Home

Geef beginners in zorg en onderwijs goede begeleiding, zegt deze onderzoeker. Maar geen ‘curlingcoach’

Promotieonderzoek Wennen aan werk gaat niet vanzelf. Veel beginners in onderwijs en zorg stappen al snel weer op. Dat is ongewenst voor hen en de maatschappij. En niet nodig, zegt onderzoeker Niels van der Baan.

Van de starters op de arbeidsmarkt verandert 40 procent binnen twee jaar van baan. Dat percentage is niet per se alarmerend. Misschien lonkt elders een mooiere job of een beter salaris. Wellicht noopt de liefde tot verhuizen. Zo zijn tal van redenen denkbaar.

Zorgelijker wellicht: van de beginnende leraren en de afgestudeerde verpleegkundigen vertrekt 20 respectievelijk 14 procent naar een andere sector omdat ze zich onvoldoende voorbereid voelen op hun werk.

„Dat zijn percentages die de samenleving zich eigenlijk niet kan permitteren”, vindt de Maastrichtse onderzoeker Niels van der Baan. „Economisch niet vanwege een nijpend tekort aan arbeidskrachten, menselijk niet omdat beginnende werknemers door die mismatch veel stress ervaren, uitvallen en soms zelfs voor altijd verloren gaan voor de arbeidsmarkt.”

De oplossing is volgens Van der Baan (Den Bosch, 1990) betrekkelijk eenvoudig: goede begeleiding in het hoger onderwijs en in de eerste jaren op de werkvloer kan de overgang een stuk makkelijker maken.

Hij promoveerde er onlangs op aan de Universiteit Maastricht, met het proefschrift Facilitating the education-to-work transition. Coaching for employability unravelled. „Goede coaching, in samenspel tussen onderwijs en werkgevers, helpt. Dat blijkt ook uit gesprekken die ik voor mijn onderzoek voerde met jonge mensen.”

Dat Van der Baan op dit onderwerp promoveerde, is niet geheel toevallig. Hij weet uit eigen ervaring hoeveel verschil goede begeleiding kan maken. Als driejarige kreeg hij door een virusinfectie hersenvlies- en hersenontsteking. Therapie en revalidatie hielpen hem weer op weg, al bleven aanpassingen nodig. „Het was prettig als ik iets meer tijd kreeg, en mijn handschrift is behoorlijk moeilijk leesbaar. Dus verdiende het aanbeveling mij op de laptop te laten werken.”

Zijn onderwijscarrière begon met vmbo-t, waarna hij stapelde tot aan een master management of learning aan de economiefaculteit in Maastricht. Onderweg zag hij situaties waar coaching had kunnen helpen; om verkeerde keuzes te voorkomen, bijvoorbeeld, en om tijdig van richting te veranderen. „Zelf volgde ik aanvankelijk een opleiding tot leraar Engels. Maar ik kreeg het managen van een klas met dertig of meer leerlingen niet onder knie.”

Toen hij een bijbaan had bij telecombedrijf Vodafone, zag hij leeftijdgenoten worstelen met de overgang van onderwijs naar werk. „Op scholen en universiteiten is veel goed geregeld, stabiel en voorspelbaar. Beginnen in het bedrijfsleven, met veel meer en andere dynamiek, kan dan voor sommigen behoorlijk wennen zijn.”

Van der Baan kent de vooroordelen over mensen van zijn generatie: ze zouden al bij het eerste zuchtje wind omvallen en overal gepamperd willen worden. Dat laatste is niet wat hij voor ogen heeft met zijn pleidooi voor goede coaching. „Uitdagingen aangaan en strijden horen bij het leven.”

Zo is het dus niet de bedoeling beginners in een baan een ‘curlingcoach’ te geven, iemand die alle complexiteit wegveegt. Zelfs bij de term ‘coach’ maakt de kersverse doctor een kanttekening. „Het is een gedevalueerd begrip aan het worden. Het gaat mij er niet om dat de starter per se begeleiding krijgt van iemand die zich coach noemt. Het mag gewoon een ervaren collega zijn of iemand anders in de naaste werkomgeving. Noem hem of haar ‘mentor’, of wat dan ook. Waar het om gaat, is dat de startende werknemer zich comfortabel voelt, en voldoende veilig om ervaringen en gevoelens te delen.”

Goede begeleiding helpt om te reflecteren op ervaringen en ambities, stelt Van der Baan. „Op den duur maakt een coach zich overbodig: dan gaan jonge mensen zichzelf die essentiële, wezenlijke vragen stellen. Binnen twee à drie jaar zijn ze – normaal gesproken – sowieso gewend aan de werkvloer. Aan het coachingtraject houden ze een ook een open houding voor nieuwe uitdagingen over, de wil om levenslang te blijven leren.”

Sander Mordang (23), docent economie op scholengemeenschap Sophianum in Gulpen:

„Op de middelbare school was ik goed in economie. Het lag voor de hand daar bij een studie iets mee te gaan doen. En het is super met jongeren om te gaan en ze wat bij te brengen. Ik help ze met mijn lessen verder. Die leiden, als het goed is, tot een breder begrip van de wereld om hen heen.

„Mijn bachelor heb ik gehaald op de Fontys-lerarenopleiding in Sittard. Daar deed ik al veel ervaring op: tien weken stage in de eerste drie jaar, een jaar stage als afsluiting. De overgang van studie naar arbeidsmarkt was voor mij misschien ook minder groot omdat ik in wezen van een school naar een school ging.

„Ik geef les aan mavo 2, havo 4 en vwo 3 en 4. De bevoegdheid daarvoor ben ik nu aan het halen via een deeltijdmaster op de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Eén dag per week ga ik daar naartoe. Het huiswerk is voor de weekends en avonden.

„De combinatie van baan en studeren is me wel een beetje tegengevallen. Mij werd voorgespiegeld dat veel opdrachten van mijn opleiding slim waren te combineren met werk dat ik toch al voor mijn lessen moest doen. In de praktijk is dat lang niet altijd zo. Daardoor moet ik heel veel uren maken.

„Soms is het zoeken naar de juiste platforms waar je allerlei gegevens over de leerlingen moet invoeren, en hoe dat moet. Maar ik durf vragen te stellen aan collega’s. Een oudere economiedocent begeleidt me sowieso. Die doet het al veel langer en kan vaak antwoord geven. Daarnaast hebben we soms intervisiemomenten, waarbij we kunnen aangeven waar we zoal tegenaan lopen.

„Waarom wachten tot die intervisiemomenten? Zet jonge, beginnende docenten vaker bij elkaar.

Vertel ze bovendien voor ze beginnen wat ze tegen gaan komen. Veel laat zich namelijk behoorlijk goed voorspellen, aan de hand van toetsweken en andere vaste momenten in het schooljaar.

„Dat verbeterpunt heb ik aan de schoolleiding doorgegeven. Die heeft beloofd het op te pakken.”

Source: NRC

Previous

Next