Het Openbaar Ministerie ziet af van vervolging van de verpleegkundige die tijdens de coronapandemie het leven van een twintigtal patiënten zou hebben beëindigd. Reden: gebrek aan bewijs. ‘Opluchting is niet het woord dat bij deze uitkomst past.’
Het bericht kwam als een schok: een jonge verpleegkundige (toen 30 jaar oud) die tijdens de coronapandemie werkte op de longafdeling van het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen werd vorig jaar aangehouden. Hij zou het leven van ‘een twintigtal patiënten’, die in zijn ogen terminaal waren en ernstig leden, voortijdig hebben beëindigd.
Alles begon met een brief die GGZ Drenthe stuurde aan het ziekenhuis. Daarin meldde de instelling – het beroepsgeheim doorbrekend – dat de verpleegkundige in meerdere gesprekken met hulpverleners zijn daden zou hebben opgebiecht. Het ziekenhuis deed daarop aangifte.
Over de auteur
Jurre van den Berg is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.
Nu, bijna een jaar later, ziet het Openbaar Ministerie na intensief onderzoek af van verdere vervolging. ‘Uiteindelijk hebben wij geen bewijs gevonden dat er sprake is geweest van concrete strafbare handelingen’, zegt officier van justitie Debby Homans-de Boer. Samen met hoofdofficier van Justitie Diederik Greive voelt zij de noodzaak dit voor nabestaanden ingrijpende besluit toe te lichten.
Jullie seponeren de zaak wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Zeggen jullie daarmee: we denken nog steeds dat hij het wel gedaan heeft?
Homans: ‘Nee. Ons werk is bewijs verzamelen. Dat hebben we geprobeerd, maar niet gevonden.’
Voor nabestaanden lijkt me dat een onbevredigend antwoord.
Greive: ‘Dat begrijpen we. Nabestaanden blijven met vragen achter, en wij kunnen niets uitsluiten. Dat is ingrijpend en aangrijpend. Er is begrip, maar ook boosheid. Nee, ‘opluchting’ is niet het woord dat bij deze uitkomst past.’
Waren de aanhouding en openbaarmaking van de verdenking niet te voorbarig?
Greive: ‘De informatie die we kregen was zo concreet en ging over zeer ernstige feiten. Dan hebben wij de plicht dat te onderzoeken. En dat kunnen we niet onder de tafel houden. De rechter-commissaris heeft aanvankelijk ook getoetst en geoordeeld dat er voldoende aanwijzingen waren om de verpleegkundige langer vast te houden.’
Homans: ‘Er was geen andere optie, en we zouden het weer zo doen. We hadden wel meteen door: dit gaat heel veel commotie veroorzaken. Zo’n verdenking ondermijnt het vertrouwen in de gezondheidszorg. En we moesten nabestaanden vertellen dat het overlijden van een naaste misschien niet natuurlijk was. Dat veroorzaakt onrust en hevige emoties. We wisten ook meteen: dit wordt geen eenvoudige zaak.’
Wat maakte het onderzoek zo ingewikkeld?
Homans: ‘De start was atypisch. Bij levensdelicten begint onderzoek doorgaans met een dodelijk slachtoffer. Dan volgen de klassieke vragen: is er sprake van een misdrijf, en wie heeft het gedaan? Nu hadden we iemand die gezegd had verantwoordelijk te zijn voor het overlijden van een groot aantal mensen, maar daarbij niet geconcretiseerd wie en wanneer. We moesten op zoek naar slachtoffers. Dat is heel ingewikkeld gebleken.
‘Er waren eerder ook geen verontruste signalen van collega’s of nabestaanden bij het ziekenhuis binnengekomen. Er zijn wel overlijdens onverwacht snel gegaan, maar dat paste volgens deskundigen bij het ziekteverloop. Mensen konden van het ene op het andere uur doodziek worden van corona. Bedenk ook: er overleden in de coronaperiode meer dan tweehonderd patiënten in het WZA.’
Hoe precies zou de verpleegkundige gehandeld hebben?
Homans: ‘Door te veel morfine toe te dienen en door beademingsapparatuur uit te schakelen.’
Jullie hebben circa vijftig medische dossiers laten doorpluizen. Maar zoiets strafbaars noteren mensen doorgaans niet.
Homans: ‘We hebben bekeken of er patiënten zijn overleden terwijl de verpleegkundige dienst had, plus 24 uur daarna. Die dossiers hebben we laten beoordelen door medisch deskundigen. Die hebben geen opvallende zaken opgemerkt. Het ingewikkelde was: veel patiënten kregen al morfine. Dat de verpleegkundige bij bepaalde patiënten bewust te veel morfine zou hebben toegediend, is twee jaar nadien moeilijk aan te tonen.’
Dus hadden jullie na een jaar onderzoek niet meer dan de melding van GGZ Drenthe?
Homans: ‘We hebben alles gedaan om de waarheid boven tafel te krijgen. We hebben bevestigd gekregen dat de verpleegkundige de uitlatingen die hij tegenover hulpverleners deed, ook tegen meerdere mensen in zijn privésfeer heeft gedaan. Om privacyredenen kunnen we daar verder niets over zeggen. Punt blijft: hoe vaak je ze ook herhaalt, eigen verklaringen zijn nooit voldoende voor een veroordeling.’
Zelf spreekt hij die verklaringen inmiddels tegen, bovendien.
Homans: ‘Hij zegt gewoon zijn werk te hebben gedaan en ontkent mensen om het leven te hebben gebracht. Volgens hem is hij door de hulpverleners verkeerd begrepen.’
Met hoeveel verschillende hulpverleners heeft hij gesproken?
‘Vier.’
Dus hij zou verkeerd begrepen zijn door vier mensen voor wie gespreksvoering hun werk is?
Homans: ‘Ja, dat verklaart hij. En dat blijft bijzonder.’
Greive: ‘Het zijn geen getuigen. Het komt allemaal uit één bron: de verpleegkundige zelf. Uiteindelijk komen wij tot de conclusie dat we het niet kunnen bewijzen.’
De verpleegkundige is al sinds juni vorig jaar op vrije voeten, maar werkt niet meer bij het WZA. Volgens zijn advocaten Tjalling van der Goot en Ronald Knegt past het besluit van het OM hem niet te vervolgen bij zijn ontkenning. ‘Cliënt is blij dat nu een streep onder de strafzaak kan worden gezet.’
Slachtofferadvocaat Sébas Diekstra, die meerdere nabestaanden bijstaat in de zaak, laat weten: ‘Het is een loodzware en onzekere tijd voor cliënten geweest. Terwijl de strafzaak is geëindigd, blijft er nog altijd veel onduidelijk en blijven belangrijke vragen onbeantwoord.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant