Home

Eerste Kamer zet definitief streep door extra verhoging minimumloon

Een meerderheid van de Eerste Kamer heeft dinsdagavond tegen de verhoging van het minimumloon en de AOW gestemd. Een plan waarmee de Tweede Kamer de bestaanszekerheid wilde stutten, verdwijnt daarmee definitief in de prullenbak.

Door het besluit van de senaat gaat een streep door een verhoging van 1,2 procent van het minimumloon en de AOW-uitkering die per 1 juli zou ingaan. Het percentage zou nog boven op de reguliere indexatie komen, dit jaar 3,1 procent. De Tweede Kamer kwam vorig jaar in verkiezingstijd met het voorstel en ook in de nieuwe samenstelling bleef een meerderheid voor. Maar de Eerste Kamer besloot toch nog anders.

Dat de verhoging zou sneuvelen, werd vorige week al duidelijk toen BBB-senator Eugène Heijnen verklaarde tegen te stemmen. De partij is met zestien senaatszetels van doorslaggevend belang. Omdat van onder meer de VVD-fractie al duidelijk was dat ze tegen waren, bleek dat het voorstel zeker twee zetels tekort zou komen. Uiteindelijk stemden 39 van de 75 senatoren tegen.

Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever voor de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid.

Lees hier alles over de kabinetsformatie.

Sowieso was de verhoging al uiterst onzeker. Meerdere partijen in de Eerste Kamer hadden immers vraagtekens gezet bij de financiering van het voorstel. De Tweede Kamer wilde namelijk dekking uit belastingverhogingen voor bedrijven en vermogende Nederlanders; een plan waar een meerderheid van de senaat uiterst kritisch over was.

Bovendien hadden de voorstanders in de Tweede Kamer op voorhand geen meerderheid in de senaat. Om het plan over de streep te trekken was dus een afwijkend standpunt van een van de tegenstanders nodig.

Maar dat gebeurde niet. BBB’er Heijnen vond de kosten van het plan, ongeveer 1,5 miljard euro, te hoog en volgde daarom het oordeel van de BBB-fractie in de Tweede Kamer. Bovendien speelden de onderhandelingen aan de formatietafel een rol. Volgens Heijnen is het niet verantwoord om al tijdens de formatie een volgend kabinet met dergelijke uitgaven op te zadelen.

Hoewel de uitslag eigenlijk al vaststond, debatteerde de Eerste Kamer maandag en dinsdag nog uitgebreid over de verhoging. Daarin openden voorstanders met name het vuur op de BBB. D66-senator Paul van Meenen verweet de partij ‘grote woorden over bestaanszekerheid’ te hebben maar nu niet tot actie over te gaan. GroenLinks-PvdA’er Mei Li Vos riep in herinnering dat de BBB in verkiezingstijd nog voor een verdere verhoging van het minimumloon was.

Heijnen vond de kritiek onterecht. Hij vindt ‘bestaanszekerheid voor iedereen heel belangrijk’, maar ziet die liever op andere manieren gestut. Zo wil de BBB liever de werkgeverslasten, zoals premie en belastingen, verlagen. Een verhoging van het minimumloon leidt volgens hem ‘opnieuw tot toenemende kosten voor ons bedrijfsleven in de sectoren als de horeca, tuinbouw en retail’.

D66’er Van Meenen wierp tegen dat in de politiek ‘het betere de vijand van het goede is’. Andere maatregelen om bestaanszekerheid te stutten, kosten veel meer tijd, benadrukte hij. ‘We kunnen nu iets goeds doen voor mensen die dat aantoonbaar heel hard nodig hebben’, zei hij.

Het debat in de senaat legde eens te meer bloot dat plannen om bestaanszekerheid te stutten inmiddels op steeds meer tegenstand uit het bedrijfsleven stuiten. Na een verkiezingstijd waarin partijen tegen elkaar opboden met plannen ten gunste van minima en middeninkomens, volgt nu vaker een pas op de plaats. Het gaat daarbij vaak over het vestigingsklimaat, waarover met name bij rechtse partijen bezorgdheid bestaat.

In zowel de Tweede- als Eerste Kamer lijkt er inmiddels alleen nog een meerderheid om wat aan de bestaanszekerheid te doen, mits het bedrijfsleven daarbij wordt ontzien. Het is een van de complexe puzzels waar de formerende partijen zich de komende tijd over buigen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next