Het zou slechts een half uur gescheeld hebben of de Notre-Dame in Parijs was geheel in vlammen opgegaan bij de verwoestende brand, maandag precies vijf jaar geleden. Maar kijk nu: de beroemdste kathedraal ter wereld maakt zich op voor een heuse ‘wedergeboorte’.
Wattenstaafjes, middeleeuwse bijlen, tweeduizend vers gekapte eiken en duizend ambachtslieden die zich dag in dag uit in het zweet werken: het is een kleine greep uit de mega-operatie die de Notre-Dame in Parijs weer uit haar as moet doen verrijzen. Een missie die haast onmogelijk leek toen de Franse president Macron vijf jaar geleden plechtig beloofde dat de beroemdste kathedraal ter wereld in 2024 weer zijn deuren zou openen.
Maar bij de gidsen die in de ondergrondse expositie recht voor de kerk vertellen over de wederopbouw, is geen spoor van twijfel te bespeuren. Dit jaar nog zal de wereld zich weer als vanouds kunnen vergapen aan het architectonische wonder van de Notre-Dame, als op 8 december – het feest van de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria – de deuren weer opengaan.
Hoewel, als vanouds? ‘We gaan de Notre-Dame zien zoals we haar nog nooit gezien hebben’, zegt gids Violette Ruiz. ‘Helder en schoon, met levendige kleuren. We hebben van de gelegenheid gebruikgemaakt om de kathedraal in zijn geheel schoon te maken en te restaureren.’ Neem de stenen muren: ook voordat de brand ze met een dikke laag giftige zwarte loodstof bedekte, had zich daar jaren aan vuil opgehoopt. ‘Om al dat vuil uit de stenen te trekken, zijn ze bespoten met vloeibare latex, waarmee als een peeling alle onzuiverheden uit de muren zijn getrokken.’
Over de auteur
Eline Huisman is correspondent Frankrijk voor de Volkskrant. Ze woont in Parijs.
De herrijzenis van de Notre-Dame is een verhaal vol wonderen. Precies vijf jaar geleden, op 15 april 2019, ontstond brand in het dak van de kathedraal, vermoedelijk door kortsluiting. ‘Het onderzoek is nog altijd gaande, misschien zullen we het antwoord nooit vinden’, vertelt Ruiz voor een houten maquette van de Notre-Dame in de tijdelijke expositieruimte. ‘De torenspits werd op dat moment gerestaureerd, er was een steiger rondom gebouwd. Daar is het vuur begonnen.’ Ze wijst hoe het vuur door de dakstoel woekerde en het schip in vlammen zette, richting de klokkentorens.
‘Dat was een heel precair moment voor de brandweerlieden. Als de vlammen de torens zouden bereiken, waren de klokken gesmolten en zou de hele kathedraal zijn ingestort.’ Een kwestie van een kwartier, misschien een half uur, zei Laurent Nunez, destijds staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Was de brandweer een half uur later bij de torens gearriveerd, dan was er vermoedelijk helemaal niets meer van de Notre-Dame overgebleven.
Vijftien uur lang stond de kerk in vuur en vlam. ‘Het is een wonder dat geen van de brandweermannen gewond is geraakt, of is omgekomen’, zegt gids Ruiz. Zoals het ook een wonder was dat geen van de gebrandschilderde ramen is gesprongen ‘ondanks een temperatuur van duizend graden’, en dat het belangrijkste relikwie van de Notre-Dame kon worden gered: de doornenkroon van Jezus.
‘Toen ik de beelden zag van de vlammenzee, realiseerde ik me pas hoe zeer de Notre-Dame in ons Fransen is verankerd’, zegt Ruiz. ‘Tot die tijd wist ik niet veel van de kathedraal. Toch raakte het me diep. Het is een deel van onze geschiedenis, een onsterfelijk gewaand monument. Plots maakte de brand in enkele uren tijd bijna volledig een einde aan 850 jaar geschiedenis.’
Dankzij 19de-eeuwse tekeningen, kennis van middeleeuwse bouwtechnieken en 845 miljoen euro aan donaties kon de kathedraal worden gerestaureerd zoals die tussen 1163 en 1220 is gebouwd. De expositie toont de vorderingen over de afgelopen vijf jaar: hoe de loodstof met wattenstaafjes van de gebrandschilderde ramen is gepoetst, hoe de bomen zijn gekapt met hulp van afgeronde bijlen zoals in de middeleeuwen voor de juiste snede, en hoe de achtduizend pijpen van het grootste orgelwerk van Frankrijk in zes maanden tijd zijn schoongemaakt en nu worden gestemd.
In de afgelopen maanden werd de gouden windhaan teruggeplaatst, net als het silhouet van de beroemde torenspits. Het volgende doel, vertelt Ruiz: de torenspits geheel afmaken en de steigers eromheen verwijderen, nog voor de Olympische Spelen.
Het is van een ongekende schoonheid, verzucht Annie Le Doze, een Française uit Finistère die zojuist de expositie heeft bezocht. Haar man schuifelt even verderop met een virtualrealitybril door de ruimte die bezoekers meevoert naar de bouw van de Notre-Dame tijdens de middeleeuwen, tot aan de reconstructie nu.
Voorheen kwam Le Doze ieder jaar in de kathedraal, nu verwondert ze zich over de schoonheid van de wederopbouw. ‘Als je de beelden ziet van hoe de houtbewerkers de dakconstructie op originele manier herstellen, dan kun je niet anders dan ongelofelijke bewondering koesteren voor deze buitengewone kunstenaars.’
‘De Notre-Dame heeft een gotische architectuur met een bijzondere balans’, aldus gids Violette Ruiz. ‘De muren reiken tot 69 meter hoogte, maar zijn op sommige plaatsen maar 10 centimeter dik. Om te voorkomen dat het geheel zou instorten, is men bijna twee jaar lang bezig geweest om de binnenkant van de kathedraal te beveiligen, nog voor het restauratiewerk kon beginnen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant