Home

Het verhaal van Wrexham AFC werd een sprookje nadat de wereldberoemde acteur Ryan Reynolds de club kocht

Het is een van de vaste vragen thuis, op wedstrijddagen: ‘Heeft Wrexham gewonnen?’ Wij, mijn jongste zoon en ik, zijn min of meer in de ban van Wrexham AFC. Althans, we hadden nooit gedacht dat we eens zouden juichen voor een club uit Wales, die zaterdag voor het tweede seizoen op rij promoveerde, na de overtuigende 6-0 tegen Forest Green Rovers. Op naar League One in Engeland, het derde profniveau.

Wrexham. Een stadje, vroeger met mijnen, verarmd en enigszins verloederd, is opgestaan in trots, aan de hand van twee mannen uit Hollywood. De opkomst is te zien in een serie op Disney+. In het leven van drones en raketten, van onzekerheid, van Iran en Israël, van verzengende haat en van liefde in de verdrukking, is er onophoudelijk behoefte aan sprookjes. Aan gelukkig samenzijn, aan verbinding.

Wrexham is zo’n sprookje. Vijftien jaar was de club zonder perspectief vastgeroest in de National League, zeg maar één klasse onder het betaald voetbal, een soort niemandsland. Toen, in november 2020, kochten de Amerikaanse acteurs Rob McElhenney en Ryan Reynolds de bijna 160 jaar oude club. Sindsdien nam het sprookje de stad over, als het wonder van Wrexham.

Over de auteur
Willem Vissers is meer dan 25 jaar voetbalverslaggever. Hij versloeg acht WK’s. Vissers schrijft elke week een sportcolumn voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

In het eerste seizoen lukt het allemaal net niet met de voorgenomen promotie, zoals dat hoort in een sprookje. Eerst moet het even tegenzitten. Daarna lukt het twee keer op rij. U zult zeggen: ja, wat is het verschil met al die andere buitenlandse investeerders bij clubs? Simpel: achter de meeste clubs met buitenlandse eigenaren zitten investeringsmaatschappijen zonder gezicht, of het moet een Coley Parry-achtig type zijn bij Vitesse. Of inwisselbare Arabieren uit een koningshuis in het Midden-Oosten.

Bij Wales zijn het twee acteurs, van wie een (Reynolds) wereldberoemd is. Ze zijn transparant. We zien alles, soms vanuit hun luxe woningen in Amerika. Ze wilden Wrexham, mede vanwege het oudste stadion van de wereld, The Racecourse Ground. Natuurlijk, het succes straalt op ze af. Anderzijds: de verhalen zijn gegrepen uit het echte leven. Dat snappen ze wel in Hollywood.

Zie de afgunst bij andere spelers als Paul Mullin komt, een topschutter die een paar klassen hoger voetbalde en veel meer gaat verdienen. Dan volgt de acceptatie als hij scoort en zijn collega’s een beter leven bezorgt. Mullin geeft bovendien een inkijkje in het leven van zijn kind met autisme. Verhalen zijn divers: over hoop, bezoeken van de weldoeners aan Wales, toegestroomde toeristen uit de hele wereld, het samenzijn in de pub, the Turf, waar drinken en dromen samenvloeien. Trainer Phil Parkinson is de sympathie zelve, ondanks zijn stopwoord ‘fuck’ tijdens besprekingen. Oude besjes huilen, omdat ze dit nog mogen meemaken.

Het is soms hartstikke klef, maar het is vooral hartverwarmend. ‘Hier is de start van het weekeinde in het paradijs’, staat bij een bericht na de promotie, als de voetballers dansen in de kleedkamer. De vaste vraag van mijn zoon is: wanneer gaan we eens naar Wrexham? Het is een goede vraag. Hij zou even in het sprookje willen rondwandelen. Het is tevens tijd voor een antwoord.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next