De vernieuwde Transgenderwet dreigt te sneuvelen in de Tweede Kamer, omdat NSC en SGP menen dat de wet het risico op seksueel geweld tegen vrouwen verhoogt. Daarvoor ontbreekt echter ieder bewijs, stelt een groep wetenschappers.
Al jaren ligt er een voorstel op tafel voor een vernieuwde Transgenderwet. Deze wet maakt het voor mensen gemakkelijker hun juridische geslacht te wijzigen in hun geboorteakte, en daarmee in hun paspoort. Een deskundigenverklaring van een psycholoog of psychiater is dan niet langer nodig.
Afgelopen donderdag dienden NSC en SGP echter een motie in, waarin ze het kabinet vragen het wetsvoorstel in te trekken. Dinsdag wordt er over deze motie gestemd in de Tweede Kamer.
Over de auteurs:
Marijke Naezer is cultureel antropoloog en genderstudies-wetenschapper. Renée Römkens is criminoloog en emeritus hoogleraar gendergerelateerd geweld aan de Universiteit van Amsterdam. Toine Lagro-Janssen is emeritus hoogleraar Vrouwenstudies Medische Wetenschappen aan het Radboud UMC Nijmegen. Iva Bicanic is klinisch psycholoog, onderzoeker, hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum van het UMC Utrecht en directeur-bestuurder van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Eén argument dat wordt gebruikt om de vernieuwde Transgenderwet tegen te houden is de boventoon gaan voeren: de wet zou de weg vrijmaken voor mensen (cisgender mannen, transgender vrouwen) om cisgender vrouwen aan te randen en te verkrachten in (semi-)publieke, gescheiden ruimtes zoals vrouwentoiletten of -kleedkamers, of residentiële omgevingen zoals gevangenissen en blijf-van-mijn-lijf-huizen.
Voor dit argument bestaat echter geen onderbouwing vanuit de wetenschap of de professionele praktijk. Het veronderstelde risico op een toename van seksueel geweld berust op empirisch aantoonbare misvattingen.
Ten eerste is de genoemde redenering gebaseerd op het idee dat seksueel geweld veelal door onbekenden wordt gepleegd. Cijfers laten echter zien dat plegers juist in 80 tot 85 procent van de gevallen bekenden van het slachtoffer zijn, zoals (ex-)partners, dates en familieleden (Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, 2014; Bicanic et al., 2014; Mulder et al., 2021). Seksueel geweld vindt in verreweg de meeste gevallen op andere plekken plaats dan in (semi-)openbare ruimtes, namelijk achter de voordeur.
Voor geweld dat wel in een (semi-)publieke ruimte wordt gepleegd, geldt dat mensen geen paspoort hoeven te laten zien om binnen te komen. Een cisgender man met kwade bedoelingen hoeft zijn paspoort dus niet aan te laten passen om een vrouwentoilet of
-kleedruimte binnen te dringen. Ook is het zeer onwaarschijnlijk dat cisgender mannen hun juridische geslacht laten wijzigen om toegang te krijgen tot een vrouwengevangenis of een blijf-van-mijn-lijf-huis voor vrouwen. Zelfs als iemand zich deze moeite zou getroosten, is de kans zeer klein dat hij toegang krijgt tot vrouwelijke gevangenen/bewoners, vanwege de zorgvuldige procedures die in deze instanties worden gehanteerd. In landen waar mensen hun geslacht al mogen laten registreren op basis van zelfbeschikking, blijkt dit inderdaad niet te gebeuren.
Een tweede misvatting is de veronderstelling dat alleen vrouwen slachtoffer worden van seksueel geweld. Ook mannen en jongens worden slachtoffer, hoewel in veel mindere mate. Het is opmerkelijk dat er nooit verwezen wordt naar het risico dat mannen nu al lopen in mannenruimtes.
Een derde misvatting is het idee dat transgender vrouwen een gevaar vormen voor cisgender vrouwen. Hier is geen empirisch bewijs voor. De plegers van seksueel geweld tegen meiden/vrouwen zijn vrijwel altijd cisgender jongens/mannen. De vaak geciteerde buitenlandse casus van een transgender vrouw die seksueel geweld pleegde in de vrouwengevangenis, is een uitzondering. Diverse analyses hebben laten zien dat seksueel geweld gepleegd door cisgender mannen samenhangt met ongelijkheid tussen mannen/mannelijkheid en vrouwen/vrouwelijkheid en met schadelijke gendernormen, zoals het idee dat mannen in bepaalde omstandigheden ‘recht op seks’ hebben.
Tot slot zijn transgender mensen, vooral transgender vrouwen, juist disproportioneel vaak slachtoffer van seksueel geweld (zie nationaal onderzoek van TNN en Rutgers, en internationaal onderzoek). Uit de ervaringen van transgender slachtoffers blijkt dat de gemarginaliseerde positie van transgender mensen hen kwetsbaar maakt voor seksueel geweld. Allerlei vooroordelen en stereotypen werken dergelijk geweld in de hand, zoals nieuwsgierigheid naar de geslachtsdelen van transgender mensen, seksualisering van transgender mensen en transhaat. Seksueel geweld kan dan een manier zijn om transgender slachtoffers te ‘straffen’ voor het niet conformeren aan traditionele gendernormen, of een manier voor plegers om te laten zien dat zij zelf wél aan die normen voldoen.
Kortom, het argument dat de vernieuwde Transgenderwet het risico op seksueel geweld jegens cisgender vrouwen verhoogt, is ongefundeerd en kan geen argument zijn om de wet van tafel te vegen. De Transgenderwet beoogt emancipatie van transgender mensen. Die emancipatie versterkt de maatschappelijke positie en de weerbaarheid van deze groep. Zij kan een positieve bijdrage leveren aan de realisering van fundamentele rechten van transgender mensen, in het bijzonder bescherming tegen seksueel geweld.
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant