Home

Werkgevers blijven ondanks krapte zweren bij flexwerk, tot grote onvrede van jongvolwassenen

Werkende jongeren zouden niets liever willen dan een vast contract, maar werkgevers voelen zich niet geroepen hen die bestaanszekerheid te bieden − zo blijkt uit nieuw onderzoek. Zij kijken vooral naar financiële voordelen op de korte termijn.

Het is opvallend: ondanks de personeelstekorten werken jongeren nog altijd massaal op basis van een flexcontract. Slechts 40 procent van de werkende 25- tot 35-jarigen heeft een vast dienstverband. Voor de reden moet niet worden gewezen naar de jongeren zelf. Zij zouden volgens nieuw onderzoek namelijk niets liever willen dan een vast contract, maar werkgevers voelen zich niet geroepen om hen die bestaanszekerheid te bieden.

Sociaal wetenschapper Lin Rouvroye van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut enquêteerde voor haar promotieonderzoek ruim duizend jonge werkenden en zevenhonderd werkgevers. Alle jongvolwassenen verkozen een vast contract boven een flexibele arbeidsrelatie. ‘En als we kijken naar de vormen van flexwerk, zoals uitzendwerk of een tijdelijk contract, blijkt: hoe onzekerder het dienstverband, hoe groter de afkeer.’

Over de auteur
Marieke de Ruiter is economieredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid.

Kostwinner

Onder jongvolwassenen die de 25 zijn gepasseerd is de afkeer van flexwerk groter. ‘Vooral als zij al volwassen verantwoordelijkheden op zich hebben genomen.’ Zo zag Rouvroye een grotere afkeer voor flexwerk bij jongeren die het huis uit zijn of een relatie hebben. Opvallend: dat laatste verband werd enkel gevonden bij mannen. ‘Mogelijk speelt hier het traditionele rolpatroon dat mannen kostwinner moeten zijn’, zegt Rouvroye.

Dat werkgevers ondanks die voorkeuren van jongeren toch nog altijd overwegend flexcontracten aanbieden, heeft volgens de promovendus, die tevens is verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, te maken met financieel gewin op de korte termijn. Naast haar enquêtes interviewde Rouvroye 26 werkgevers in onder meer de handel, transport en overheid. ‘Hun belangrijkste motivatie om voor flexwerk te kiezen was het afdekken van financiële risico’s.’

Daarnaast zien werkgevers flexcontracten als een manier om de proefperiode te verlengen. ‘Nog een bijkomend voordeel’, zag Rouvroye, ‘is dat een flexcontract volgens sommige werkgevers leidt tot betere prestaties. Het feit dat flexwerkers niet weten of ze mogen blijven, betekent dat ze een tandje bijzetten.’

Mijlpalen

Dat flexwerk grote gevolgen heeft voor het leven van jongvolwassenen, is al langer bekend. Zo is flexwerk er mede debet aan dat de grote mijlpalen in het leven van jongvolwassenen opschuiven: zoals uit huis gaan, een woning kopen en kinderen krijgen. Maar opvallend aan het onderzoek van Rouvroye is dat werkgevers ook onderkennen dat flexwerk op de langere termijn nadelige effecten heeft voor henzelf.

Zo vinden werkgevers het lastiger jong talent aan zich te binden, omdat flexwerkers makkelijker van baan wisselen. ‘Daarnaast kan flexwerk voor wrijving en onbegrip zorgen op de werkvloer. Bijvoorbeeld als iemand door collega’s of directe leidinggevenden heel erg wordt gewaardeerd maar van hogerhand toch niet mag blijven.’

Dat deze nadelen voor zowel jonge werknemers als werkgevers er niet toe leiden dat werkgevers vaker kiezen voor een vast contract, komt volgens Rouvroye doordat langetermijneffecten ondergeschikt worden gemaakt aan de kortetermijnwinst. ‘Uit de interviewstudie blijkt dat zij zichzelf niet maatschappelijk verantwoordelijk voelen om de flexschil terug te dringen. Dat vinden ze de taak van de wetgever.’

Volgens hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen is het proefschrift van Rouvroye een ‘waardevolle toevoeging’ aan het flexdebat. ‘Werkgevers- en uitzendorganisaties legitimeerden zich daarin vaak door te stellen dat jongeren een vast contract maar ouderwets zouden vinden, maar dat wordt door deze studie volledig ondermijnd.’ Niet verrassend, vindt de hoogleraar. ‘Want onze maatschappij rekent je aan alle kanten af op dat arbeidscontract, je kunt als flexwerker soms geen huis huren, laat staan kopen.’

Koekje van eigen flexdeeg

Wilthagen verwacht dat de vergrijzing − waardoor er steeds meer oudere werknemers met pensioen gaan dan er jongeren bij komen − er de komende jaren nog wel toe zal leiden dat jongeren meer onderhandelingsmacht krijgen. ‘Zij kunnen een vast contract eisen en binnen dat contract op hun beurt flexibiliteit afdwingen met betrekking tot bijvoorbeeld thuiswerken en werktijden’, zegt hij. ‘Werkgevers krijgen zo een koekje van eigen flexdeeg.’

Ook Rouvroye stelt dat jongeren best wat uitgesprokener mogen zijn en hun wens voor een vast contract kenbaar mogen maken. Daarnaast mag het nieuwe kabinet volgens de promovendus haast maken met de reeds voorgestelde wetgeving die onder meer nulurencontracten en ‘draaideurconstructies’ aan banden legt. ‘Ondertussen zou het fijn zijn als werkgevers zich meer bewust worden van de gevolgen van flexwerk voor jongeren op de langere termijn.’

Als ze dat niet doen, verliezen ze de slag om het jonge talent misschien wel definitief. Een toenemend aantal jongeren kiest er namelijk voor helemaal niet in dienst te gaan: het aantal 15- tot 35-jarigen dat voor zichzelf begon, steeg vorig jaar van 6,8 naar 7,5 procent.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next