Aan alles bleek vrijdag opnieuw dat de zaak ontzettend complex is. Het Gerechtshof Den Haag had Shell en Milieudefensie na de eerste drie zittingsdagen zestien vragen meegegeven. Maar al snel bleek dat er lang niet genoeg tijd was om die allemaal te behandelen. "Als we op dit tempo doorgaan, zitten we hier vanavond nog", verzuchtte de voorzitter van het hof in de loop van de ochtend.
Het tijdgebrek voorkwam niet dat er vaak pittige discussies ontstonden. Shell beschuldigde Milieudefensie van "gegoochel met cijfers" en standpunten die niet stroken met de internationale klimaatwetenschap. De verkoop van olie en gas hoeft volgens het bedrijf minder snel te dalen dan Milieudefensie wil, ook als we de opwarming van de aarde willen beperken tot 1,5 graden.
Volgens Milieudefensie maakt Shell zich schuldig aan "oneliners". En aan "stellingen die aantoonbaar niet kloppen", over de beperkte invloed die grote oliebedrijven kunnen hebben op de verduurzaming en de bedreiging van de energieveiligheid als er minder fossiele brandstoffen worden opgepompt.
Beide partijen zijn het wel eens over het grote belang van de uiteindelijke uitspraak. In 2021 besloot de lagere rechtbank nog dat Shell zijn uitstoot met 45 procent moet verminderen in 2030, ten opzichte van 2019. Het gaat daarbij ook om de uitstoot die ontstaat als klanten van Shell de geleverde benzine, kerosine en aardgas verbranden.
President-directeur Frans Everts van Shell Nederland kreeg aan het eind van de dag het woord en zei dat hij "zowel hoopvol als bezorgd" is. "Ik ben hoopvol over de rol die Shell speelt en zal blijven spelen in de energietransitie", zei hij, verwijzend naar de investeringen van het bedrijf in windparken en waterstofproductie.
"Tegelijkertijd maak ik mij zorgen over de mogelijke onbedoelde gevolgen van deze rechtszaak", zei Everts. "Want mocht deze zaak de kant van Milieudefensie opgaan, dan is dat niet alleen schadelijk voor Shell, maar ook voor de wereldwijde energietransitie en voor Nederland." Volgens hem schiet het klimaat niets op met een verplichte CO2-vermindering door Shell, omdat anderen dan in het gat springen dat Shell achterlaat.
Milieudefensie-advocaat Roger Cox zei dat "de wereld dit hoger beroep op de voet volgt". Volgens hem gedraagt Shell zich "nog even onverantwoord" als 3,5 jaar geleden, toen de zaak voor het eerst werd behandeld. "Het is in deze procedure meer dan duidelijk geworden dat het klimaatbeleid van Shell mijlenver afstaat van wat er echt nodig is." De rechter moet daarom ingrijpen, zei Cox.
Shell erkende vrijdag, na herhaaldelijk aandringen van een van de drie raadsheren van het hof, dat het niet van plan is zijn uitstoot tussen nu en 2030 verder omlaag te brengen. Ook blijkt uit schriftelijke antwoorden die het bedrijf gaf op vragen van het hof dat 50 tot 60 procent van de investeringen in olie- en gaswinning naar productie uit nieuwe velden gaat.
Dat terwijl er volgens het Internationaal Energieagentschap geen nieuwe olie- en gasvelden meer nodig zijn als de wereld de klimaatopwarming wil beperken tot 1,5 graden. Het volstaat dan volgens de invloedrijke adviseur om de bestaande velden leeg te pompen, iets waar Milieudefensie herhaaldelijk op wees.
Shell bracht daartegenin dat het goedkoper kan zijn om nieuwe velden aan te boren en oude velden vroegtijdig te sluiten. "Maar dat gebeurt niet", zei Milieudefensie-advocaat Funs van Diem. "Je kunt niet meer, meer, meer blijven doen en aan de kraan blijven draaien, zonder dat je oude velden uit productie haalt."
Voor een belangrijk deel vielen beide partijen vrijdag in herhaling. Zo ontstond opnieuw discussie over de vraag hoe snel het wereldwijde gebruik van olie en gas moet dalen om de wereldwijde klimaatdoelen te halen. En over de vraag of Shell aan zijn CO2-reductieplicht kan voldoen door bedrijfsonderdelen af te stoten.
Ook de historische uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak van een groep Zwitserse ouderen kwam ter sprake. Het mensenrechtenhof gaf hen deze week gelijk en zei dat de Zwitserse overheid meer moet doen tegen klimaatverandering.
Dat verandert niets aan de zaak tussen Milieudefensie en Shell, betoogt het oliebedrijf. Net als in de Urgenda-zaak gaat het hier om de verplichtingen van overheden om klimaatverandering tegen te gaan. Volgens Shell benadrukt het Straatsburgse hof juist dat de overheid complexe beleidskeuzes moet maken om dat probleem aan te pakken. En dus niet de rechter, of een bedrijf.
Maar voor Milieudefensie is de uitspraak een nieuwe erkenning van de schade aan mensenrechten die ontstaat door klimaatverandering. En erkenning van de gebrekkige voortgang die wereldwijd wordt geboekt om de opwarming van de aarde te beperken. Dat pleit er juist voor dat nationale rechters ingrijpen om daar verandering in te brengen, zei Cox namens Milieudefensie.
Het Gerechtshof Den Haag neemt ruim de tijd om tot een uitspraak te komen in het hoger beroep. Pas over zeven maanden, op 12 november, komt er voor Shell en Milieudefensie uitsluitsel. Daarna kunnen zij nog in cassatie bij de Hoge Raad, maar de zaak wordt dan inhoudelijk niet opnieuw behandeld.
Source: Nu.nl economisch