Home

Na de kleuterjaren doen we weinig aan achterstanden in het onderwijs. Terwijl we weten wat helpt: bijles

U weet natuurlijk al dat praten tegen baby’s en ze voorlezen wanneer ze wat ouder zijn, kinderen een vliegende start geeft. Dat langer en exclusief borstvoeding geven, de baby al in de baarmoeder laten kennismaken met de melodieën van Bach of Beethoven (net wat u liever hoort) en samen met uw kind slapen, er niet of nauwelijks toe doen voor hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling.

Bent u deze goedbedoelde adviezen over wat u wel en vooral niet moet doen, spuugzat, I hear you. Want we weten ondertussen wel dat de prille kinderjaren ertoe doen. Maar daarmee hebben we onszelf ook aangepraat dat dit de enige magische periode is waarin er een basis voor het leven gelegd kan worden. Het zorgt voor tunnelvisie en een blinde vlek in ons denken en handelen.

Ik ben geen ontkenner van het belang van de eerste 1.000 dagen, want natuurlijk zegt het feit dát ouders hun kinderen voorlezen iets belangrijks over hen. Dat ze überhaupt kunnen lezen. Dat ze hier tijd en aandacht voor kunnen vrijmaken en niet hun avonden piekerend doorbrengen, terwijl ze alle supermarktfoldertjes met de weekaanbiedingen doorpluizen. Bovendien is het belangrijk dat ouders de Nederlandse taal voldoende machtig zijn, wat voor veel migranten geen vanzelfsprekendheid is, ook niet voor de steeds groter wordende groep kennismigranten die wel wil en kan voorlezen, maar niet in onze taal.

Over de auteur

Kim Fairley is econoom aan de Radboud Universiteit. Als gedragseconoom past ze inzichten uit experimentele onderzoeken toe op maatschappelijke thema’s als onderwijs, gezondheid en persoonlijke financiering. In de maand april is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit Lees hier meer over ons beleid.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Kinderen met een risico op een onderwijsachterstand, ook wel aangemerkt als achterstandsleerlingen, worden daarom begrijpelijkerwijs geïdentificeerd aan de hand van vier indicatoren: opleidingsniveau en land van herkomst van beide ouders, verblijfsduur van de moeder in Nederland en tot slot of een gezin in schuldsanering zit. Zo’n 8 procent van alle leerlingen in het reguliere onderwijs wordt gekenmerkt als een achterstandsleerling, waarvan weer 60 procent bestaat uit kinderen met een migratieachtergrond.

Om te voorkomen dat achterstandsleerlingen daadwerkelijk enorme leerachterstanden ontwikkelen op de basisschool, is er terecht veel aandacht om hen zo vroeg mogelijk te betrekken met voor- en vroegschoolse educatie (vve). Deze vve-programma’s zijn geënt op kinderen van tweeënhalf tot 6 jaar. Ouders van achterstandsleerlingen worden bij voorkeur ook erbij betrokken zodat zij ook in de thuissituatie de ontwikkeling van het kind kunnen stimuleren, bijvoorbeeld door, u raadt het al, voor te lezen.

Grootschalige interventies zoals de vve eindigen na de kleutergroepen. Dit gegeven maakt me altijd zo treurig. Dat er geen grootse ideeën zijn voor schoolinterventies in de basisschooljaren ná de kleuterklassen, die met eenzelfde bevlogenheid worden gepromoot als waarmee Marjolein Moorman de bres op gaat voor vve-programma’s. De gedachte om de leerplicht te vervroegen naar 3 jaar kan heus rekenen op mijn sympathie, en er zijn ook aanwijzingen dat dit een goed idee is, maar ik voorspel u dat we dan een discussie gaan voeren over de gigantische achterstanden waarmee sommige 3-jarigen beginnen met school.

Laten we ons allereerst doordringen van het feit dat cognitieve vaardigheden van kleuters niet in steen zijn gehouwen. Sterker nog, er is steeds meer aandacht voor het feit dat kinderen tot een leeftijd van circa 14 jaar sprongen kunnen maken in hun ontwikkeling die op basis van hun getoetste vaardigheden kort na de kleuterjaren niet voor mogelijk werden gehouden.

De hamvraag is natuurlijk hoe je condities op de basisschool kunt creëren waarbij kinderen met daadwerkelijke leerachterstanden een eventueel ontwikkelingsprongetje kunnen maken. Ik doe een suggestie: ‘high impact tutoring’. Dat is een onderwijsinterventie gebaseerd op bijlessen, die zeer veelbelovende resultaten laat zien.

Bijlessen hebben in Nederland een nare bijsmaak omdat de gedachte leeft dat het een parallelle onderwijswereld is die juist kansenongelijkheid in de hand werkt, maar deze onderzochte bijlessen zijn vaak geïntegreerd in het curriculum en vinden tijdens reguliere schooluren plaats. Anders verlies je gegarandeerd kinderen, als ze zichzelf moeten opgeven voor bijlessen die plaatsvinden op een externe locatie na schooltijd. Zo werd 23 procent van de aangemerkte achterstandsleerlingen in 2022 niet bereikt middels voorschoolse educatie.

Maar wie gaan deze bijlessen dan geven, vraagt u zich af? De leereffecten zijn gelukkig ook positief als de bijlessen worden verzorgd door mensen die voorheen geen onderwijservaring hadden. Wat zeg ik, er zijn zelfs studies verricht waarbij het de ouders waren die met succes bijlessen verzorgden. Ik wil het vak van basisschoolleerkracht allesbehalve devalueren, maar doe hiermee wel een serieuze poging tot out-of-the-boxdenken om kinderen, ondanks het huidige lerarentekort, niet tekort te doen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next