De Amerikaanse kunstenaar Faith Ringgold was nauw betrokken bij de burgerrechtenbeweging. Ze gaf met haar iconische posters beeld aan de strijd van de Black Panthers. Brede erkenning kwam toen ze tegen de negentig was. Zaterdag overleed ze op 93-jarige leeftijd.
Soms kunnen luttele overwegingen grote veranderingen teweegbrengen. Toen de Amerikaanse kunstenaar Faith Ringgold na decennia schilderen overstapte op het maken en beschilderen van quilts – uit lapjes samengestelde doeken – was dat deels door zoiets praktisch, namelijk; je kunt ze oprollen en onder je arm meenemen. Dat gaf haar onafhankelijkheid, vond ze, want voor het vervoer van haar schilderijen had ze sterke armen van anderen nodig.
Haar keuze voor een traditioneel vrouwelijk ambacht bleek revolutionair; met haar ‘story quilts’ rekte Faith Ringgold eigenhandig de grenzen op van wat als hoge kunst werd beschouwd. Ringgold overleed zaterdag in haar huis in Englewood, New Jersey.
Faith Ringgolds carrière omspant negen decennia in twee eeuwen. Geboren in 1930 in de New Yorkse wijk Harlem, opgegroeid midden in de Grote Depressie in een land van wettelijke rassenscheiding, en opgeleid tegen de mogelijkheden in als vrouwelijke, Afro-Amerikaanse kunstenaar in de jaren veertig. Ringgold was nauw betrokken bij de burgerrechtenbeweging en gaf met haar iconische posters beeld aan de strijd van de Black Panthers.
Ze was activist in de museumwereld voor het tonen van werk van vrouwen vanaf de vroege jaren zestig. Ze was kinderboekschrijfster en kunstdocent, maar vooral: chroniqueur in kunst. Als je kunst beschouwt als gestolde geschiedenis, is met Faith Ringgold een historicus van 20ste-eeuws Amerika overleden. Een veelkunner die een gat vulde in de kunstwereld met haar perspectief en betrokkenheid, met haar monumentale quiltkleden en haar brede oeuvre.
Het was Sonny Rollins, saxofonist, leeftijdsgenoot en buurtvriendje, die haar op twaalfjarige leeftijd leerde om kunst maken serieus te nemen, en haar moeder die haar aanmoedigde deze kunstliefde te ontwikkelen. Faith Ringgold hield standvastig vol in een voor haar voortdurend onwelkome en onverschillige kunstwereld. Je zou bijna denken dat ze werd aangemoedigd door haar voornaam.
In haar vroege schilderijen voerde Ringgold mensen op – altijd anoniem - in situaties waarin (raciaal) machtsverschil steeds voelbaar is. Dicht op de huid, in kleurrijk maar donker palet en gestileerd op het grafische af; een stelletje bestaande uit een zwarte man en een witte vrouw, een groep witte kerkvaders, een witte vrouw, geschilderd in het rood-wit-blauw van de Amerikaanse vlag, of een zwarte vrouw die in de spiegel kijkt.
Deze geschilderde genreportretten vormen een weerspiegeling van de gesegregeerde Amerikaanse samenleving. Enerzijds reflecteerde Ringgold hier kritisch op met werken waarin ze de bloeddorstigheid van het rassengeweld niet schuwt, anderzijds deed ze onverstoorbaar verslag van het leven ondánks deze omstandigheden, met liefdevolle portretten van ouders, kinderen, mannen en vrouwen.
Haar stoïcijnse betrokkenheid uitte ze ook in een grote muurschildering die ze in de vrouwengevangenis op het beruchte Riker’s Island maakte, For the Women’s House (1971), waarin ze vrouwen in allerlei beroepen en maatschappelijke functies afbeeldde, als een belofte op een mogelijk leven na gevangenschap. In 2022 werd het werk verplaatst naar het Brooklyn Museum.
Kort daarop begon ze aan haar story quilts. De eerste maakte ze in 1980, samen met haar moeder; een uit vier stoffen en 30 individuele portretten bestaand, groot werk. Met de quilttechniek greep ze terug om een gezamenlijke vrouwentraditie die, uit nood, in de tijd van de slavernij bestond; het maken van dekens uit afgedankte stukken stof.
Maar ze bracht er nog een andere traditie die essentieel is in de Afro-Amerikaanse cultuur in; het mondeling overleveren van persoonlijke verhalen, waarmee kennis en identiteit aan generaties wordt doorgegeven. Zo verwerkte ze haar eigen herinneringen aan Harlem in enkele doeken getiteld Tar Beach. Daarop staan in tekst en voorstellingen de verhalen van een meisje en haar broertje die op de beteerde daken van hun flat in Harlem recreëren alsof ze op een tropisch strand zijn, en zich verbeelden te kunnen vliegen en zo overal te komen.
Brede erkenning kwam toen ze tegen de negentig was – het MoMa in New York hing in 2019 haar grote schilderij Die (1967) naast Picasso’s wereldberoemde Les Démoiselles d’Avignon (1907), waar het volgens vele critici wonderwel aan gewaagd was. Haar eerste Amerikaanse museale overzichtstentoonstelling, in 2022, was in The New Museum, ook in New York.
Een halve eeuw nadat ze met collegakunstenaars voor grote musea als het Whitney in New York stond te protesteren voor betere vertegenwoordig in de collecties, wordt haar werk omarmd in de grootste instituten wereldwijd. Het duurt soms even, merkte ze hierover droogjes op in een interview. Met het geduld van een karpervisser en een talent zonder grenzen duwde Ringgold de deuren open.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant