In het park was het guur. Er passeerde een man van een jaar of 50, die een rolstoel voortduwde met een bejaarde dame erin. Onmiskenbaar zijn moeder; ze hadden allebei een schrander, cynisch vossengezicht.
Bij de vijver hielden ze stil. Onze plantsoenendienst had uitgepakt: in het water dreven een stuk of tien platformpjes, elk voorzien van een bedje tulpen in felle kleuren. Daar tussendoor dobberde een gezin nijlganzen, vader, moeder en acht kleine pulletjes.
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
‘Kijk, moeder. Lenteweelde.’ sprak de man hardop, met een nasale stem waarin de ironie, dat hoorde je, zelden van wijken wist. Hij draaide de rolstoel zo dat zijn moeder de vogels en bloemen goed kon zien, en maakte een overdreven weids handgebaar. ‘De Elysese velden verbleken erbij’, voegde hij eraan toe.
De moeder bekeek het tafereel zonder merkbare vertedering. ‘Die beesten hóren hier niet’, zei ze. ‘En het worden er steeds meer. Je ziet haast nooit meer gewone eenden.’ De man keek op zijn horloge. ‘We zullen Wilders dringend verzoeken of hij de grenzen dichtgooit voor de nijlganzen’, schmierde hij. ‘Maar ’t wordt een harde dobber, hoor. Die beesten kunnen immers vlíégen, moeder. Kom, ik knoop je mantel wat verder dicht. Er staat een straffe bries en een koutje is zó gevat.’
Hij boog zich voorover en voegde de daad bij het woord, terwijl de oude dame mismoedig naar de bloemen staarde. ‘Ik heb een hekel aan tulpen’, zei ze, toen de man klaar was. ‘Een hekel, moeder?’, herhaalde hij, quasi geschrokken. ‘Wat hebben die onschuldige tulpen je misdaan? Ze trotseren weer en wind om wat vreugde onder de mensen te brengen. Zie hun tere kopjes huiveren onder het kolkend zwerk.’
‘’t Zijn ordinaire bloemen’, hield de vrouw vol. ‘Maar wat weet jij ervan? Jij kunt nog geen narcis en een tulp uit elkaar houden.’ De man lachte, en stak zijn wijsvinger in de lucht. ‘Nee, moeder, hier doe je me toch tekort’, zei hij. ‘Dat goeie ouwe gymnasium, hè? The gift that keeps on giving! Narcissus, die niet zwichtte voor de verleidingen van de nimf Echo, maar verliefd werd op zijn eigen weerspiegeling...’, sprak hij op gedragen toon.
De oude vrouw frommelde nors aan haar sjaal. ‘Het liep ellendig met hem af’, vervolgde de man, nog steeds op redenaarstoon. ‘Hij kwijnde weg, daar aan het water, en stierf. De waternimfen waren ontroostbaar, en...’
‘Dat zal wel’, zei de vrouw schamper. ‘Maar wat voor kleur heeft een narcis dan, als je het zo goed weet allemaal?’ Priemend keek ze hem aan. De man liet abrupt zijn schouders hangen.
‘Geel’, zei hij mat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant