Home

NU+ Bouw waterstoffabrieken loopt vertraging op: 'Iedereen wacht op elkaar'

Wie alleen de aankondigingen van grote energiebedrijven rond groene waterstof volgt, zou denken dat we straks met een overschot zitten. Shell, BP, Engie, Uniper, Eneco: allemaal kondigden ze Nederlandse megaprojecten aan die jaarlijks vele duizenden tonnen groene waterstof moeten opleveren.

Maar wie verder kijkt dan de aankondigingen, ziet dat er bijna nergens een paal in de grond gaat. Bedrijven zijn druk bezig met voorbereidingen, maar stellen hun investeringen steeds uit. Alleen Shell heeft daadwerkelijk al de portemonnee getrokken, en bouwt inmiddels een waterstoffabriek van 200 megawatt in Rotterdam.

Daarmee wordt de Holland Hydrogen I, zoals deze fabriek gaat heten, een van de grootste producenten van groene waterstof ter wereld. Maar de Shell-fabriek levert straks maar 5 procent van het kabinetsdoel voor groene waterstof in 2030.

Er moeten dus nog veel meer van die gigafabrieken komen, anders loopt de verduurzaming van de industrie vertraging op. Bedrijven die producten als ammoniak, kunstmest en staal maken, zien waterstof namelijk als dé manier om in de komende decennia hun CO2-uitstoot naar nul te brengen.

Het H2Maasvlakte-project van het Duitse Uniper is een van de vele waterstofplannen die zijn uitgesteld. Oorspronkelijk werd verwacht dat deze Rotterdamse fabriek in 2026 zou opstarten, maar dat wordt nu jaren later. Ook buurproject H2-Fifty haalt de beoogde startdatum van 2025 niet meer, zegt woordvoerder Jasper Jansen van initiatiefnemer HyCC tegen NU.nl. Een nieuwe startdatum is er nog niet.

HyCC werkt ook aan een kleinere waterstoffabriek in Delfzijl, met de naam Djewels. Dat proefproject werd al in 2018 aangekondigd, maar het definitieve bouwbesluit is sindsdien herhaaldelijk uitgesteld. Dat terwijl er al wel tientallen miljoenen aan subsidies zijn vrijgemaakt door de Nederlandse overheid, de Europese Unie en het Waddenfonds.

Volgens Jansen hoopt het bedrijf voor de zomer alsnog te besluiten om de bouw in gang te zetten. "Als we de doelen voor 2030 willen halen, moeten we nu wel met zijn allen doorpakken."

De markt voor groene waterstof moet vrijwel uit het niets uit de grond worden gestampt. Er moeten niet alleen fabrieken komen om het gas te maken, maar ook pijpleidingen en schepen om het te vervoeren. En tegelijkertijd moeten industriële bedrijven zich klaarmaken voor het gebruik van waterstof.

Dat hele proces zit vol onzekerheden, waardoor het voor bedrijven nu onzeker is of er met een groene waterstoffabriek wel geld te verdienen valt. Ontwikkelaars klagen over gestegen bouwkosten, onzekere elektriciteitsprijzen en hoge kosten voor electrolyzers, de apparaten die stroom en water uiteindelijk omzetten in waterstof. Al met al blijft groene waterstof veel duurder dan de grijze waterstof die veel bedrijven nu gebruiken, gemaakt van aardgas.

Door de hoge prijs zijn potentiële afnemers van groene waterstof huiverig om langlopende contracten te sluiten met beginnende waterstoffabrieken. Terwijl die contracten wel essentieel zijn om de bouw van de fabriek rond te krijgen. Zowel producenten als afnemers hopen dat de overheid de boel vlot kan trekken met subsidies en regels.

"Vanuit puur commercieel oogpunt is het nu nog te vroeg om een electrolyzer te bouwen", zegt Gert Jan Kramer, hoogleraar Duurzame Energievoorziening aan de Universiteit Utrecht. Door het klimaatbeleid van de overheid wordt de groene waterstofmarkt alsnog opgetuigd, maar makkelijk gaat dat niet.

"Het zit nu eigenlijk vast omdat iedereen naar elkaar kijkt", constateert industriespecialist Michèlle Prins van Natuur & Milieu. "Omdat alles van elkaar afhankelijk is, moet iedereen nu een stap extra doen."

Het kabinet probeert de waterstofproductie op gang te krijgen met miljardensubsidies uit het klimaatfonds. Afgelopen winter konden bedrijven zich inschrijven voor de eerste subsidieronde van 250 miljoen euro. Komende zomer wordt in een tweede ronde maar liefst 1 miljard euro uitgedeeld, onder voorwaarden die voor bedrijven nog gunstiger zijn gemaakt. De subsidie dekt nu maar liefst 80 procent van de kosten om een waterstoffabriek neer te zetten.

Dat zal veel helpen, maar is volgens TNO-waterstofexpert René Peters mogelijk nog steeds niet genoeg. Hij rekent voor dat groene waterstof duur blijft, zelfs als de fabriek 'gratis' is gebouwd met subsidie. Dat komt onder meer door de kosten die groene waterstofproducenten in Nederland moeten betalen voor de toegang tot het stroomnet.

"Alleen dat onderdeel al staat in de waterstofprijs gelijk aan 2 euro per kilo", zegt Peters. Dat is bijna de volledige prijs van de grijze waterstof die nou juist vervangen moet worden. En het zijn kosten die in Duitsland en België niet worden gemaakt, omdat waterstofproducenten daar niet betalen voor de toegang tot het elektriciteitsnet.

De waterstofbranche is druk aan het lobbyen bij het demissionaire kabinet en bij de formatietafel om ook in Nederland een uitzondering van de nettarieven te krijgen. Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer heeft demissionair klimaatminister Rob Jetten opgeroepen om hierover in gesprek te gaan met toezichthouder ACM, die de tarieven uiteindelijk bepaalt.

Iedereen ziet in dat er op termijn veel duurzame waterstof nodig is om de industrie te vergroenen, zegt hoogleraar Kramer. "Maar tegelijkertijd zien we dat het ontzettend lastig is om the show on the road te krijgen. Dit is een veel complexer transitievraagstuk dan de introductie van zonnepanelen en windmolens."

Maak binnen 1 minuut een gratis account aan en krijg toegang tot extra artikelen.

Gelieve een geldig e-mailadres in te geven.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next