De Iraanse luchtaanvallen op Israël zijn het gesprek van de dag in Dahieh, waar Hezbollah zijn thuisbasis heeft. Enerzijds is men ferm en vol bravoure, anderzijds bestaat ook de angst dat Libanon tussen de twee grootmachten kan gaan worden platgewalst.
In een kleine bakkerij in Dahieh, een wijk in zuidelijk Beiroet, geurt het naar verse tijm. De Iraanse luchtaanvallen op Israël van de avond ervoor zijn het gesprek van de dag. Is dit de opmaat naar een regionale oorlog? De escalatie waar iedereen al maanden bang voor was? ‘Ach welnee’, zegt bakkersknecht Rida (50) met twee warme platbroden in de hand. ‘Dit is het Midden-Oosten, we zijn al zeventig jaar gewend aan onrust. Bovendien: de Amerikanen wisten al weken wat eraan kwam.’
Libanezen raken niet zomaar van de leg, daarvoor hebben ze de voorbije decennia te veel oorlogen meegemaakt. Dat geldt al helemaal voor de inwoners van Dahieh, de wijk waar de militante beweging Hezbollah zijn thuisbasis heeft. Toch zat iedereen hier in de nacht van zaterdag op zondag aan de tv gekluisterd.
‘Ik ben tot 5 uur opgebleven’, grinnikt Ali Safieddine (39), buschauffeur van beroep. ‘Dit was een duidelijke boodschap aan Netanyahu, en die luidt: je kunt niet ongestraft je gang gaan. Er zijn sterkere landen in de regio die je met gelijke munt terugbetalen.’
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.
De euforie is van zijn gezicht te lezen, en daarin staat hij niet alleen. Meteen na de aankondiging van de Iraanse Revolutionaire Garde, zaterdagavond, dat er tientallen ‘kamikazedrones’ waren opgestegen, grepen jongeren in Dahieh hun scooters en reden ze luid toeterend door de sjiitische wijk, zwaaiend met de gele vlag van Hezbollah (dat in de Europese Unie op de terreurlijst staat).
Het Iraanse regime en Hezbollah zijn als twee broers, ze trekken sinds veertig jaar samen op. Gelijktijdig met de Iraanse luchtaanvallen vuurde Hezbollah Katyusha-raketten af richting Israël. Ook de Houthi’s in Jemen deden mee, net als de sjiitische milities in Irak.
Je zou het als een riskante escalatie kunnen zien, maar het is evengoed een herstel van de verhoudingen, zo zei de onafhankelijke Iran-kenner Hamidreza Azizi zondag in de podcast van de European Council on Foreign Relations. De voorbije twaalf maanden voerde Israël zes grote luchtaanvallen uit op Iraanse doelen in Syrië (waar de Revolutionaire Garde president Assad steunt), met zeventien doden tot gevolg. Ter vergelijking: dat is meer dan in de tien jaar daarvoor opgeteld.
De hoge commandant Mohammad Reza Zahedi die op 1 april gedood werd, was de laatste. Bezien vanuit de oog-om-oog-logica die beide landen hanteren, kon opperste leider Ali Khamenei haast niet anders dan terugslaan, aldus Azizi. Anders dreigde gezichtsverlies.
Het feit dat de overgrote meerderheid van de drones en raketten – volgens het Israëlische leger althans – uit de lucht werden geschoten, doet volgens veel Hezbollah-aanhangers niet ter zake. ‘Het gaat erom dat er angst in hun harten is gezaaid’, zegt de 29-jarige Saddiq Hashem vol bravoure. ‘Hun gevoel van veiligheid is aangetast, en dat kan wezenlijke effecten hebben. Minder investeringen in Israël, bijvoorbeeld.’
Hashem denkt zelfs dat het in de ‘verre, verre toekomst’ kan betekenen dat Joodse inwoners simpelweg hun land verlaten. ‘De meesten hebben een tweede paspoort, ze kunnen terug naar waar ze vandaan kwamen.’ Met andere woorden: Israël moet ophouden te bestaan, een idee dat voor zowel Teheran als Hezbollah tot het vaste repertoire behoort.
Bestond er een vinylplaat voor, dan was dit de A-kant: ferm, masculien, totaal onbevreesd. Zeg maar gerust spierballentaal. Een B-kant is er ook, maar die hoor je een stuk minder vaak.
Op die B-kant is bijvoorbeeld te horen dat er zaterdagnacht gelijk benzine gehamsterd werd in Beiroet, want je weet maar nooit. Je hoort dat andere wijkbewoners voor de zekerheid hun koffers pakten, klaar om de stad te ontvluchten. De angst bestaat dat Libanon tussen de twee grootmachten kan gaan worden platgewalst.
Heel denkbeeldig is dat niet: Israël zou kunnen afzien van een directe tegenaanval op Iraanse bodem, om in plaats daarvan de sluimerende oorlog met Hezbollah uit te breiden. Zondag waren er opnieuw Israëlische luchtaanvallen in zowel het zuiden als het oosten.
De onzekerheid knaagt aan Libanezen. ‘Je weet nooit wat er morgen gaat gebeuren’, zegt Shafia Haydar (52) in de huiskamer van haar zus, waar koffie en zoetigheid rondgaat. ‘Het is psychologische oorlogsvoering, en dat duurt nu al zes maanden.’ Wat dat betreft vindt ze deze oorlog zwaarder dan de vorige in 2006, ook al was de verwoesting toen veel groter. ‘Die oorlog was overzichtelijk. Na een maand was hij voorbij.’ Nu is dat nog lang niet het geval. Deze oorlog dijt alleen maar uit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant