Souvenirwinkels in het Amsterdamse centrum zijn vaak een dekmantel voor illegale activiteiten, constateren politie en gemeente keer op keer. De Volkskrant ging mee met de controleurs. Wat zit er achter de gesloten deur in de bedrijfsruimte?
Op hun dooie akkertje lopen de twee mannen de Amsterdamse smartshop uit. Dat een legertje blauw- en zwartgejaste mannen en vrouwen de neonverlichte zaak binnenstebuiten keert, op zoek naar illegale spullen en verboden activiteiten, is de toeristen compleet ontgaan.
De instanties zijn vandaag met een flink team afgekomen op een smart-shop en souvenirwinkel – vol zakken hennepzaad, ‘magische’ truffels en vulvavormige aanstekers – in het centrum van Amsterdam. Zulke controleacties vinden regelmatig plaats, met als doel criminele activiteiten te verhinderen. Het aanbod van de winkels mag dan vallen in het pretsegment, volgens onder andere de gemeente en politie zijn er serieuze signalen dat een deel zich aan de regels onttrekt. Drie jaar geleden sloot Amsterdam al eens zes toerismewinkels, omdat ze op grote schaal spullen verkochten om harddrugs te bewerken.
Over de auteur
Mark Misérus is verslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over onderwijs.
In januari dit jaar kwam daarbovenop een rapport van het Regionale Informatie- en Expertisecentrum (RIEC). Daarin staan tien souvenirwinkels in Amsterdam centraal die aan vier eigenaren toebehoren. De conclusies waren stevig: grote stortingen cashgeld, relaties met bekende ondergrondse bankiers, aanwijzingen van fictieve goederenstromen en vermoedens van illegale arbeid. Boven meerdere winkels werden matrassen aangetroffen, een signaal van arbeidsuitbuiting.
Om preciezer te bepalen hoe de (criminele) structuren achter de winkels in elkaar steken, is volgens het RIEC meer onderzoek nodig. Maar ‘de resultaten bevestigen het beeld van een souvenirbranche die kwetsbaar is voor verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit’, aldus het rapport.
Zulke onderzoeken kosten veel menskracht en duren lang. ‘En voorkomen is beter dan genezen’, aldus de gemeente. Op het stadhuis weten ze hoe moeilijk het is om grip te krijgen op malafide eigenaren van souvenirshops. Het controleren van winkels is daarom ook een signaal naar concurrenten die zich niet aan de regels houden.
‘Kan ik even een peukie roken?’, vraagt een jonge vrouw achter de toonbank, als de controle in de smartshop al een half uur op streek is. Het zit de blauwe en zwarte jassen niet mee: de eigenaar is er niet en neemt ook de telefoon niet op. Zijn personeel reikt sleutels aan van kasten waarin zich illegale handel zou kunnen bevinden. Achter een rek met sleutelhangers blijkt een deur naar een voorraadkamer schuil te gaan.
De taken van de controleurs zijn vooraf zorgvuldig afgestemd op het politiebureau even verderop. De delegatie van de Nederlandse Arbeidsinspectie gaat als altijd voorop: illegaal personeel wil bij zo’n controle nog weleens wegvluchten. Van machtsvertoon is geen sprake, de toon is ontspannen. De agenten voor de deur zijn uit voorzorg mee, voor als er strafbare feiten worden geconstateerd.
Inspecteurs gaan na of de winkels zich houden aan de geldende wet- en regelgeving, zoals het bestemmingsplan, en of het allemaal wel brandveilig is. Er is iemand die gespitst is op nepproducten en er wordt gecontroleerd op signalen van mensenhandel of witwassen. De gemeentelijke Ondermijningsbrigade heeft de leiding bij het uitkammen van de twee winkels waarvan de namen, net als al te herleidbare kenmerken, niet in de krant mogen.
Souvenirshops scheren langs de randen van wat aan verkoop van stimulerende middelen is toegestaan. In april 2023 kregen 250 ondernemers in de binnenstad een brief, waarin de gemeente ze wijst op de regels van de Opiumwet en de gevolgen als ze zich daar niet aan houden – zoals sluiting. Een deel van de winkels bleef volharden in de verkoop van joints en henneptoppen, terwijl ook die illegaal zijn.
In het plan Aanpak Binnenstad droomt Amsterdam van een binnenstad waar ‘vrijzinnigheid, creativiteit en ondernemerschap de ruimte krijgen’ en waar Amsterdammers zelf ook graag winkelen en verblijven. Daar past de dominantie van het aantal souvenirwinkels niet bij. In het centrum mogen zich daarom geen nieuwe winkels meer vestigen die zich alleen op toeristen richten. Al glippen sommige ondernemers daar handig doorheen, door zich bij de Kamer van Koophandel ook als verkopers van bijvoorbeeld snoep, tabak of telefoonaccessoires in te schrijven.
Als gemeente zou je malafide winkeleigenaren kunnen weren door ze vooraf te screenen, net als in de horeca gebeurt. In het Amsterdamse centrum geldt zo’n vergunningsplicht voor zestig panden in vier aangewezen straten. Ongeacht of je daar hennepzaadjes, kaas of schoenen wilt verkopen, moet je vooraf als eigenaar door de ballotage.
Een aantal vergunningen is al geweigerd, de gemeente zou de regel breder willen toepassen. Alleen is er dan een tweede gemeentehuis nodig aan ambtenaren om deze vergunningen te kunnen verstrekken, zegt een gemeentelijke projectleider.
Bij de tweede winkel, die dezelfde eigenaar heeft als de smartshop, stuiten de controleurs op wat de vriendelijkste medewerker van het stadscentrum moet zijn. Hij schiet in de lach, gevraagd of hij misschien the boss is. De Nepalees is al blij dat hij werk heeft en een dak boven zijn hoofd, in het asielzoekerscentrum. Van uitbuiting is geen sprake, verzekert de man, hij werkt niet meer dan acht uur per dag.
Op de vraag wat het meest in trek is bij de klanten, wijst de Nepalees het hele assortiment aan. Naast de Amsterdam-hoodies, sleutelhangers en magneten zijn de hardlopers de dienbladen waarop je joints kunt rollen, met afbeeldingen van Hello Kitty tot Bob Marley. In de winkel wordt, naast een aantal vermoedelijke nepproducten, niets onoorbaars gevonden.
Bij de smartshop gebeurt echter iets opmerkelijks, als de toezichthouders de bovengelegen bedrijfsruimte willen bezoeken. Juist in zulke ruimten doen ze vaak interessante bevindingen, is hun ervaring. Wanneer ze de deur forceren, blijkt dit voorgevoel te kloppen: de onvindbare eigenaar zat al die tijd boven. Nadat de politie hem heeft aangesproken, gaat hij er zo snel mogelijk vandoor.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant