De Amerikaanse rapper Tupac zei ooit ‘only God can judge me’, een uitspraak die sindsdien furore maakt als tegeltjeswijsheid in tegeltuindorpen of als tatoeage op blubberend vlees. Johan Derksen kwam deze week met een typisch Nederlandse interpretatie van die pseudo-wijsheid, nadat hij het sympathieke GroenLinks-PvdA-Kamerlid Habtamu de Hoop vanwege zijn huidskleur geen ‘echte’ Fries noemde en daarop het hele land over zich heen kreeg. ‘Er zijn twee mensen die over mij oordelen: de rechter en John de Mol.’
Al sinds jaar en dag weigert Derksen excuses aan te bieden voor de dingen die hij zegt, en daarin wil hij consequent zijn. ‘Ik kan Nederland uit de droom helpen: ik ga geen excuses aanbieden, trek geen boetekleed aan en ga niet door het stof’, zei Johan Derksen in 2020, nadat hij racistische opmerkingen maakte over Akwasi. Eerder noemde de nationale foute oom Sylvana Simons een ‘aapje’, ‘een camerageil vrouwtje’, ‘onuitroeibaar’ en ‘mijn chocolade vriendinnetje’. Maar excuses kunnen we vergeten: ‘Ik zou een hypocriete lul zijn als ik hier excuses aan ga bieden.’
Met dat verweer bevestigt Derksen dat zijn racistische opmerkingen geen uitglijders zijn. Zoals bekend is hypocrisie het voorwenden van moraal zonder daar volledig achter te staan. Wanneer Derksen zegt hypocriet te zijn als hij excuses zou aanbieden, zegt hij dus impliciet dat hij niet achter het gegeven staat dat een zwarte man ook een Fries kan zijn. Dat is de moraal die hij zou voorwenden, maar niet heeft. En excuses maken voor een racistische opmerking, terwijl je racistisch bent, is inderdaad hypocriet. Door uitdrukkelijk te melden geen ‘hypocriete lul’ te willen zijn, bevestigt Derksen aldus wél een racistische lul te zijn en dat ook te willen zijn.
Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.
Daarover oordelen mogen blijkbaar alleen John de Mol en de rechter. Daarmee rijst de vraag waar dat oordeel van De Mol blijft; hoe bestaat het dat hij de wanstaltigheid van Vandaag Inside laat voortduren? Het antwoord op die vraag lijkt natuurlijk geld, maar de vanzelfsprekende doorslaggevendheid van dat argument valt te betwijfelen. De Mol heeft immers zoveel geld dat het einde van Vandaag Inside een zeer beperkte invloed zou hebben op zijn vermogen, if any. Aannemelijker is dat het de 68-jarige mediamagnaat gewoon niet boeit. Als de man enig eergevoel of moraal had, nam hij de uitnodiging van Derksen om het definitieve vonnis te voltrekken immers wel aan.
Dat De Mol morele oordelen niet tot zijn takenpakket vindt behoren, past in de Nederlandse traditie. Wanneer Mark Rutte de baas van SBS was geweest, was het natuurlijk niet anders geweest. Hoe groter hun invloed, hoe gepreoccupeerder Nederlandse leiders lijken met hun streven geen ‘hypocriete lul’ te zijn. Derksen spreekt dus niet alleen de taal van het volk, maar ook die van zijn leiders. En dus verloopt de ophefcyclus altijd volgens hetzelfde patroon; wanhopige burgers en belangenorganisaties spreken gasten en adverteerders aan, in de hoop dat zij afhaken. Maar de enige man naar wie Derksen opkijkt, blijft buiten schot.
Blijft over de rechter. Hoewel Derksen die optie vermoedelijk met een zekere vrijblijvendheid noemde – alsof hij daarvan niks te vrezen heeft – zou hij daar tegenwoordig wat voorzichtiger mee moeten zijn. Hoewel het democratische tekort van die route mij evident lijkt, is het wel de manier waarop men blijkbaar tegenwoordig verandering afdwingt. Wanneer het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een groep Zwitserse ‘klimaatseniorinnen’ in het gelijk kan stellen, kan een Nederlandse rechter ook heus een haatsenior in het ongelijk stellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant