Een jaar na het uitbreken van de burgeroorlog in Soedan staat het land op de rand van de afgrond. In het westen van het land ligt genocide op de loer. Miljoenen burgers zijn gevlucht voor het geweld. Ondanks internationale inspanningen lijkt vrede nog ver weg.
Het voelt voor Dailla Abdelmoniem (38) nog als de dag van gisteren, maandag precies een jaar geleden. Iets na negen uur in de ochtend hoorde de Soedanese vanuit haar huis in de hoofdstad Khartoum het geluid van geweerschoten. ‘Ik begreep in eerste instantie niet wat er gebeurde’, vertelt ze aan de telefoon vanuit Caïro. ‘Maar op sociale media zag ik meteen berichten binnenstromen van gevechten overal in de stad.’
Voorafgaande aan die dag woedde er al maanden een verhitte machtsstrijd tussen Soedans twee rivaliserende legers: het officiële regeringsleger (SAF) van generaal en de facto leider van Soedan, Abdel Fattah al-Burhan, en de rivaliserende Rapid Support Forces (RSF) van generaal Mohamed Hamdan Dagalo (beter bekend als Hemeti). Op zaterdag 15 april 2023 bereikten de spanningen een kookpunt, toen in Khartoum en andere steden in het land gevechten uitbraken tussen de SAF en RSF.
Over de auteur
Thom Canters is algemeen verslaggever van de Volkskrant.
Soedans geschiedenis van bloedige burgeroorlogen indachtig, hield de wereld haar hart vast: zou het land opnieuw vervallen in chaos en geweld? De militaire leiding van het land had eerder beloofd binnen enkele maanden plaats te zullen maken voor een burgerregering. In koor riep de internationale gemeenschap de strijdende partijen op de wapens neer te leggen en terug te keren naar de onderhandelingstafel.
Toen haar huis op de vijfde dag van gevechten schade opliep door een van de willekeurige bombardement, zagen Abdelmoniem en haar familie zich gedwongen op de vlucht te slaan. ‘Ik dacht daadwerkelijk dat ik binnen een week weer naar huis zou kunnen gaan. De SAF en de RSF lagen wel vaker met elkaar overhoop.’
In plaats daarvan stak zij vanwege de aanhoudende gevechten twee weken later de grens over naar Egypte, zoals naar schatting meer dan 400 duizend landgenoten inmiddels ook hebben gedaan. Een jaar na het begin van de gevechten moet Dailla Abdelmoniem in Caïro bedroefd vaststellen tot welke chaos haar land is verworden. ‘Ik had nooit gedacht dat dit zo zou ontsporen.’
Onlangs typeerden de Verenigde Naties de situatie in Soedan als ‘een van de ergste humanitaire crises’ uit de recente geschiedenis. De gevolgen van het conflict voor de burgerbevolking zijn enorm. Het afgelopen jaar zijn naar schatting minimaal 15 duizend mensen vermoord. Het conflict heeft met ruim tien miljoen ontheemde Soedanezen een van de ergste vluchtelingencrises ter wereld in gang gezet.
Naast Egypte hebben ook Soedans buurlanden Tsjaad (ruim 700 duizend) en Zuid-Soedan (ruim 600 duizend) enorme vluchtelingenstromen te verwerken gekregen. De VN waarschuwen bovendien dat grofweg 18 miljoen mensen te maken hebben met acute voedselonzekerheid.
Het Soedanese zorgsysteem is als gevolg van de gevechten totaal ingestort. Volgens Artsen zonder Grenzen functioneert nog slechts 20 tot 30 procent van de ziekenhuizen.
‘Er is een enorm gebrek aan medicijnen en medische apparatuur’, zegt Ozan Agbas, die namens de organisatie de hulpoperatie in Soedan overziet en het land onlangs bezocht. ‘Zowel het regeringsleger als de RSF liggen op allerlei mogelijke manieren dwars bij het toelaten van meer hulp naar conflictgebieden.’
Terug naar het begin: in 2019 maakten Burhan en Hemeti na massale burgerprotesten nog gezamenlijk een einde aan het autoritaire regime van dictator Omar al-Bashir, die het land bijna dertig jaar met ijzeren hand regeerde. Even gloorde er hoop. Verkiezingen in juli 2023 zouden een burgerregering mogelijk moeten maken.
Maar een hoogoplopende conflict tussen Burhan en Hemeti over hoe de RSF op zou moeten gaan in het regeringsleger drukte die hoop de kop in. Geen verkiezingen, wel oorlog. En al boekte de RSF in december met de inname van Wad Madani, de tweede stad van het land, een belangrijke overwinning, geen van de strijdende partijen is duidelijk aan de winnende of verliezende hand.
Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat beide partijen niet terugdeinzen voor het plegen van oorlogsmisdrijven. In RSF-thuisbasis Darfur, twintig jaar geleden al het toneel van genocide tegen de Afrikaanse Soedanezen, houden strijders van de beweging met behulp van etnisch Arabische milities opnieuw vreselijk huis. Vanuit vluchtelingenkampen komen verhalen naar buiten over moordpartijen, verkrachtingen en massa-executies.
Intussen laat de internationale hulpoperatie aan het land te wensen over, zegt Agbas. Van de 2,7 miljard euro die VN-hulporganisatie Ocha nodig zegt te hebben voor hulpgoederen in 2024, is tot nu toe slechts een schamele 5,4 procent binnengekomen. ‘De wereld is deze crisis vergeten’, zegt Agbas vanuit Turkije. ‘We staan op een kantelpunt: als er niet snel meer hulp komt, eindigt dit in een catastrofe.’
Aankomende week gaat onder leiding van de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië een nieuwe poging tot vredesonderhandelingen van start. Daarbij zullen ditmaal ook de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte, steunpilaren van respectievelijk de RSF en de SAF, aanschuiven.
Wat deze onderhandelingsronde zal opleveren, is nog de vraag. Al-Burhan heeft zich resoluut gekeerd tegen eerdere zelfverklaarde ‘vredesvoorstellen’ van de RSF, waarmee die haar voortbestaan zou garanderen.
Toch probeert vluchteling Dailla Abdelmoniem hoopvol te blijven. ‘Ik bid dat ik ooit weer terug kan naar mijn huis’, zegt ze. ‘Maar soms vrees ik ook dat dat nog heel lang kan duren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant