De NPO ligt onder vuur en heeft moeite om een overtuigend verhaal te brengen. Denk daarom niet meer vanuit de oude zuilen, maar vanuit het belang van het publiek, betoogt oud-omroepman Hans Laroes.
Sommige gebouwen zijn zo vaak onder handen genomen en aangepast dat er een wangedrocht resteert, waarin het niet erg prettig werken is. In dat soort gevallen is sloop en nieuwbouw vaak de beste oplossing. Dat geldt ook de publieke omroep. Zo vaak veranderd, uitgebreid, opgeverfd en verbouwd dat het huidige complex nut en logica ontbeert.
De bewoners gedragen zich daarbij zoals in de gemiddelde vereniging van eigenaren: ze zitten elkaar dwars, bedenken regeltjes, gunnen de ander weinig en vergeten uiteindelijk de kerntaak.
Ook organisaties hebben een levenscyclus. De huidige publieke omroep is een late echo van de oorspronkelijke verzuiling. Ooit werkte dat: de zuil garandeerde dat de eigen religie, ideologie en verhalen een plek kregen en mensen zich thuis voelden bij hun eigen mr. G.B.J. Hiltermann van de liberaal-conservatieve Avro of Meyer Sluyser namens de sociaal-democratie van de Vara. Externe pluriformiteit noemen we dat: de omroepen met hun leden verbeeldden de overzichtelijke veelzijdigheid van het Nederland van toen, en brachten al die verhalen samen op radio en tv.
Over de auteur
Hans Laroes is oud-hoofdredacteur van NOS Journaal en NOS Nieuws en voorzitter van de Taskforce Public Values van de European Broadcasting Union. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Zuilen bestaan niet meer. De samenleving is een stuk complexer en gevarieerder geworden en de oude afspraken werken niet meer: hele delen van wat Nederland is, worden niet vertegenwoordigd via de ledenomroepen, die desondanks het recht claimen op al die honderden miljoenen euro’s die elk jaar naar Hilversum gaan.
Een overtuigend verhaal ontbreekt, en misschien dat daarom maar zo weinig mensen van Hilversum houden, zelfs mensen die aanhanger zijn van idee en waarde van publieke omroep. Hilversum zelf komt niet verder dan de boodschap: ‘Wij zijn belangrijk voor de democratie, we doen het goed, laat ons met rust want we zijn echt wel aan het veranderen.’
Het ontbreekt de NPO aan boegbeelden die met vuur kunnen duidelijk maken wat publieke media en publieke journalistiek zijn en doen. Bestuursvoorzitter Frederieke Leeflang komt niet echt uit haar woorden als ze daarover in Buitenhof wordt ondervraagd. Veel directeuren zijn omroephoppers: van de ene naar de andere, soms via de commerciëlen. Niet de meest gepassioneerde verdedigers van de uniciteit van hun club.
De commissie-Van Geel, die afgelopen september haar advies uitbracht aan het kabinet, denkt alles op te lossen door een ‘verzuiling light’ te herintroduceren: laat alles maar over aan zes grote omroepen, dan komt het vanzelf weer goed. Weer zo’n oplossing geredeneerd vanuit het belang van oude wijn in oude zakken. Omgekeerd denken is echter interessanter: waarom zouden we niet eens vanuit het belang van onze echte opdrachtgevers handelen? Dat van het publiek in al zijn diverse samenstellingen?
Wat is goeie publieke omroep of beter: goeie publieke media? De Europese omroepen hebben zes kernwaarden gedefinieerd: iedereen moet worden bereikt (dus ook groepen die niet voor de commerciële partijen interessant zijn); alle keuzes komen onafhankelijk tot stand; er wordt gestreefd naar de hoogste kwaliteit en efficiency; ieder deel van de samenleving moet zich vertegenwoordigd kunnen voelen; alles is open en transparant (salarissen, geld, keuzes, regels); en last but not least, publieke media vormen een sterke innoverende en investerende kracht in de samenleving, waarbij ook andere partijen van de resultaten kunnen meeprofiteren.
Ook commerciële partijen kunnen aan een aantal van die uitgangspunten voldoen. Onafhankelijke journalistiek bijvoorbeeld. Maar bij publieke media gaat het om de optelsom van alle zes die waarden. En ze belichamen continuïteit: als de commerciële sector te eenvormig wordt of verzwakt, is er nog altijd het publieke domein. Tegenwicht of alternatief, in ieder geval van grote waarde voor de samenleving in al zijn facetten. Vanuit mijn achtergrond: je hebt echt publieke media nodig om het Jeugdjournaal te maken, of Nieuwsuur, of al die documentaires en series als De Joodse Raad. Die zijn simpelweg niet interessant voor commerciële partijen.
Tijd om publieke media weer levendig en interessant te maken. Schaf de NPO als ministerie van omroepzaken af. Vervang het door relatief kleine redacties die genres (journalistiek, documentaires, infotainment et cetera) over alle platforms neerzetten met als opdracht: 360 graden programmering. Dat betekent divers, inclusief en alle sectoren bestrijkend; en dus niet meer de echo’s van de zuilen – met hun al beperkingen – bepalend laten zijn. Externe pluriformiteit is niet meer het antwoord.
Laat de omroepen programma’s maken en hun eigen niche ontdekken (dat is voor de grote, wat verwaterde omroepen moelijker dan voor de meer uitgesproken kleinere als EO en VPRO); ze worden medespelers, maar zijn niet langer eigenaren. Laat andere partijen met goeie ideeën toe als makers, al dan niet samenwerkend met bestaande omroepen.
Sluit een twee- of driejaarlijks contract met de samenleving, na allerlei ontmoetingen in de digitale en de echte wereld, met iedereen die mee wil praten. Benoem je prioriteiten en keuzes en maak ze controleerbaar. Focus op excellente journalistiek in plaats van oppervlakkig gepraat. In essentie: verlaat de defensieve schuttersputjes en durf te veranderen. Probeer kwaliteit te definiëren, en kom wat losser van de kijkcijfersmonomanie.
Ik weet, het politieke klimaat is niet gunstig. Bij in ieder geval twee van de nu formerende partijen zit te veel rancune en vernielzucht (en niet alleen op dit terrein). Het is niet anders. De beste verdediging is altijd de aanval, in de vorm van een radicaal ander omroepbestel waarmee de Nederlandse publieke media de nieuwe tijd in kunnen. In het belang van het publiek.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant