Home

Israël laveert tussen wraak en terughoudendheid na aanval van Iran

Moet Israël de Iraanse aanval van dit weekend vergelden? De gedachten daarover waaieren alle kanten uit bij de inwoners van het land, voors en tegens worden tegen elkaar afgewogen. ‘Een kwaadaardig stemmetje in mijn hoofd zegt: boem boem boem.’

Keren Nizri hinkt op twee gedachten, en dat is niet omdat ze zich heeft geposteerd tussen een bak eigentijds vinyl en een bak sixtiespop, Abbey Road van de Beatles voorop. De 42-jarige verkoopster in platenwinkel Sarina in Jaffa, voorstad van Tel Aviv, weet niet wat ze aanmoet met de Israëlische reactie op de Iraanse droneaanval, afgelopen weekend. ‘Dat is voor mij een grote vraag’, zegt ze. ‘Ik heb twee manieren om erover te denken.’

De ene manier is: laten we ons er niet druk om maken, ons niet laten verleiden tot nóg een oorlog. De Iraniërs hebben kunnen opscheppen, ze lieten zien waartoe ze in staat zijn. Wat, zegt Nizri, op de keper beschouwd bar weinig is, want bijna al hun raketten zijn uit de lucht gehaald. De schade was gering, afgezien van een Arabisch meisje dat gewond raakte.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. 

‘De tweede manier is meer geopolitiek en reageert vanuit het ego’, zegt Nizri. ‘President Biden zei ‘Doe het niet!’ tegen de Iraniërs. Ze deden het toch. Pure minachting. Op zo’n moment hoor ik een kwaadaardig stemmetje in mijn hoofd dat zegt ‘boem boem boem’, gooi maar een paar strategische locaties plat. Als iemand op je trapt en je doet niets terug, wat weerhoudt hem er dan van een volgende keer nog harder toe te slaan?’

Meningenstrijd

Ze zijn tekenend voor de stemming in Israël, de ‘twee manieren’ van de vinylverkoopster. Dat het land verdeeld is zou een te boude bewering zijn, maar de meningen lopen zeker uiteen, zo wordt bevestigd bij een rondgang over de vlooienmarkt in het schilderachtige oude centrum van Jaffa. Bovendien speelt de meningenstrijd zich bij velen af in het hoofd. Zie Nizri.

Ook de Israëlische regering lijkt verdeeld te zijn. Het oorlogskabinet van premier Benjamin Netanyahu kwam dinsdag voor de derde maal sinds de Iraanse aanval bijeen om de opties te bespreken. Zondag sijpelde naar buiten dat men het niet eens had kunnen worden. Na de vergadering maandag meldde tv-zender Channel 12 dat was gesproken over mogelijke vergeldingsacties die ‘pijnlijk’ zouden zijn, zonder een regionale oorlog te veroorzaken. Kennelijk laveert het kabinet tussen wraak en wijsheid.

Eén emotie ontbrak dit weekend in Israël grotendeels, afgaande op de gesprekken op de vlooienmarkt: de Israëliërs waren niet hevig geschrokken. ‘De grote schok was op 7 oktober’, zegt Nizri. ‘Toen waren we echt bang. Inmiddels zijn we eraan gewend. En ik hoor mijn hele leven al dat Iran ons kan aanvallen. Na die opgebouwde spanning was wat er gebeurde een anticlimax.’

Ongekend trefzeker werden bijna alle Iraanse projectielen uit de lucht gehaald. Met die afloop was het natuurlijk makkelijk laconiek te reageren, maar sommigen waren bij voorbaat al zo nuchter. De 52-jarige David Shmuely is gewoon naar bed gegaan, toen hij zaterdagavond hoorde dat er drones onderweg waren, en hij was vast niet de enige. Het zou immers nog zeven uur duren voor ze Israël zouden bereiken.

‘Ik wist dat het leger goed was voorbereid’, zegt de eigenaar van een lampenwinkel op de vlooienmarkt. ‘En het pakte goed uit. Ze hebben het Arrow-luchtafweersysteem de afgelopen zes maanden kunnen testen, toen de Houthi’s vanuit Jemen raketten op Israël afvuurden. De Houthi’s hebben ons geweldig geholpen!’

Shmuely heeft een bijzondere band met Iran. Zijn ouders zijn Perzische Joden. Vader Izaak, met wie hij de winkel runt, kwam in 1949 als jongetje van 4 met zijn familie vanuit Teheran naar Israël. ‘Een echte zionist’, zegt zijn zoon. Ook Davids schoonouders zijn Perzische Joden die indertijd vanuit Iran naar het Beloofde Land trokken. ‘Mijn vrouw is hier geboren, maar ze spreekt vloeiend Perzisch.’

Bring them home

Eén notie keert niet terug in de gesprekken in Jaffa, maar leeft wel degelijk in het publiek debat in Israël: de link tussen het conflict met Iran en de kwestie van de gijzelaars. Met name bij de burgers die al maanden demonstreren onder de leus ‘Bring them home’, leeft de vrees dat een escalatie met het regime in Teheran ten koste zal gaan van de kansen op een akkoord met Hamas over vrijlating van de gijzelaars. Dat laatste moet nu prioriteit hebben, vinden zij, niet vergelding voor de droneaanval.

Daarbij speelt mee het geringe vertrouwen dat premier Netanyahu de juiste man is om de juiste beslissingen te nemen. ‘We hebben een vreselijke vijand, maar zelf zijn we ook vreselijk’, zegt Amotz Jakoby (63), eigenaar van een winkel in antiek en prullaria. ‘Onze leiders zijn het probleem. Maar natuurlijk is Iran de agressor. We zullen wel iets moeten doen.’

Alleen niet te hard, zegt hij. ‘Ik wil geen burgers raken. De gewone Iraniërs zijn tegen het regime.’ Bovendien is hij beducht voor de internationale reacties. Tot zaterdag, meent Jakoby, was de hele wereld tegen Israël. ‘Elders houden ze van de underdog, en ze haten Netanyahu. Wat ik me goed kan voorstellen, want ik haat hem ook. Nu zijn wij de underdog. Het Westen staat aan onze kant. Voor hoe lang weet ik niet, want als we terugslaan zullen wij weer de agressor zijn.’

Als Jakoby premier was, zouden een paar Israëlische straaljagers boven Teheran door de geluidsmuur breken en wat ramen aan diggelen laten trillen. De machthebbers even laten merken dat je Israël maar beter niet kunt tergen. ‘Maar ik heb makkelijk praten’, zegt hij. ‘Helaas ben ik geen premier, ik ben maar een gewone man op de vlooienmarkt. En er zijn slimme mensen aan de top. In het leger, niet in de regering.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next