzame manier om kleding te maken van schimmels. Vooruit, in hetzelfde nummer staat een deprimerend artikel over de enorme stapels afgedankte kleding die vanuit het Westen worden verscheept naar Chili en daar in de woestijn worden gedumpt. Maar goed, er zijn dus óók een boel mensen bezig met het bedenken van een oplossing. Dat geeft de burger moed.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant