Home

In haar minimalistische toneelteksten laat Magne van den Berg alleen het topje van de ijsberg zien

Over eenzaamheid binnen het gezin gaat Bye Bye Daddy, het nieuwe toneelstuk van Magne van den Berg – ze weet waarover ze het heeft. Maar het gaat ook over wachten, net als bijna alle tragikomedies uit haar oeuvre. Waarom toch altijd weer dat wachten?

Terwijl in een kamer verderop een oude man zijn laatste adem uitblaast, discussiëren in de woonkamer zijn volwassen kinderen over de vraag of hun vader op het eind van zijn leven nog masturbeerde. Natúúrlijk wel, zegt de zoon: ‘Zijn hoofd werkt toch nog?’ De dochter: ‘Maar zijn lul toch niet meer?’

Het is een tamelijk absurd en lekker banaal gesprek, dat onderhuids gaat over grotere thema’s als afscheid, mannelijkheid en controle. Het is daarmee ook een typische dialoog van toneelschrijver Magne van den Berg (56): ‘Mijn personages communiceren graag via een omweg.’

Over de auteur
Sander Janssens is theaterjournalist voor de Volkskrant. Hij schrijft recensies, interviews en achtergrondartikelen.

De scène komt uit Bye Bye Daddy, A Family Business, dat de komende maanden gespeeld wordt door toneelgroep Dood Paard. Het stuk gaat, zegt Van Den Berg, over ‘emotionele erfenis’ en over de eenzaamheid die je kunt ervaren binnen het gezin waarin je bent opgegroeid. ‘Alle personages zijn op zoek naar erkenning, en dat doen ze paradoxaal genoeg vooral door elkaar voortdurend af te stoten.’

Geïntimideerd door de toneelschool

Sinds 2006 werkt Van den Berg gestaag aan een omvangrijk oeuvre van vooral absurdistische, tragikomische stukken. Ze staat bekend om haar minimalistische, gestileerde schriftuur. De taal die ze haar personages meegeeft is als een ijsberg: je ziet alleen het topje dat boven het water uitsteekt. Het gros van het onderliggende drama blijft ongezegd, onder water. Dat maakt haar stukken enorm aantrekkelijk, voor spelers én toeschouwers. Want haar kaalgeslagen idioom nodigt het publiek ook uit om zelf verbanden te leggen.

Als begin-twintiger wilde Magne van den Berg actrice worden. Ze vond de toneelschool te intimiderend (‘al die zelfverzekerde types’) en koos uiteindelijk voor de mimeopleiding, waar je niet leerde om dienstbaar onder een regisseur te spelen, maar werd opgeleid om zelf autonoom theater te maken.

Dat was een schot in de roos. Ze kreeg les van onder anderen Rob de Graaf en Kas & De Wolf. En van Marien Jongewaard, met wie ze later een relatie kreeg en inmiddels al jarenlang getrouwd is. ‘Zij waren in mijn studententijd mijn voorbeelden: ook theatermakers die veel met tekst werkten. Ik was slecht in de bewegingslessen, maar had wel gevoel voor taal en drama.’

Slappe komedie

Al snel na haar afstuderen is ze zich voornamelijk gaan richten op schrijven. Ze ontwikkelde een voorliefde voor abstract, absurdistisch theater. ‘Ik hou er niet van als toneel te uitleggerig is. Op school werd ons al ingepeperd: show, don’t tell. Beckett was voor mij een openbaring: ik ontdekte dat je eenzaamheid in taal kunt uitdrukken en toch abstract kunt blijven.’

Het feit dat ze ervaring heeft als speler, helpt bij het schrijven. ‘Bij elk woord dat mijn personages zeggen, vraag ik me eerst af hoe het is om het te spelen en hoeveel taal je eigenlijk nodig hebt om iets te zeggen. Ik denk dat ik daarom zo minimalistisch schrijf. Muzikaliteit is ook belangrijk. Soms benader ik een tekst bijna als partituur.’

Net als in het werk van Beckett, draait het in haar stukken niet zozeer om de anekdote. Haar personages zijn vaak aan het wachten. In Mijn slappe komedie voor vier mensen, een handjevol personeel en een tafel die niet vrijkomt (2013) wachten twee koppels het hele stuk in een restaurant tot hun tafel vrijkomt, in Ik speel geen Medea (2016) staat een actrice in de coulissen te wachten op de aanvang van een voorstelling en in Bye Bye Daddy wachten kinderen op de dood van hun vader.

‘Wachten is een mooie omstandigheid, met een grote kwaliteit. Het is dode tijd die je moet vullen. Als er niets gebeurt waaraan personages zich kunnen vastklampen of waarachter ze zich kunnen verschuilen, worden situaties vanzelf waarachtig en kwetsbaar.’

Geen onbezorgde jeugd

Haar stukken zijn niet autobiografisch, maar Van den Berg put bij het schrijven wel uit eigen ervaringen. Haar eigen jeugd omschrijft ze als ‘niet heel onbezorgd’, met ouders die vanwege hun carrière veel met zichzelf bezig waren. ‘Het was voor mij geen naïeve, vrolijke tijd. Achteraf is dat wel de bron van mijn toneelschrijven geweest. Ik was als kind vaak op mijn hoede en heb al vroeg moeten leren om goed te luisteren: hoe praten mensen, wat is de onderlinge sfeer, wat speelt er onderhuids?’

Bye Bye Daddy gaat over een broer en zus die veel wantrouwen naar elkaar voelen. ‘Dat herken ik bij mij en mijn jongere broer. Ik geloof dat een getroebleerde relatie tussen kinderen vaak veroorzaakt wordt door concurrentie om de liefde en aandacht van de ouders.’

Haar personages zijn altijd op zoek naar de ander, wantrouwig én behoeftig. ‘Dat is ook vaak grappig, want daardoor gaan ze zich raar, intimiderend of opstandig gedragen. Als toeschouwer doorzie je dat, herken je de ander of jezelf daarin. Louise uit Mijn slappe komedie gaat er met een gestrekt been in: ze blijft haar ex-man stelselmatig pesten, maar uiteindelijk zit ze te janken omdat ze zo veel van hem houdt en het niet lukt om hem dat te zeggen. In die zin lijkt ze op mij: ik kan ook op een ingewikkelde manier om liefde vragen, met een omweg. Gelukkig neemt Marien die omweg meestal voor lief.’

Last van het patriarchaat

Haar stukken worden door de jaren heen geëngageerder. Bye Bye Daddy gaat niet alleen over gedrag van mensen onderling, maar ook over nalatenschap. ‘Wat doe je als je een aandelenportefeuille erft die miljarden waard is? Hoe abject is het dat rijke families hun kapitaal voortdurend doorgeven aan volgende generaties? Hoe is dat geld überhaupt verdiend? Dat zijn vragen die hopelijk tussen de regels door opspelen.’

Daarnaast gaat het ook over de immateriële, emotionele erfenis waarmee kinderen worden opgezadeld. ‘Deze personages zijn opgegroeid met alleen een vader. Het gaat daarmee ook over opgroeien in het patriarchaat. De dochter heeft veel meer haar plek moeten bevechten dan de zoon. Dat werkt vervolgens een leven lang door.’

Ook dat is een mechanisme dat ze herkent. ‘Ik heb lang gedacht dat ik in een geëmancipeerde wereld ben opgegroeid waarin ik alle kansen kreeg, maar ik ben me er steeds meer van bewust dat ik ook veel last heb gehad van opgroeien in een patriarchaat, waarin van vrouwen vooral gevraagd werd om aangenaam en mooi te zijn, en liever niet te luid. Dat zit diepgeworteld. Hoezeer ik het ook haat, ik kan nog steeds geïntimideerd raken door mannelijke autoriteit.’

Bye Bye Daddy, A Family Business door toneelgroep Dood Paard, tournee tot en met 15/6.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next